Arbeidsrecht
Oproepkracht heeft bij meerdere oproepen per dag recht op uitbetaling van drie uur loon voor iedere oproep
HR 3 mei 2013, LJN BZ2907
De werknemer wiens arbeidsvoorwaarden voldoen aan de in art. 7:628a BW genoemde voorwaarden en die meerdere malen per dag wordt opgeroepen werk te verrichten, heeft over elke afzonderlijke periode van arbeid recht op loon voor een periode van minimaal drie uur. Dit wordt niet anders indien de werknemer op deze wijze voor bepaalde tijdvakken “dubbel” zou worden beloond. Lees verder >
Richtlijnconforme interpretatie van art. 7:663 BW (overgang van onderneming)
HR 5 april 2013, LJN BZ1780 (Albron Nederland/FNV Bondgenoten c.s.)
Uit de wetsgeschiedenis van art. 7:663 BW volgt dat de wetgever beoogd heeft Richtlijn 2001/23/EG getrouw om te zetten. De (van de richtlijn afwijkende) bewoordingen van art. 7:663 BW zijn daarom niet doorslaggevend. Het hof heeft zich terecht niet van een richtlijnconforme interpretatie laten weerhouden door, in lijn met het antwoord van het Hof van Justitie op de door het hof gestelde prejudiciële vraag (zie het Albron-arrest), te oordelen dat het feit dat de cateringmedewerker ten tijde van de overgang van de onderneming waarvoor hij feitelijk werkzaam was, niet bij deze onderneming in dienst was, maar bij een zustermaatschappij, niet in de weg staat aan de toepasselijkheid van art. 7:663 BW. Lees verder >
Uitleg prepensioenregeling bedrijfstakpensioenfonds
HR 15 maart 2013, LJN BY6165
Het (pre)pensioenprotocol waarbij werkgevers in het Beroepsgoederenvervoer waren aangesloten laat geen andere uitleg toe dan dat de prepensioenregeling inging per 1 januari 2002, ter vervanging van de op dat moment beëindigde VUT-regeling. Lees verder >
Ontbindende voorwaarde in arbeidsovereenkomst inzake beëindiging ID-regeling niet nietig
HR 2 november 2012, LJN BX0348
Een ontbindende voorwaarde, inhoudende dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op het moment dat de door de werkgever ontvangen loonkostensubsidie op grond van de (toenmalige) ID-regeling vervalt, is niet in strijd met het gesloten stelsel van het ontslagrecht. Lees verder >
Wanneer mag een werknemer als "klokkenluider" vertrouwelijke informatie naar buiten brengen?
HR 26 oktober 2012, LJN BW9244 (X/Theodoor Gilissen Bankiers N.V.)
De in art. 7:611 BW neergelegde verplichting van een werknemer om zich als een goed werknemer te gedragen brengt mee dat hij in beginsel tegenover zijn werkgever is gehouden tot discretie en loyaliteit. Dit geldt ook indien de werknemer van mening is dat binnen de organisatie sprake is van een misstand die in het algemeen belang dient te worden bestreden. Het hof is echter ten onrechte niet ingegaan op het betoog van de werknemer dat in dit geval een rechtvaardiging voor het ter beschikking stellen van vertrouwelijke informatie aan een cliënt van de werkgever is gelegen in de interne “compliance”-regels van de werkgever, dan wel in art. 4:88 Wft. Lees verder >
Maatstaven matiging loondoorbetalingsverplichting ex 6:248 lid 2 BW dezelfde als bij matiging ex art. 7:680a BW
HR 28 september 2012, LJN BW9867 (X/Sappi Nijmegen B.V.)
De rechter moet bij een matiging van een vordering tot doorbetaling van loon ex art. 6:248 lid 2 BW dezelfde maatstaven hanteren als in de rechtspraak voor de toepassing van art. 7:680a BW zijn ontwikkeld. Noch de duur van de procedure, noch de mate waarin deze is toe te rekenen aan de werknemer, zijn in beginsel omstandigheden die matiging kunnen rechtvaardigen. Lees verder >
Verplicht pensioenontslag vliegers geen leeftijdsdiscriminatie
HR 13 juli 2012, LJN BW3367 (X c.s./KLM en VNV)
Het door KLM in de ondernemings-CAO gehanteerde verplichte pensioenontslag van verkeersvliegers op (in beginsel) 56-jarige leeftijd, is niet in strijd met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Lees verder >
Beëindiging arbeidsovereenkomst directeur/niet-statutair bestuurder als bedoeld in art. 40 F
HR 13 juli 2012, LJN BW7009 (X/Mr. Omta q.q.)
Een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 40 F kan niet reeds eindigen op grond van de omstandigheid dat het gaat om een directeur van een vennootschap die alle zeggenschap in handen heeft en zelf het faillissement heeft aangevraagd. Lees verder >
Onaanvaardbaar beroep werkgever op vervaltermijn BBA bij inroepen nietigheid ontslag op staande voet
HR 22 juni 2012, LJN BW5695 (ABN AMRO/X)
Na een ontslag op staande voet kan een werknemer gedurende een half jaar de nietigheid van dat ontslag inroepen (art. 9 lid 3 BBA). Een beroep van een werkgever op deze vervaltermijn kan – hoewel daaraan in beginsel strikt de hand moet worden gehouden – onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Bij de honorering van een beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid moet de rechter grote terughoudendheid betrachten; nog meer dan bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW in het algemeen al het geval is. Lees verder >
Beleidsvrijheid werkgever bij aanwijzing indirect personeel dat bij overgang concessie mee overgaat
HR 8 juni 2012, LJN BW0246 (X c.s./Veolia c.s.)
In art. 37 Wet personenvervoer (Wpv) ligt niet de eis besloten dat het verval van de arbeidsplaats van de individuele werknemer het directe gevolg dient te zijn van het verlies van de concessie. Lees verder >
