Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1423

In deze zaak vochten twee buren om de winst. Eisers en verweersters zijn de respectievelijke eigenaars van twee naast elkaar gelegen woningen. In de leveringsakten van de woningen stond een aantal erfdienstbaarheden opgenomen. Verweersters plaatsen op enig moment een hekwerk vanaf de voorzijde en langs hun woning tot aan de schutting in de achtertuin. Eisers vinden dat maar niks, want nu kunnen zij niet meer parkeren zoals zij willen. Eisers beginnen daarom een procedure. De zaak spitst zich toe op de uitleg van de erfdienstbaarheden. (meer…)

HR 1 oktober 2021 ECLI:NL:HR:2021:1425

In het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1425 was aan de orde of een woningbouwcorporatie toestemming van de Minister op de voet van art. 27 Woningwet nodig heeft voor een besluit van de woningbouwcorporatie tot vervreemding van grond aan een projectontwikkelaar nadat de daarop staande woningen zijn gesloopt (het ging overigens over de Woningwet en onderliggende besluiten zoals die voor 20 december 2016 golden). (meer…)

HR 24 september 2021 ECLI:NL:HR:2021:1360

De Hoge Raad heeft beslist dat een opt-in systeem voor reclamedrukwerk door de beugel kan. In het verleden werd reclamedrukwerk in alle brievenbussen bezorgd, tenzij een Nee/Nee of Nee/Ja sticker op de brievenbus was aangebracht (de eerste betekende dat ook geen huis-aan-huisbladen mochten worden bezorgd, bij de tweede sticker was dat wel toegestaan). Er gold dus een opt-out systeem. De gemeente Amsterdam heeft dit systeem als eerste gewijzigd, met name om papierafval te verminderen, door in haar Afvalstoffenverordening te kiezen voor een opt-in systeem. In dit systeem mag reclamedrukwerk alleen worden bezorgd indien een bewoner expliciet heeft aangegeven die te willen ontvangen door middel van een Ja/Ja-sticker. Na Amsterdam zijn vele gemeente gevolgd, waaronder Rotterdam en Den Haag. (meer…)

HR 9 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1101

(i) Partijen kunnen nader zijn overeengekomen in welke gevallen sprake is van ‘niet aan de overeenkomst beantwoorden’ in de zin van art. 7:17 BW. Of dat het geval is, is een kwestie van uitleg van de overeenkomst.

(ii) Art. 7:15 BW heeft geen betrekking op het niet of moeilijk incasseerbaar zijn van een overgedragen vordering als gevolg van (gehele of gedeeltelijke) nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst waaruit die vordering voortvloeit. Een dergelijke eigenschap van een overgedragen vordering is geen bijzondere last of beperking in de zin van art. 7:15 BW.  (meer…)

HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:860

Deze zaak gaat (mede) over de vraag in hoeverre de rechter op grond van art. 6:103 BW Curaçao (dat gelijk is aan het Nederlandse art. 6:103 BW) bevoegd is om in hoger beroep een andere vorm van schadevergoeding toe te wijzen dan in eerste aanleg is toegewezen. (meer…)

HR 18 juni 2021, ECLI:NL:HR: 2021:957 (Vereniging van Albert Heijn Franchisenemers c.s./Albert Heijn c.s.)

Deze procedure gaat over de financiële afrekening tussen Albert Heijn als franchisegever en het merendeel van haar franchisenemers over 2008 en de jaren daarna. In deze procedure speelt de uitleg van de (standaard) franchiseovereenkomst (“FO”) die tussen partijen is gesloten, een centrale rol. (meer…)