Selecteer een pagina

Dossier: Verbintenissenrecht


HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862

De Hoge Raad geeft in een uitvoerig arrest antwoord op prejudiciële vragen over de rol van een tussenpersoon bij de verkoop van aandelenlease-producten en de gevolgen daarvan voor de vergoedingsplicht van de aanbieder (Dexia).  (meer…)

HR 10 juni 2022 (eiser / de vennootschap) ECLI:NL:HR:2022:852

In dit vlog bespreekt Paul Tanja een recente uitspraak van de Hoge Raad over de inbreng van de economische eigendom van een goed in een vennootschap. Wat is economische eigendom en hoe beoordeel je of die is ingebracht in de vennootschap? Die vragen zijn relevant om te bepalen of de vennootschap aanspraak kan maken op de eventuele waardevermeerdering of –vermindering van het goed.

 

HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:121

Slagende motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat VvE en Q-Park aansprakelijk zijn voor schade die is veroorzaakt door een sinkhole onder winkelcentrum ‘t Loon in Heerlen. (meer…)

HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347 (Stichting Music#MeToo / Warner Music Benelux B.V)

Moet een belangenvereniging die een collectieve actie wil instellen voor een voorlopig getuigenverhoor ook aan de eisen van art. 3:305a BW voldoen? En is het oude of het nieuwe art. 3:305a BW van toepassing? Martijn Scheltema licht dit in 3 minuten toe aan de hand van een recente uitspraak van de Hoge Raad.

 

HR 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1804

Art. 7:768 lid 3 BW jo. art. 6:51 lid 2 BW moet zo worden uitgelegd dat alleen sprake is van vervangende zekerheid indien de aangeboden zekerheid gelijkwaardig is aan het depot. Als de zekerheid bestaat in een bankgarantie, betekent dit dat de bankgarantie in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden inroepbaar moet zijn als het depot. (meer…)

HR 11 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:347 (Stichting Music#MeToo / Warner Music Benelux B.V)

Wanneer de voorgenomen vordering een collectieve actie is als bedoeld in art. 3:305a BW, kan het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor worden afgewezen wegens onvoldoende belang als onvoldoende aannemelijk is dat de verzoeker voldoet aan de vereisten van art. 3:305a BW. (meer…)