Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

BW art. 6:248 lid 2

Loondoorbetaling na in hoger beroep rechtsgeldig gebleken ontslag op staande voet

CB 2018-135 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209 en ECLI:NL:HR:2018:1218

Indien het hof oordeelt dat de kantonrechter een aan een werknemer gegeven ontslag op staande voet ten onrechte heeft vernietigd en het hof een toekomstige einddatum bepaalt waarop de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt, kan aan de werknemer zijn loonaanspraak over de periode tussen de ontslagdatum en de einddatum op grond van art. 7:627 en 7:628 lid 1 BW worden ontzegd. Het arrest Van der Gulik/Vissers (HR 21 maart 2013, ECLI:NL:HR:2003:AF3057, NJ 2007/32) staat hier niet aan in de weg. De Hoge Raad formuleert uitgangspunten voor de beoordeling of aan de werknemer op grond van deze bepalingen zijn loonaanspraak moet worden ontzegd. Loonmatiging (art. 7:680a BW) of (gehele of gedeeltelijke) ontzegging van de aanspraak op loonbetaling (art. 6:248 lid 2 BW) zijn alternatieve mogelijkheden. Lees verder >

Doorbreking aansprakelijkheidslimiet personenvervoer over binnenwateren en art. 1 EP EVRM

CB 2018-93 Geplaatst op 30 mei 2018 door

HR 18 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:729

(i) Er is bij de aansprakelijkheidslimiet in art. 8:983 lid 1 BW niet sprake van bijzondere, niet in de afweging van de wetgever verdisconteerde, omstandigheden. Indien wordt aangenomen dat het recht op volledige schadevergoeding in beginsel door art. 1 EP EVRM wordt gewaarborgd (dat laat de Hoge Raad in het midden) en er dus een inbreuk is op het eigendomsrecht als de aansprakelijkheid wordt gelimiteerd, kan vanwege het algemeen belang dat de aansprakelijkheid – ook bij dood of letsel van de reiziger – kan worden beperkt, niet worden gezegd dat de wetgever niet tot de bepaling van art. 8:983 lid 1 BW had mogen komen.

(ii) De algemene maatregelen van bestuur waarbij de limiet niet is verhoogd – ondanks de verhogingen bij regelingen van andere vervoersmodaliteiten, waaronder het CLNI waarop de wetgever zich had kunnen oriënteren – kunnen op grond van art. 6:248 lid 2 geheel of ten dele buiten toepassing worden gelaten, mede gelet op de ernst van het letsel.

(iii) De verhoging van de limiet gaat de taak van de rechter te buiten, voor zover niet kan worden aangeknoopt bij objectieve maatstaven. Bij de inflatie kan dat wel en daarom mocht het hof de limiet doorbreken voor zover de wetgever niet rekening had gehouden met de geldontwaarding. Dat oordeel doorstaat de “fair-balance” toets. Lees verder >

Gedekt verweer & redelijkheid en billijkheid bij opzegging van duurovereenkomsten

CB 2018-42 Geplaatst op 22 feb 2018 door

HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ Group)

(i) Wanneer de wet of een duurovereenkomst voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 6:248 lid 1 meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden. (ii) De uitleg van stellingen en verklaringen van procespartijen die ten grondslag liggen aan de beslissing van een hof dat sprake is van een gedekt verweer, is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt. Lees verder >

Beëindiging kredietovereenkomst door bank rechtsgeldig? Derogerende werking van redelijkheid en billijkheid

CB 2014-176 Geplaatst op 12 nov 2014 door

HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929 (ING Bank N.V./Verweersters)

De beëindiging door de kredietverlener van een kredietovereenkomst op grond van een overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging is niet rechtsgeldig als gebruikmaking van die bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.  Lees verder >

Inning van verzekeringspremie voor niet-bestaand risico maakt dekkingsweigering niet onaanvaardbaar

CB 2014-123 Geplaatst op 03 jul 2014 door

HR 26 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1558 (Eiseressen/Aegon)

