Dossier: Verbintenissenrecht


Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1082

Een inzittende van een auto waarmee een ongeval plaatsvindt, heeft ook recht op een uitkering door de WAM-verzekeraar als zij die verzekeraar eerder heeft misleid om de verzekering te krijgen. Die misleiding doet niet af aan het eigen recht op schadevergoeding van de benadeelde (art. 6 WAM). Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Cassatievlog #138 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820

(i) Een proceskostenbeding in een huurovereenkomst, op grond waarvan de huurder die tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst alle gerechtelijke kosten moet betalen die de verhuurder maakt, is oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EG (hierna: de Richtlijn oneerlijke bedingen). Een dergelijk beding is daarom vernietigbaar.
(ii) Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) is niet met zekerheid af te leiden of de rechter vervolgens nog een proceskostenveroordeling op de voet van art. 237 e.v. mag uitspreken ten laste van de huurder. De Hoge Raad stelt hierover een prejudiciële vraag aan het HvJEU. (meer…)

HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:389

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: hof) heeft een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan diens tussenvonnis, omdat het hof in het eindvonnis aan algemene voorwaarden een wezenlijk andere betekenis toekent dan het hof in het tussenvonnis deed.

Daarnaast slagen verschillende andere motiveringsklachten tegen het tussen- en eindvonnis. (meer…)

Cassatieblog HR 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:258 (eiser/Gemeente Montfoort)

Bij het wijzen van zijn eindarrest was het hof in beginsel gebonden aan zijn in zijn tussenarrest uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Wel stond het het hof vrij om – nadat partijen de gelegenheid hadden gekregen zich daarover uit te laten – deze bindende eindbeslissing te heroverwegen om te voorkomen dat het uitspraak zou doen op een feitelijk of juridisch onjuiste grondslag. (meer…)

Hoge Raad 14 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:258

In deze zaak bevestigt de Hoge Raad nog eens dat de rechter in beginsel alleen mag terugkomen van een bindende eindbeslissing in een tussenuitspraak nadat partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich uit te laten over een voornemen daartoe. Als de rechter meent dat plaats is voor een uitzondering op die regel, moet hij motiveren waarom dat zo is. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt de uitspraak.

Cassatieblog.nl