Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Verbintenissenrecht

Beëindiging van een raamovereenkomst inzake een digitaliseringsproject

CB 2018-55 Geplaatst op 04 apr 2018 door

  HR 23 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:426

In geschil is of een raamovereenkomst inzake het leveren van een geïntegreerd computersysteem rechtsgeldig door JBZ is beëindigd. Het hof heeft voor recht verklaard dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en de vorderingen uit ongedaanmaking en schadevergoeding toegewezen. In cassatie is onder meer geklaagd over dat het hof heeft miskend dat ongedaanmaking en schadevergoeding alleen toewijsbaar zijn ingeval van ontbinding op grond van tekortkoming in de nakoming en niet zonder meer bij enkele inroeping van een contractuele opzeggingsgrond. Het hof heeft daarbij ten onrechte geen aandacht besteed aan het verweer van Alert dat het artikel in de raamovereenkomst geen ontbindingsgrond, maar een opzeggingsmogelijkheid inhoudt. Lees verder >

Einde hoofdhuurovereenkomst levert niet noodzakelijk wanprestatie onderverhuurder op

CB 2018-53 Geplaatst op 29 mrt 2018 door

HR 23 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:284

De onbevoegdheid van een verhuurder om een zaak aan de huurder in gebruik te geven, levert pas wanprestatie op indien een derde tegenover de huurder een beter recht pretendeert te hebben en het gebruik daardoor feitelijk wordt gestoord. Zolang de hoofdverhuurder de zaak niet van de onderhuurder opeist, behoudt deze het feitelijk gebruik daarvan en pleegt de onderverhuurder geen wanprestatie. Indien de (onder)huurder bekend wordt met de onbevoegdheid van zijn verhuurder, kan hij een beroep doen op art. 6:80 BW om de overeenkomst te ontbinden, of zijn betalingsverplichting opschorten ingevolge art. 6:263 BW. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

CB 2018-50 Geplaatst op 22 mrt 2018 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraagprocedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) arbeidsongeschiktheidsverzekering en polisvoorwaarden, (2) uitleg art. 6:265 lid 1 BW bij huur en verhuur van sociale woonruimte, (3) loonbetaling vanaf datum ontslag, (4) vonnis mee-gewezen door rechter die ten tijde van de uitspraak inmiddels raadsheer in hof was, (5) de procesrechtelijke positie van de moeder bij beëindiging van gezag van de vader. Lees verder >

Gedekt verweer & redelijkheid en billijkheid bij opzegging van duurovereenkomsten

CB 2018-42 Geplaatst op 22 feb 2018 door

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ Group)

(i) Wanneer de wet of een duurovereenkomst voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 6:248 lid 1 meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden. (ii) De uitleg van stellingen en verklaringen van procespartijen die ten grondslag liggen aan de beslissing van een hof dat sprake is van een gedekt verweer, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Lees verder >

Matiging van een boetebeding

CB 2018-41 Geplaatst op 22 feb 2018 door

HR 16 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:207 (Turan/Easystaff)

Hoewel de in art. 6:94 BW opgenomen maatstaf voor matiging tot terughoudendheid noopt, kan de rechter onder bepaalde omstandigheden slechts een fractie van de boete toewijzen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist en als de toepassing van dat boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. De toets of een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, is een met feitelijke waarderingen verweven oordeel en kan daarom in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Lees verder >

Uitleg kettingbeding in leveringsaktes

CB 2018-33 Geplaatst op 08 feb 2018 door

HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:148

Voor de uitleg van een kettingbeding tussen partijen waarbij het kettingbeding in de overeenkomst is opgenomen komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van hun overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn (de Haviltex-maatstaf). Voor successieve opvolgers van één van de partijen dient dezelfde maatstaf te worden gehanteerd. Dit verschilt wezenlijk van de situatie waarbij een kettingbeding wordt uitgelegd in de verhouding met derden, daar wordt de geobjectiveerde partijbedoeling als maatstaf gehanteerd. Lees verder >

Niet de vordering zelf, maar het feitencomplex ten grondslag aan de vordering, is bepalend voor toepassing van de verjaringstermijn van artikel 7:23 lid 2 BW

CB 2018-17 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 17 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:2902, (MBS / verweerders)

De verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW is ook van toepassing op een vordering gebaseerd op bedrog waaraan feiten ten grondslag liggen die ook een vordering uit non-conformiteit zouden kunnen dragen. De verjaringstermijn is slechts dan niet van toepassing indien de vordering wegens bedrog is onderbouwd met feiten die zelfstandig, dus los van de feiten die de non-conformiteitsvordering kunnen dragen, bedrog opleveren. Lees verder >

Ontstaansmoment loonvordering zorgverlener

CB 2018-15 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2901 (Famed/Kreikamp q.q.)

Een redelijke toepassing van art. 7:461 BW brengt mee dat ingeval in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst meerdere, als zodanig identificeerbare en op geld waardeerbare deelprestaties kunnen worden aangewezen, na verrichting van elk van die deelprestaties een daarmee corresponderende vordering tot betaling van loon ontstaat. Lees verder >

Perikelen rondom verzuim en noodzaak tot ingebrekestelling bij ontbinding aannemingsovereenkomst

CB 2018-7 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3144

Caribische zaak. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting omtrent art. 6:83 aanhef en onder c van het Curaçaose BW door te onderzoeken of verzoeker uit een mededeling van verweerder had moeten afleiden dat verweerder in de nakoming van de op hem rustende verbintenissen uit de aannemingsovereenkomst zou tekortschieten, in welk geval een ingebrekestelling achterwege kon blijven. Lees verder >

Volledig cursusgeld verschuldigd bij annulering?

CB 2017-199 Geplaatst op 22 nov 2017 door

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2775

Bij de beoordeling van de vraag of een annuleringsbeding in een overeenkomst van opdracht onredelijk bezwarend is, kan – ook wanneer dit artikel niet rechtstreeks van toepassing is – aansluiting worden gezocht bij art. 7:411 BW. Lees verder >

Pagina 1 van 1712345...10...Minst recente »