Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

april, 2013

Onteigeningswet schrijft niet voor binnen welke termijn KB tot onteigening bekend wordt gemaakt

CB 2013-80 Geplaatst op 29 apr 2013 door

HR 26 april 2013, LJN BZ1712 (X/Gemeente Weert)

Een koninklijk besluit tot onteigening (KB) moet binnen zes maanden na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit worden genomen, maar de bekendmaking van dit KB hoeft niet binnen die termijn plaats te vinden. Dat volgt uit de tekst van art. 78 lid 6 Onteigeningswet. Lees verder >

Pleitnota bij schriftelijk pleidooi mag niet wegens lengte buiten beschouwing worden gelaten

CB 2013-79 Geplaatst op 25 apr 2013 door

HR 19 april 2013, LJN BZ2904 (X/Maatschappij van Welstand)

Het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven schrijft bij een schriftelijk pleidooi geen maximale omvang van de pleitnotities voor. De maximale spreektijd van 30 minuten voor het mondelinge pleidooi kan niet dienen als maatstaf voor de omvang van dergelijke pleitnotities, nu aan die maximale spreektijd (ook) organisatorische overwegingen ten grondslag liggen die niet gelden bij een uitsluitend schriftelijke gedachtewisseling. Lees verder >

Boedelschuld en verplichting tot vergoeding van schade aan het gehuurde

CB 2013-78 Geplaatst op 24 apr 2013 door

HR 19 april 2013, BY6108 (X/Mr. Tideman q.q.)

Boedelschulden zijn schulden die een onmiddellijke aanspraak geven jegens de faillissementsboedel hetzij ingevolge de wet, hetzij omdat zij door de curator in zijn hoedanigheid zijn aangegaan, hetzij omdat zij een gevolg zijn van een handelen van de curator in strijd met een door hem in zijn hoedanigheid na te leven verbintenis of verplichting. De verplichting om schade aan het gehuurde bij het einde van de huur te herstellen dan wel te vergoeden, is een uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenis van de schuldenaar, die bij het einde van de huur ontstaat of opeisbaar wordt. Die verbintenis is in beginsel geen boedelschuld, maar een vordering op de schuldenaar. Lees verder >

Jaarverslag Hoge Raad gepresenteerd

CB 2013-77 Geplaatst op 24 apr 2013 door

Afgelopen vrijdag verscheen het jaarverslag van de Hoge Raad, waaruit blijkt dat de gemiddelde doorlooptijd van cassatiezaken opnieuw is afgenomen. Lees verder >

Geplaatst in Hoge Raad Algemeen | Getagged jaarverslag

Uitleg derdenbeding in CAR-verzekering

CB 2013-76 Geplaatst op 24 apr 2013 door

HR 19 april 2013, LJN BY3123 (Alheembouw/HDI Gerling c.s.)

De vraag of, en zo ja in welke omvang, in een verzekeringspolis mede dekking wordt verleend aan derden (eventueel na aanvaarding van een daartoe strekkend derdenbeding), dient te worden beantwoord aan de hand van hetgeen de verzekeraar en de verzekeringnemer dienaangaande zijn overeengekomen. Bij een CAR-verzekering kan de onderaannemer (als derde) jegens de verzekeraar bescherming ontlenen aan art. 3:35 BW indien hij op grond van de bewoordingen van de polis en/of (andere) door de verzekeraar gedane mededelingen of gewekte verwachtingen, erop heeft vertrouwd, en erop heeft mogen vertrouwen, dat hem dekking zal worden verleend. Lees verder >

DSM IV is niet beslissend voor toepasselijkheid art. 1 Wet Bopz

CB 2013-75 Geplaatst op 24 apr 2013 door

Gang (BZ1477)HR 12 april 2013, LJN BZ1477

Geen rechtsregel brengt mee dat een stoornis van de geestvermogens in de zin van art. 1 lid 1, aanhef en onder d, van de Wet Bopz  slechts kan worden aangenomen indien die is omschreven in de DSM IV. Lees verder >

De wijziging in de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft onmiddellijke werking

CB 2013-74 Geplaatst op 24 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BZ7016 (X/Staat)

Nu uit de parlementaire geschiedenis van de wijziging van art. 15 lid 3 Sr niet kan worden afgeleid dat de wetgever een specifieke overgangsregeling heeft beoogd die door een kennelijke omissie niet in de wet is opgenomen, heeft  deze wetswijziging onmiddellijke werking. Er is geen sprake van een wijziging van de wet ten aanzien van de strafbaarstelling of van het op grond van een nieuwe wet opleggen van een andere straf dan wettelijk was bedreigd ten tijde van het plegen van het feit. Lees verder >

Schadevergoeding bij vernietiging wegens dwaling: waarde op moment van vernietiging is uitgangspunt

CB 2013-73 Geplaatst op 23 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY8732

Wanneer een koopovereenkomst op grond van dwaling wordt vernietigd en het gekochte niet meer kan worden teruggegeven, geldt dat voor de hoogte van de schadevergoeding wordt uitgegaan van de waarde van het gekochte op het moment van de vernietiging van de overeenkomst en niet het moment van het sluiten van de overeenkomst. Dat kan tot gevolg hebben dat het gekochte, vanwege gedane reparaties na de koop maar vóór de vernietiging van de overeenkomst, meer waard is dan toen het werd gekocht. Lees verder >

Auteursrechtelijk beschermde trekken bepalen uitkomst vergelijking totaalindrukken

CB 2013-72 Geplaatst op 19 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY1532 (Stokke/Fikszo)

1. Bij de vergelijking van de totaalindrukken tussen twee werken van toegepaste kunst zijn de auteursrechtelijk beschermde trekken of elementen van het beweerdelijk bewerkte of nagebootste werk bepalend. Onbeschermde elementen kunnen hierbij (slechts) meewegen voor zover de combinatie van al deze elementen in het beweerdelijk nagebootste werk aan de “werktoets” beantwoordt. 2. Het is mogelijk dat een bewerking van een werk daarvan noch een verveelvoudiging vormt, noch een bewerking die een nieuw, oorspronkelijk werk is. Lees verder >

Bewijslast besparingsverweer bij opzegging aannemingsovereenkomst door opdrachtgever

CB 2013-71 Geplaatst op 18 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY8728

De opdrachtgever die een aannemingsovereenkomst heeft opgezegd, en die op grond van art. 7:764 lid 2 BW in beginsel de volledige aanneemsom dient te betalen, heeft de stelplicht en bewijslast van het bestaan en de omvang van eventueel door de aannemer genoten besparingen, die in mindering op de verschuldigde aanneemsom moeten worden gebracht. Op de aannemer rust echter een belangrijke mededelingsplicht ten aanzien van (bestaan en omvang van) dergelijke besparingen. Lees verder >

Pagina 1 van 3123