Selecteer een pagina

HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1331 (Telecom Vastgoed / KPN)

Het recht van vruchtgebruik op vorderingen kan niet dienen om het geïnde toe te eigenen. Dat zou er namelijk op neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd zowel het goed is waarop het vruchtgebruik rust, als de vrucht. Een dergelijke vormgeving van een recht van vruchtgebruik stuit af op het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten.

Het gesloten stelsel van beperkte rechten

Het goederenrecht kent een gesloten stelsel van wettelijke vastgestelde beperkte rechten. Deze geslotenheid heeft als gevolg dat beoogde rechten die partijen vestigen enkel goederenrechtelijke werking hebben als zij binnen de wettelijke grenzen van één van die beperkte rechten vallen. Dit betekent eveneens dat de inhoud van het beoogde beperkte recht voldoende verband moet houden met het ‘wezen’ van het beperkte recht. Wanneer een beoogd beperkt recht weliswaar lijkt te beantwoorden aan de definitie van het beperkte recht, maar zich naar aard en inhoud niet verdraagt met de ‘noemer’, heeft het (toch) géén goederenrechtelijke werking. Het gevolg is dat het beoogde beperkte recht niet tot stand is gekomen. In deze zaak draait het om de vraag of ten behoeve van Telecom Vastgoed gevestigde rechten van vruchtgebruik deze toets kunnen doorstaan.

Vruchtgebruik

Het recht van vruchtgebruik geeft de vruchtgebruiker het recht om goederen die aan een ander toebehoren te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten (art. 3:201 BW). Als voorbeeld: bij een vruchtgebruik dat rust op een verhuurde woning (het vruchtgebruikobject) heeft de vruchtgebruiker eveneens recht op de huurpenningen (de vruchten) die daaruit voortvloeien.

Het recht van vruchtgebruik kan ook op vorderingen worden gevestigd. In dat geval is de vruchtgebruiker bevoegd de nakoming van de vordering te eisen en de betaling in ontvangst te nemen (de vordering te ‘gebruiken’). De vruchtgebruiker is echter niet toegestaan om het geïnde bedrag voor zichzelf te houden. In art. 3:213 lid 1 BW is bepaald dat hetgeen door inning van aan vruchtgebruik onderworpen vorderingen wordt ontvangen, aan de hoofdgerechtigde toebehoort en eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen is. Dit vloeit voort uit het uitgangspunt van instandhouding van het vruchtgebruikobject. Wordt de vordering als vruchtgebruikobject geïnd (en gaat deze dus teniet), dan vallen de geïnde gelden óók/in de plaats van de vordering onder het vruchtgebruik.

Achtergrond van de zaak

KPN heeft voor de plaatsing en het gebruik van telecomantennes huurovereenkomsten of overeenkomsten tot het vestigen van een opstalrecht met gebruiksrecht gesloten met grond- en gebouweigenaren. In ruil voor die plaatsing en het gebruik van de antennelocaties betaalt KPN huurpenningen, dan wel retributies aan de grond- en gebouweigenaren. Telecom Vastgoed heeft op haar beurt met de eigenaren van de antennelocaties een overeenkomst gesloten waarbij in ruil voor een eenmalige afkoopsom een vruchtgebruik wordt gevestigd op de huurpenningen of retributies ten behoeve van Telecom Vastgoed. Daarbij zijn dezelfde huurpenningen en retributies ook aangemerkt als vrucht die aan Telecom Vastgoed toekomt. Het doel: Telecom Vastgoed wordt inningsbevoegd voor de huurpenningen of retributies.

Wanneer Telecom Vastgoed zich echter meldt bij KPN om deze gelden te innen, weigert KPN betaling. Volgens haar is (onder meer) geen rechtsgeldig vruchtgebruik gevestigd. Het hof gaat hier in mee en overweegt dat als gevolg van art. 3:213 lid 1 BW de huurpenningen en retributies eveneens gelden als vruchtgebruikobject. Deze bepaling sluit daarmee uit dat de huurpenningen en retributies ook vruchten zijn, aldus het hof. Het is volgens het hof moeilijk denkbaar dat een goed waarop het vruchtgebruik rust ook zelf de vrucht is.

De grenzen aan het vruchtgebruik

De Hoge Raad sluit zich hierbij aan:

“3.2

Art. 3:201 BW bepaalt dat vruchtgebruik het recht geeft om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Hetgeen door inning van aan vruchtgebruik onderworpen vorderingen wordt ontvangen, behoort aan de hoofdgerechtigde toe en is eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen (art. 3:213 lid 1 BW). Uit deze bepalingen vloeit voort dat het recht van vruchtgebruik op vorderingen niet kan dienen om zich hetgeen door inning van die vorderingen wordt ontvangen, toe te eigenen. Dat zou immers erop neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd het goed is waarop het vruchtgebruik rust en de vrucht. Het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten brengt mee dat geen recht van vruchtgebruik kan worden gevestigd dat niet aan de wettelijke omschrijving voldoet.

3.3 (…) Gelet op wat hiervoor in 3.2 is overwogen, is juist het oordeel van het hof dat in de Akten geen rechtsgeldig vruchtgebruik is gevestigd omdat daarin is bepaald dat hetgeen wordt geïnd op de aan Telecom Vastgoed in vruchtgebruik gegeven vorderingen, als vrucht aan Telecom Vastgoed toekomt.”

De Hoge Raad verwerpt het beroep. Hij oordeelt conform de conclusie van A-G Rank-Berenschot.

KPN is in cassatie bijgestaan door Gijsbrecht Nieuwland en Berend-Bram Heinen.

Zie ook het cassatievlog over deze uitspraak.

Share This