HR 3 juli 2026 ECLI:NL:HR:2026:1159
Kansspelovereenkomsten met een online aanbieder die niet beschikt over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen zijn niet nietig. (meer…)
Dossier: Verbintenissenrecht
HR 3 juli 2026 ECLI:NL:HR:2026:1159
Kansspelovereenkomsten met een online aanbieder die niet beschikt over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen zijn niet nietig. (meer…)
Hoge Raad 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793
Op 22 mei 2026 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over dwaling en de bancaire zorgplicht bij het aangaan van renteswaps. De Hoge Raad oordeelt hierin dat er geen algemene verplichting bestaat om een interne verwachting over de ontwikkeling van de rente aan de klant mee te delen, maar dat daarvoor in dit geval mogelijk wel aanleiding bestond. Ook neemt de Hoge Raad afstand van het begrip ‘bijzondere’ zorgplicht. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.
Cassatievlog #164 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:596
Deze uitspraak gaat over de verdeling van aansprakelijkheid binnen een onderneming voor een boete wegens een overtreding van de mededingingsregels. Deze verdeling is een kwestie van nationaal recht. Een inbreuk op het mededingingsrecht door een dochtermaatschappij is niet zonder meer onrechtmatig jegens haar moedermaatschappij, zo oordeelt de Hoge Raad. (meer…)
Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596
Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.
Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
HR 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:348
Het hof heeft het betoog dat de toepassing van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was (art. 6:248 lid 2 BW) niet voldoende gemotiveerd beoordeeld. (meer…)
HR 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:199
Deze zaak gaat over de vraag of er nog grond is voor opheffing van dwalingsnadeel op de voet van art. 6:230 lid 2 BW, nadat duidelijk is geworden dat de mogelijke bouw van een megastal, waarover de eisers bij de koop van hun woning hebben gedwaald, niet doorgaat. De Hoge Raad oordeelt dat de uitgangspunten die het hof in dit geval aan zijn beoordeling ten grondslag heeft gelegd geen andere conclusie toelaten dan dat zulk nadeel (nog steeds) aanwezig is. (meer…)