Selecteer een pagina

Dossier: Wet Bopz


HR 14 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:957

De geneeskundige verklaring (art. 16 Wet Bopz) moet door de geneesheer-directeur ondertekend worden. Dit kan door middel van een geavanceerde of gekwalificeerde elektronische handtekening. De rechtbank hoeft niet ambtshalve te onderzoeken of een handgeschreven of elektronische handtekening daadwerkelijk door de geneesheer-directeur zelf is gezet. (meer…)

HR:24 mei 2019 ECLI:NL:HR:2019:814

Het is aan de onderzoekend psychiater om aan de hand van de over betrokkene bekende gegevens te beoordelen of het meebrengen of toelaten van beveiliging noodzakelijk is.
Het verlenen van een rechterlijke machtiging onder een opschortende voorwaarde van beëindiging van een strafrechtelijke maatregel is toelaatbaar in alle gevallen waarin de betrokkene op strafrechtelijke grondslag is gedetineerd. Uit het bepaalde in art. 10 lid 1 Wet Bopz volgt evenwel dat ook een machtiging waaraan zodanige voorwaarde is verbonden, niet meer ten uitvoer kan worden gelegd wanneer meer dan twee weken na haar dagtekening zijn verlopen. (meer…)

HR 19 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:635

Bij een verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf dient een ondertekende verklaring worden overgelegd van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. (meer…)

HR 22 maart 2019 EC:LI:NL:HR:2019:395

In behandelplan dient duidelijk te zijn welke geneesheer-directeur bevoegd is te beslissen tot opneming van de betrokkene indien de voorwaarden niet worden nageleefd of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.  (meer…)

HR 1 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:165

Een arts voor verstandelijk gehandicapten die constateert dat bij de te onderzoeken patiënt niet alleen sprake is van een verstandelijke handicap maar ook van psychiatrische problematiek, dient een psychiater in te schakelen zodat deze de patiënt eveneens onderzoekt. De arts kan het onderzoek ook geheel aan de psychiater overdragen. (meer…)

HR 1 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:147

Indien bij de rechter twijfel bestaat over het antwoord op de vraag of aan de vereisten van art. 2 Wet Bopz is voldaan, dient hij ofwel het verzoek van de officier van justitie af te wijzen ofwel nader onderzoek te laten verrichten alvorens de verzochte machtiging te verlenen.  (meer…)