Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Verbintenissenrecht

Tekortkoming in een overeenkomst van opdracht; op wie rust de bewijslast?

CB 2018-160 Geplaatst op 11 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1776

Als een opdrachtnemer de van de opdrachtgever ter doorbetaling aan een derde ontvangen geldbedragen voor zichzelf behoudt, schiet de opdrachtnemer tekort in de uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever lijdt dan schade ten belope van die geldbedragen. Op grond van art. 7:403 lid 2 BW is het aan de opdrachtnemer om te bewijzen dat hij over de geldbedragen heeft beschikt overeenkomstig het doel waarvoor ze aan hem zijn verschaft en er dus geen sprake is van een tekortkoming. Lees verder >

Het einde van samenhangende overeenkomsten

CB 2018-146 Geplaatst op 20 sep 2018 door

HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1672 (en samenhang met HR 14 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1418)

In het scenario dat één van twee samenhangende overeenkomsten tot een einde is gekomen, kan niet met de enkele verwijzing naar de samenhang tussen de overeenkomsten worden geoordeeld dat de andere overeenkomst ook tot een einde is gekomen.   Lees verder >

Borgtochtovereenkomst; wel of geen toestemming van echtgenoot vereist?

CB 2018-140 Geplaatst op 26 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1220

Bij een borgstelling voor bankkredieten is niet zonder meer de uitzondering op het toestemmingsvereiste van art. 1:88 lid 5 BW van toepassing. De maatstaf voor de toepasselijkheid van die uitzondering is of de rechtshandeling waarvoor de zekerheid wordt verstrekt, zelf behoort tot de rechtshandelingen die ten behoeve van de normale uitoefening van een bedrijf plegen te worden verricht. Lees verder >

Borgtocht is geen wederkerige overeenkomst: geen ontbinding

CB 2018-137 Geplaatst op 19 jul 2018 door

HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915 (Wave/ABN AMRO)

Een borgtochtovereenkomst is geen wederkerige overeenkomst, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt een verbintenis op zich: daar staat niet een tegenprestatie van de schuldeiser tegenover. Daar doet niet aan af dat er uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser kunnen voortvloeien, zoals een jegens de borg in acht te nemen zorgvuldigheidsverplichting. Als de schuldeiser tekortschiet in een dergelijke verplichting, kan de borg recht op schadevergoeding hebben. Ontbinding is echter niet mogelijk, omdat de borgtochtovereenkomst geen wederkerige overeenkomst is. Dat kan anders zijn wanneer in verband met de borgtocht ook door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties. In dat geval zijn de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten, waaronder art. 6:265 BW, van overeenkomstige toepassing. Lees verder >

Een meetinstructie van de NVM en aansprakelijkheid

CB 2018-132 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176

Kopers mogen er in beginsel van uitgaan dat de meetinstructie is gehanteerd en dat de in de verkoopinformatie genoemde woon- of gebruiksoppervlakte dus overeenkomt met de netto woonoppervlakte van de woning. Lees verder >

Voordeelstoerekening: ook van toepassing bij van derden ontvangen voordelen

CB 2018-126 Geplaatst op 12 jul 2018 door

HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027

Ook van derden ontvangen voordelen komen, indien aan de uit de maatstaf voortvloeiende eisen is voldaan, voor toerekening in aanmerking.  Lees verder >

Eindarrest over vordering tot blokkade The Pirate Bay

CB 2018-118 Geplaatst op 04 jul 2018 door

HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1046 (Brein/XS4ALL en Ziggo)

1. Een torrent index website als The Pirate Bay verricht een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn.
2. Op een vordering van een rechthebbende tegen een internet service provider tot blokkade van een torrent index website die inbreuk op zijn rechten maakt, is de Handhavingsrichtlijn van toepassing, ook al maakt de provider zelf geen inbreuk.

Lees verder >

Een kwijtingsverklaring is niet zonder meer ook een kwijtschelding

CB 2018-115 Geplaatst op 02 jul 2018 door

HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:975

Een kwijtingsverklaring houdt in beginsel niet meer in dan bewijs dat een betaling heeft plaatsgevonden, waartegen tegenbewijs openstaat. In een dergelijke verklaring houdt niet zonder meer ook een kwijtschelding in als bedoeld in art. 6:160 lid 2 BW. Voor kwijtschelding is vereist dat partijen zijn overeengekomen dat het verschuldigde bedrag niet geheel zou worden voldaan, of dat zij, bij wege van een vaststellingsovereenkomst, aan enige onzekerheid over de verschuldigdheid ervan een einde hebben willen maken. Lees verder >

Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling moet plaatsvinden volgens regels van art. 3:250 e.v. BW

CB 2018-114 Geplaatst op 28 jun 2018 door

HR 22 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:972

De art. 3:250 e.v. BW en 2:198 lid 6 BW moeten zo worden uitgelegd dat ook bij de executoriale verkoop van aandelen door de pandhouder met inachtneming van een statutaire blokkeringsregeling de regeling van art. 3:250 e.v. BW van toepassing is. De art. 3:250 e.v. BW zijn dus ook van toepassing op de executoriale verkoop van aandelen die onderworpen zijn aan de aanbiedingsregeling van art. 2:195 lid 1 BWLees verder >

Alle omstandigheden van belang bij uitleg telefonische uitlating over opzegging vof

CB 2018-109 Geplaatst op 25 jun 2018 door

HR 01-06-2018, ECLI:NL:HR:2018:819

Tussen partijen is in geschil of de vof door opzegging is geëindigd als gevolg van een telefonische uitlating. Deze telefonische uitlating moet worden uitgelegd aan de hand van art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Dat partijen in de vennootschapsakte een vormvereiste voor opzegging zijn overeengekomen, is een omstandigheid die van belang kan zijn bij de beantwoording van de vraag of de telefonische uitlating mocht worden opgevat als opzegging. Lees verder >

Pagina 1 van 1812345...10...Minst recente »