Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Arbeidsrecht

Ook ontslagbescherming lid ondernemingsraad indien niet aan vereisten WOR is voldaan

CB 2016-88 Geplaatst op 12 Mei 2016 door

HR 8 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:604 (Regiobouw B.V. / verweerder)

1. De art. 7:670 lid 4 en 7:670a lid 1 (oud) BW – die ontslagbescherming toekennen aan (onder meer) een werknemer die lid is (geweest)van een ondernemingsraad – kunnen onder omstandigheden ook toepassing vinden in een geval dat de desbetreffende ondernemingsraad niet in alle opzichten voldoet aan de eisen die de WOR daaraan stelt. 2. Bij de bepaling van het bedrag aan schadevergoeding voor kennelijk onredelijk ontslag dient de rechter kenbaar aandacht te besteden aan de vraag of omstandigheden die na het einde van de dienstbetrekking zijn ingetreden aanwijzingen opleveren voor wat uiterlijk op ontslagdatum kon worden verwacht. Dit geldt ongeacht op welke omstandigheden de kennelijke onredelijkheid berust.  Lees verder >

Ontslag op staande voet: uitleg opzeggingsgrond “diefstal” niet noodzakelijkerwijs conform strafrechtelijk begrip

CB 2016-37 Geplaatst op 25 Feb 2016 door

HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:290

Voor het antwoord op de vraag welke dringende reden aan de wederpartij is medegedeeld, is de letterlijke tekst van een ontslagbrief niet steeds doorslaggevend. Uiteindelijk gaat het erom of voor de werknemer aanstonds duidelijk is welke dringende reden tot de opzegging heeft geleid. Een in een ontslagbrief vermelde opzeggingsgrond dient mede te worden uitgelegd in het licht van de omstandigheden van het geval, ook indien daarin strafrechtelijke begrippen worden gehanteerd (vgl. HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0387). Het hof heeft in casu een begrijpelijke uitleg aan de term “diefstal” in de ontslagbrief gegeven, door deze niet in strafrechtelijke zin op te vatten, maar – gelet op het partijdebat – als gebruik van de tankpas voor privédoeleinden zonder toestemming.    Lees verder >

Enkele niet-ontvankelijkverklaring werknemer bij vordering loondoorbetaling bij ziekte onvoldoende voor proceskostenveroordeling ex art. 7:629a BW

CB 2016-28 Geplaatst op 11 Feb 2016 door

HR 5 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:198 (werkneemster / Medline Harderberg)

De werknemer kan ter zake van een vordering tot doorbetaling van loon bij ziekte (art. 7:629 lid 1 BW) slechts in de kosten van de werkgever als bedoeld in art. 237 Rv worden veroordeeld in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (art. 7:629a lid 6 BW). ´s Hofs oordeel – dat erop neer komt dat werkneemster is aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij – is onvoldoende voor het aannemen van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.  Lees verder >

Gebondenheid aan oordeel bezwarencommissie in het kader van een sociaal plan

CB 2016-9 Geplaatst op 15 Jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3623 (KCMD/Verweerder)

Door te oordelen dat KCMD ingevolge art. 8.7 van het sociaal plan gebonden was aan het oordeel van de krachtens het sociaal plan ingestelde bezwarencommissie over de tussen partijen gerezen uitlegvraag, heeft het hof niet miskend dat afstand van het recht op toegang tot de overheidsrechter ondubbelzinnig moet geschieden. In het oordeel van het hof ligt besloten dat KCMD als partij bij het sociaal plan de uit de uitleg van het hof voortvloeiende beperking van haar bevoegdheid ondubbelzinnig heeft aanvaard. Lees verder >

Uitleg CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf: aanbiedingsplicht bij “contractwisseling” in verband met heraanbesteding

CB 2016-7 Geplaatst op 07 Jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3634 (Eiser c.s./Balans)

(1) De verplichting tot aanbieding van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 38 CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf ontstaat voordat met de uitvoering van het contract wordt begonnen. (2) Onder het ‘moment van de wisseling’ zoals bedoeld in het tweede lid van art. 38 CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dient te worden verstaan het moment waarop ingevolge het contract met de feitelijke werkzaamheden wordt begonnen. Lees verder >

Verhaalsbeding voor bestuurlijke Wav-boete is in beginsel toelaatbaar

CB 2015-191 Geplaatst op 24 Dec 2015 door

HR 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3568

Antwoord op prejudiciële vraag. Een beding dat ertoe strekt dat een opgelegde boete wegens niet-naleving van de verplichtingen uit de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) door de aannemer kan worden verhaald op de onderaannemer, doet als zodanig geen onaanvaardbare afbreuk aan het doel of de strekking van de Wav en is in beginsel dus niet nietig wegens strijd met de wet, de openbare orde of de goede zeden (art. 3:40 BW). Lees verder >

Staat is aansprakelijk voor misgelopen vakantiedagen

CB 2015-145 Geplaatst op 08 Okt 2015 door

HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2722 en ECLI:NL:HR:2015:2723

Op de aansprakelijkheid van de Staat voor de onjuiste implementatie van Europese richtlijnen in wetgeving in formele zin zijn de normale Nederlandse aansprakelijkheidsregels (art. 6:162 BW) van toepassing. Lees verder >

Stakingsrecht: Hoge Raad herijkt criteria voor beoordeling collectieve acties

CB 2015-108 Geplaatst op 02 Jul 2015 door

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687 (ABVAKABO FNV/Amsta)

Naleving van de ‘spelregels’ is niet langer een zelfstandige voorwaarde voor de rechtmatigheid van een collectieve actie. Wel zijn de spelregels nog steeds van belang als gezichtspunten bij de vraag of de uitoefening van het recht op collectief optreden (art. 6 onder 4 ESH) in een concreet geval dient te worden beperkt of verboden langs de weg van art. G ESH. Andere gezichtspunten zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade. Lees verder >

Verlengde opzegtermijn werknemer vernietigbaar bij ontbreken schriftelijk verlengde termijn werkgever

CB 2015-77 Geplaatst op 05 Mei 2015 door

HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1192 (Flextronics Logistics B.V./X)

Art. 7:672 lid 6 BW vereist dat zowel de voor de werknemer geldende opzegtermijn (van maximaal zes maanden), als de voor de werkgever geldende opzegtermijn (die niet korter mag zijn dan het dubbele van die voor de werknemer) schriftelijk wordt overeengekomen. Indien hieraan niet is voldaan, kan de werknemer het andersluidende opzegbeding ingevolge art. 3:40 lid 2 BW vernietigen, met als gevolg dat hij slechts de wettelijke opzegtermijn van één maand van art. 7:672 lid 3 BW in acht behoeft te nemen. Lees verder >

Wettelijke rente over wettelijke verhoging van (achterstallig) loon mag in afzonderlijke procedure gevorderd worden

CB 2015-35 Geplaatst op 25 Feb 2015 door

HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:304 (Eiser/Datawell B.V.)

De matigingsbevoegdheid van art. 7:625 BW staat niet eraan in de weg dat een werknemer in een afzonderlijke procedure wettelijke rente vordert over de in een eerdere procedure toegewezen wettelijke verhoging van het (achterstallige) loon. Deze afzonderlijke vordering kan, afhankelijk van de omstandigheden, stranden op misbruik van procesrecht, afstand van recht of rechtsverwerking. Lees verder >

Pagina 1 van 712345...Minst recente »