Cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Vermogensrecht algemeen

Reikwijdte sanctie artikel 3:194 lid 2 BW

CB 2017-86 Geplaatst op 24 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:565

Voor toepassing van artikel 3:194 lid 2 BW is niet voldoende dat de deelgenoot die een tot de gemeenschap behorend goed verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt (niet wist maar) behoorde te weten dat dit goed tot de gemeenschap behoort. De sanctie vervalt niet nadat de desbetreffende deelgenoot tot inkeer is gekomen, omstandigheden die een beroep op beperkende werking van redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen daargelaten. Lees verder >

Het bezitsvereiste en verkrijgende verjaring door een bezitter te kwader trouw

CB 2017-48 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309 (Gemeente Heusden/Verweerders)

(1) Voor het in art. 3:105 BW bedoelde gevolg van voltooiing van de verjaringstermijn van art. 3:314 lid 2 BW is voldoende dat bij de niet-rechthebbende sprake is van bezit dat voldoet aan de door de wet gestelde eisen. Het is niet vereist dat de rechthebbende daadwerkelijk kennis had van de bezitsdaden van de niet-rechthebbende waardoor zijn bezit is tenietgegaan. (2) De bezitter te kwader trouw die door de werking van art. 3:105 BW eigenaar is geworden, kan blootstaan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan hem heeft verloren. Lees verder >

Verjaring vernietiging ex artikel 3:34 lid 2 BW en bekrachtiging bij Selbsteintritt

CB 2017-42 Geplaatst op 02 mrt 2017 door

zandloper3 HR 3 februari 2017, HR:NL:ECLI:2017:150

Op de verjaring van een rechtsvordering tot vernietiging ex art. 3:34 lid 2 BW is art. 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW van toepassing. De term ‘onbekwaamheid’ in art. 3:52 lid 1, aanhef en onder a, BW ziet uitsluitend op de gevallen van art 1:234 lid 1 BW en art. 1:382 lid 2 BW, waar de wet bepaalt dat een persoon niet bekwaam is tot het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in art. 3:32 BW. Lees verder >

Curaçaose burenruzie: ongeoorloofd balkon of soortgelijk werk

CB 2016-197 Geplaatst op 21 dec 2016 door

balkonHR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2824

(1) Van een balkon of soortgelijk werk in de zin van art. 5:50 BWC (gelijkluidend aan art. 5:50 lid 1 BW) is sprake indien het gaat om een constructie die vanaf enige hoogte boven de grond een uitzicht op het naburige erf geeft. Welke hoogte voldoende is om een constructie aan te merken als een zodanig balkon of soortgelijk werk hangt af van de omstandigheden van het geval. (2) De nabuur kan zich niet tegen de aanwezigheid van een balkon of soortgelijk werk verzetten indien het uitzicht niet verder reikt dan tot een binnen twee meter van het werk zich bevindende muur. Lees verder >

Korte verjaringstermijn voor tenuitvoerlegging uitspraak met veroordeling tot vergoeding wettelijke rente

CB 2016-180 Geplaatst op 24 nov 2016 door

percentageHR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2623 (Eisers/Eurowoningen)

Op grond van art. 3:324 lid 3 BW verjaart de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak met een veroordeling tot betaling van wettelijke rente na vijf jaar. De korte verjaringstermijn uit het derde lid van art. 3:324 BW is van toepassing op uitspraken waarin een periodieke verplichting tot betaling is opgenomen die bij het jaar of kortere termijn moet worden betaald. De vraag of een uitspraak een zodanige verplichting inhoudt, dient te worden beantwoord aan de hand van het dictum daarvan, gelezen in samenhang met de daaraan voorafgaande overwegingen en het gevorderde. Voor de toepassing van art. 3:324 lid 3 BW is niet vereist dat hetgeen ingevolge de uitspraak moet worden betaald, in die uitspraak zelf is vastgesteld op een bepaald bedrag. Lees verder >

Hoogte en duur rentevergoeding over onrechtmatig uit vermogen erflaatster onttrokken bedragen

CB 2016-100 Geplaatst op 03 jun 2016 door

HR 27 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:995

Ingevolge art. 6:119 lid 1 BW bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een verschuldigde geldsom in de wettelijke rente van die som over de tijd dat de schuldenaar met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. ’s Hofs oordeel om de wettelijke rente plus 1% te berekenen, getuigt daarmee van een onjuiste rechtsopvatting. Daarnaast heeft het hof ten onrechte de rentevordering toegewezen tot de datum van het eindvonnis en niet tot de dag van betaling en is in de staat van verdeling ten onrechte een lening niet vermeld. Lees verder >

Voor in faillissement erkende vordering geldt verjaringstermijn van twintig jaar

CB 2016-85 Geplaatst op 03 mei 2016 door

HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:729

De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het in art. 196 Fw bedoelde proces-verbaal van de verificatievergadering verjaart ingevolge art. 3:324 lid 1 BW door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop dat proces-verbaal op de voet van art. 121 lid 3 Fw door de rechter-commissaris en de griffier is ondertekend.  Lees verder >

Een eensluidend uitgangspunt van partijen over een tussen hen bestaand geschil mag de rechter niet buiten beschouwing laten

CB 2016-34 Geplaatst op 25 feb 2016 door

HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:234 (X / De Vries q.q.)

Beide partijen zijn ervan uitgegaan dat tussen hen in geschil is of een als gevolg van een aansprakelijkstelling op 19 mei 2003 aangevangen verjaring tijdig is gestuit door een brief van 3 april 2008. Het hof had daarom de brief van 19 mei 2003 en het eensluidende uitgangspunt van partijen omtrent het tussen hen bestaande geschilpunt in zijn oordeelsvorming moeten betrekken.  Lees verder >

Geen rechterlijke terughoudendheid bij toetsing kortingsregeling nabestaandenpensioen aan discriminatieverbod

CB 2016-8 Geplaatst op 14 jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3628

Cassatie in het belang der wet. Gelet op het fundamentele belang van een gelijke behandeling naar geslacht wordt de rechter bij de noodzakelijkheidstoetsing van een discriminatoire kortingsregeling betreffende een nabestaandenpensioen niet beperkt door de in beginsel aan cao-partijen toekomende onderhandelingsvrijheid. Ingevolge art. 6a WGB dient het pensioenfonds te bewijzen dat voor het gemaakte onderscheid een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. Daarbij komt het aan op de feiten en omstandigheden van het concrete geval. Lees verder >

Toestemming echtgenoot voor borgstelling door bestuurder vennootschap (art. 1:88 BW)

CB 2016-1 Geplaatst op 07 jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3606 (eiser / ING)

Onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat het aangaan van een overbruggingskrediet behoort tot de rechtshandelingen die in de normale uitoefening van het bedrijf plegen te worden verricht. De omstandigheid dat het overeengekomen krediet mede ertoe strekte de onderneming in staat te stellen haar normale bedrijfsuitoefening nog gedurende die te overbruggen periode voort te zetten, ontneemt aan deze rechtshandeling niet haar uitzonderlijke karakter. Lees verder >

Pagina 1 van 612345...Minst recente »