Dossier: Verbintenissenrecht


HR 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:199

Deze zaak gaat over de vraag of er nog grond is voor opheffing van dwalingsnadeel op de voet van art. 6:230 lid 2 BW, nadat duidelijk is geworden dat de mogelijke bouw van een megastal, waarover de eisers bij de koop van hun woning hebben gedwaald, niet doorgaat. De Hoge Raad oordeelt dat de uitgangspunten die het hof in dit geval aan zijn beoordeling ten grondslag heeft gelegd geen andere conclusie toelaten dan dat zulk nadeel (nog steeds) aanwezig is. (meer…)

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94

Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. (meer…)

HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856

Een kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en haar cliënt hoeft niet te worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, omdat daarover afzonderlijk is onderhandeld. (meer…)

HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685

De Hoge Raad verduidelijkt dat voor stuiting van de verjaring ten aanzien van een ontbindingsvordering art. 3:317 lid 2 BW geldt, ook als die vordering wordt gecombineerd met een schadevergoedingsvordering. Dit betekent dat de schriftelijke aanmaning van art. 3:317 BW binnen zes maanden moet worden gevolgd door een stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:316 BW (zoals een dagvaarding). Nu geen stuitingshandeling als bedoeld in art. 3:316 BW had plaatsgevonden, was de ontbindingsvordering in dit geval dus verjaard. (meer…)

Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799

Ruben de Graaff bespreekt de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 28 november 2025 over de betekenis van het Kinderrechtenverdrag bij de beoordeling van een vordering tot ontruiming van een woning waarin ook minderjarige kinderen wonen.

 

Cassatievlog #149 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Hoge Raad 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685

Stuiting van een ontbindingsvordering kan alleen plaatsvinden door middel van een schriftelijke mededeling als die binnen zes maanden wordt gevolgd door het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging. Dat geldt ook als de ontbindingsvordering wordt gecombineerd met een vordering tot schadevergoeding. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in 3 minuten.

Cassatievlog #147 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

 

Cassatieblog.nl