Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

maart, 2016

Perikelen rondom proceskosten en het stellen van zekerheid daarvoor

CB 2016-62 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:298 (Sypesteyn c.s. / mr. Dekker q.q.)

Het feit dat de wederpartij haar statutaire zetel – en dus haar woonplaats in de zin van art. 1:10 BW – in Nederland heeft, staat in de weg aan het toewijzen van een incidentele vordering tot zekerheidstelling ex art. 224 Rv. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat deze partij een vestigingsadres heeft in een land dat niet is aangesloten bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 (i.c. in Dubai, Verenigde Arabische Emiraten) en dat de in Nederland geen verhaal mogelijk is voor de proceskosten. Lees verder >

Tweede hoger beroep tegen hetzelfde vonnis is in beginsel ontvankelijk

CB 2016-61 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:505

Een tweede hoger beroep tegen hetzelfde vonnis dat tijdig en op de juiste wijze is ingesteld, is in beginsel ontvankelijk en heeft alle rechtsgevolgen die de wet aan een regelmatig ingesteld hoger beroep verbindt. Dit is slechts anders indien het instellen van het tweede hoger beroep in de gegeven omstandigheden in strijd komt met de eisen van een goede procesorde of indien de behandeling daarvan niet te verenigen valt met een beslissing die inmiddels is gegeven in het eerder ingestelde hoger beroep. Lees verder >

Hoge Raad verduidelijkt maatstaf voor opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:930 lid 5 BW

CB 2016-60 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:507 (Eiser/ASR Schadeverzekeringen N.V.)

Van opzet tot misleiding als bedoeld in art. 7:930 lid 5 BW is sprake indien de verzekeringnemer feiten of omstandigheden niet aan de verzekeraar heeft medegedeeld die hij kent of behoort te kennen en waarvan, naar hij weet of behoort te begrijpen, de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja, op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten, afhangt of kan afhangen, terwijl de verzekeringnemer aldus heeft gehandeld met de bedoeling de verzekeraar ertoe te bewegen een overeenkomst aan te gaan die hij anders niet of niet op dezelfde voorwaarden zou hebben gesloten. Lees verder >

Overgangsrecht Wro en WRO (oud): Hoge Raad heroverweegt tussenarrest

CB 2016-59 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:391 (Gemeente Medemblik / Het Grootslag)

De Hoge Raad heroverweegt zijn bij tussenarrest gegeven oordeel en overweegt dat ingevolge art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro het oude recht van de WRO van toepassing blijft indien binnen een jaar na de inwerkingtreding van de Wro een wijzigingsplan ter inzage is gelegd. Het hof is abusievelijk uitgegaan van de ontwerptekst van art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro. Lees verder >

Geen beperking contractsvrijheid door databankenrecht voor onbeschermde databanken

CB 2016-58 Geplaatst op 29 mrt 2016 door

HR 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:390

De Databankenrichtlijn (DbRl) vindt geen toepassing wanneer een databank niet op grond van deze richtlijn wordt beschermd door het auteursrecht of door het recht sui generis. De richtlijn verzet zich er daarom niet tegen dat de maker van een dergelijke databank contractuele beperkingen stelt aan het gebruik ervan door derden. Lees verder >

Maatstaf beoordeling verzoek gefailleerde tot afgifte of inzage p.-v. getuigenverhoor ex art. 66 Fw

CB 2016-57 Geplaatst op 24 mrt 2016 door

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:286

Of de failliet aanspraak heeft op een afschrift van dan wel inzage in het p.-v. van het op de voet van art. 66 Fw gehouden getuigenverhoor, moet worden beoordeeld aan de hand van de in HR 22 september 1995, NJ 1997/339 geformuleerde maatstaf. Bij de op basis daarvan te maken belangenafweging komt groot gewicht toe aan het belang van de failliet bij afgifte van het p.-v., indien de failliet mede op grond van de verklaring van een getuige in bewaring is gesteld ex art. 87 Fw. In de belangenafweging dient tevens te worden betrokken het belang van de boedel, dat de failliet voorshands onkundig blijft van de precieze aard en inhoud van de door de getuige verschafte inlichtingen. Mogelijkheden van de rechter die over de inbewaringstelling oordeelt, indien het verzoek van de failliet tot afgifte van of inzage in het p.-v. wordt afgewezen.  Lees verder >

Moment van statusvoorlichting aan kind van spermadonor en het belang van het kind

CB 2016-56 Geplaatst op 22 mrt 2016 door

HR 18 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:452

De ouderlijke verplichting om het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden omvat mede het geven van informatie over zijn afstamming (‘statusvoorlichting’). In beginsel is het aan de ouder die het gezag uitoefent om daartoe het geschikte moment te kiezen, maar daarbij dient het belang van het kind voorop te staan. Gelet daarop mocht het hof in dit geval, waarin het kind is verwekt met zaad van een (aan de ouders bekend) donor die niet het gezag over hem uitoefent, bepalen dat het kind voorafgaand aan het volgende omgangsmoment statusvoorlichting zal krijgen. Lees verder >

Verzwijging opzegging vorige verzekering; zorgplicht assurantietussenpersoon

CB 2016-55 Geplaatst op 17 mrt 2016 door

HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336 (X / Aegon c.s.)

De zorg die van een redelijk bekwame en redelijk handelende assurantietussenpersoon mag worden verwacht, brengt mee dat hij aan de verzekeraar voldoende inlichtingen geeft om deze ervan te weerhouden naderhand een beroep te doen op art. 251 (oud) WvK of art. 7:928 BW. Dit brengt ook mee dat deze, indien hij bekend is met een opzegging door een verzekeraar van een eerdere verzekeringsovereenkomst, zijn cliënt nader over de achtergrond van die opzegging dient te bevragen.  Lees verder >

Gebruiksvereiste bij erfvredebreuk

CB 2016-54 Geplaatst op 17 mrt 2016 door

HR 26 februari 2015, ECLI:NL:HR:2016:345 (X c.s. / Staat)

Bij de beoordeling of voldaan is aan het bij erfvredebreuk geldende delictsbestanddeel “bij een ander in gebruik” (zoals opgenomen in art. 138 Sr) komt het erop aan of een ander dan de kraker in feitelijke zin enigerlei bezit of houderschap over het erf uitoefent. Hiervoor gelden niet dezelfde eisen als voor gebruik van een woning, zoals vereist voor huisvredebreuk. Lees verder >

Bekrachtiging van een dwangsomveroordeling op een andere rechtsgrond soms mogelijk

CB 2016-53 Geplaatst op 15 mrt 2016 door

HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:268 (A/Basil)

1. Het staat de appelrechter vrij een in eerste aanleg uitgesproken veroordeling in hoger beroep te vervangen door eenzelfde veroordeling, berustend op een andere rechtsgrond, met handhaving van de datum van ingang waarvoor de eerste veroordeling gold, ook als daaraan een dwangsom is verbonden, mits de veroordeling op de nieuwe rechtsgrond niet meer of andere gedragingen bestrijkt dan de eerdere.
2. Met de beperkte bescherming van art. 19 lid 2 GModVo (het niet-ingeschreven gemeenschapsmodel) is beoogd het gebruik te beletten van modellen die, beantwoordend aan de maatstaf van art. 10 lid 1 GModVo, zijn ontleend aan het ingeroepen model. Lees verder >

Pagina 1 van 3123