Een verzekeraar die premie heeft geïnd voor een risico dat achteraf bezien niet heeft bestaan, kan ingevolge art. 7:938 BW gehouden zijn tot premierestitutie. De enkele inning van premie noopt evenwel niet tot de conclusie dat de verzekeraar op grond van art. 6:248 lid 2 BW dekking moet verlenen voor schade als gevolg van niet-verzekerde activiteiten. Lees verder >

Beëindiging verzekering wegens overgang van verzekerd belang

CB 2013-103 Geplaatst op 12 jun 2013 door

HR 7 juni 2013, LJN BZ3670 (Wasserij De Blinde en Phrontos/Achmea Schadeverzekeringen)

De enkele omstandigheid dat de verzekeraar niet heeft gemotiveerd dat en waarom hij – bij overgang van het verzekerde belang – de nieuwe verzekerde zou hebben geweigerd, als deze tijdig om voortzetting van de verzekering zou hebben verzocht, is onvoldoende om een beroep op beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar te doen zijn. Het hof heeft echter geen kenbare aandacht besteed aan de overige, door de (nieuwe) verzekerde aangevoerde omstandigheden en dus is zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd. Lees verder >

Bancaire zorgplicht bij echtelijke toestemming voor borgtocht

CB 2013-68 Geplaatst op 15 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY8651 (Eisers/Rabobank Hilvarenbeek-Oisterwijk)

De zorgplicht van de schuldeiser jegens de borg strekt zich in beginsel niet uit tot de echtgenoot die op grond van art. 1:88 BW toestemming dient te geven voor de borgtocht. De omstandigheden van het geval kunnen echter meebrengen dat, los van de vraag of echtelijke toestemming is vereist, op een bank uit hoofde van haar bijzondere zorgplicht jegens de echtgenoot als klant een waarschuwingsplicht komt te rusten omtrent de aan de borgstelling verbonden risico’s. Lees verder >

Insolventieclausule en onevenredige benadeling schuldeisers

CB 2013-67 Geplaatst op 15 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BY9087 (Curatoren Megapool/Laser)

Een beding op grond waarvan een prestatie niet meer verschuldigd is, enkel vanwege het faillissement van de schuldeiser, kan een onaanvaardbare inbreuk opleveren op art. 20 Fw. Afhankelijk van de context en de overige omstandigheden van het geval kan een dergelijk beding nietig zijn op de voet van art. 3:40 BW. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat een beroep op zo’n beding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is in de zin van art. 6:248 lid 2 BW. Lees verder >

Maatstaven matiging loondoorbetalingsverplichting ex 6:248 lid 2 BW dezelfde als bij matiging ex art. 7:680a BW

CB 2012-187 Geplaatst op 03 okt 2012 door

HR 28 september 2012, LJN BW9867 (X/Sappi Nijmegen B.V.)

De rechter moet bij een matiging van een vordering tot doorbetaling van loon ex art. 6:248 lid 2 BW dezelfde maatstaven hanteren als in de rechtspraak voor de toepassing van art. 7:680a BW zijn ontwikkeld. Noch de duur van de procedure, noch de mate waarin deze is toe te rekenen aan de werknemer, zijn in beginsel omstandigheden die matiging kunnen rechtvaardigen. Lees verder >

Onaanvaardbaar beroep werkgever op vervaltermijn BBA bij inroepen nietigheid ontslag op staande voet

CB 2012-135 Geplaatst op 27 jun 2012 door

HR 22 juni 2012, LJN BW5695 (ABN AMRO/X)

Na een ontslag op staande voet kan een werknemer gedurende een half jaar de nietigheid van dat ontslag inroepen (art. 9 lid 3 BBA). Een beroep van een werkgever op deze vervaltermijn kan – hoewel daaraan in beginsel strikt de hand moet worden gehouden – onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Bij de honorering van een beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid moet  de rechter grote terughoudendheid betrachten; nog meer dan bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW in het algemeen al het geval is. Lees verder >