Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


Hoge Raad 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793

Op 22 mei 2026 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over dwaling en de bancaire zorgplicht bij het aangaan van renteswaps. De Hoge Raad oordeelt hierin dat er geen algemene verplichting bestaat om een interne verwachting over de ontwikkeling van de rente aan de klant mee te delen, maar dat daarvoor in dit geval mogelijk wel aanleiding bestond. Ook neemt de Hoge Raad afstand van het begrip ‘bijzondere’ zorgplicht. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #164 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:596

Deze uitspraak gaat over de verdeling van aansprakelijkheid binnen een onderneming voor een boete wegens een overtreding van de mededingingsregels. Deze verdeling is een kwestie van nationaal recht. Een inbreuk op het mededingingsrecht door een dochtermaatschappij is niet zonder meer onrechtmatig jegens haar moedermaatschappij, zo oordeelt de Hoge Raad. (meer…)

Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596

Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:199

Deze zaak gaat over de vraag of er nog grond is voor opheffing van dwalingsnadeel op de voet van art. 6:230 lid 2 BW, nadat duidelijk is geworden dat de mogelijke bouw van een megastal, waarover de eisers bij de koop van hun woning hebben gedwaald, niet doorgaat. De Hoge Raad oordeelt dat de uitgangspunten die het hof in dit geval aan zijn beoordeling ten grondslag heeft gelegd geen andere conclusie toelaten dan dat zulk nadeel (nog steeds) aanwezig is. (meer…)

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94

Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. (meer…)

Cassatieblog.nl