Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Prejudiciële vragen Hoge Raad

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

CB 2017-156 Geplaatst op 31 aug 2017 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraag-procedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) erkenning kind in Sint-Maarten, (2) aanvullende vragen over verschuldigdheid van dividendbelasting door buitenlandse beleggingsinstellingen, (3) het afsluiten van een WAM-verzekering motorrijtuig nadat daarmee een ongeval heeft plaats gevonden, (4) vordering van de Ontvanger in faillissement  ingeval van oneigenlijke lossing met betrekking tot rentekas-btw en (5) of art. 7:673 lid 7 aanhef en onder b BW in strijd is met Richtlijn 2000/78 EG. Lees verder >

Beantwoording prejudiciële vragen over de situatie van meerdere gedaagden waarin de één wel verschijnt en de anderen niet: verstekvonnis of vonnis op tegenspraak?

CB 2017-139 Geplaatst op 20 jul 2017 door

HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1274

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over art. 140 Rv. In het geval als in de onderhavige procedure, waarin drie partijen zijn gedagvaard, waarvan twee partijen niet zijn verschenen en de zaak van de wel verschenen partij na intrekking van de eis is doorgehaald, moet het door de rechtbank ten aanzien van de niet verschenen gedaagden gewezen vonnis worden aangemerkt als een verstekvonnis, waartegen het rechtsmiddel van verzet openstaat. Lees verder >

Beantwoording prejudiciële vraag omtrent uitleg wachtgeldregeling cao Jeugdzorg

CB 2017-97 Geplaatst op 18 mei 2017 door

HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:772

Beantwoording prejudiciële vraag. De invoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, in combinatie met de daarbij opgelegde taakstelling/budgetkorting aan de gemeenten van 15% over de jaren 2015-2017, is te beschouwen als een door het ministerie van VWS en/of het ministerie van V&J opgelegde bezuinigings- en/of saneringsmaatregel als bedoeld in de cao Jeugdzorg. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen

CB 2017-95 Geplaatst op 11 mei 2017 door

Het overzicht van lopende zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. Lees verder >

Art. 2:18 BW (omzetting van rechtspersonen) leent zich ook voor toepassing op kerkgenootschappen

CB 2017-94 Geplaatst op 11 mei 2017 door

HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:771 (NIISA)

Art. 2:18 BW dat omzetting van rechtspersonen mogelijk maakt, leent zich voor overeenkomstige toepassing op kerkgenootschappen. Overeenkomstige toepassing is alleen geoorloofd als dat is te verenigen met het statuut van het kerkgenootschap of de aard der onderlinge verhoudingen. Bij het toetsen aan de niet-limitatieve voorwaarden van art. 2:18 BW dient de rechter inmenging in geloofskwesties te vermijden. Wanneer voor de omzetting geen rechterlijke machtiging is vereist, rust er een zorgplicht op de notaris die bij de omzetting is betrokken. Lees verder >

Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging leaseovereenkomst wegens wanbetaling

CB 2017-133 Geplaatst op 21 apr 2017 door

HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:773

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over schadevergoeding bij beëindiging dan wel ontbinding van een effectenleaseovereenkomst wegens wanbetaling van een lessee en concludeert dat art. 6 van de door Dexia gehanteerde Bijzondere voorwaarden een oneerlijk beding is in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG voor zover het betrekking heeft op de rentetermijnen die ten tijde van de beëindiging nog toekomstig waren.

Lees verder >

Maatstaven bij exhibitievorderingen in IE-zaken: vragen aan het HvJEU

CB 2017-41 Geplaatst op 02 mrt 2017 door

HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2834 (Synthon/Astellas)

Prejudiciële vragen aan het HvJEU over de maatstaf voor toewijsbaarheid van een exhibitievordering in IE-zaken: moet onderscheid moet worden gemaakt al naargelang de partij van wie exhibitie wordt verlangd, een (beweerdelijke) inbreukmaker is of een derde? En aan de hand van welke maatstaf moet de gegrondheid worden beoordeeld van een nietigheidsverweer? Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen

CB 2017-27 Geplaatst op 17 feb 2017 door

vraagtekensHet overzicht van lopende zaken vermeldt vijf nieuwe civiele zaken (afgezien van 2 fiscaal-rechtelijke zaken) waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld.  De vragen zien op (1) is artikel 6 Bijzondere voorwaarden een  beding dat op grond van Richtlijn 93/13 als oneerlijk moet worden beschouwd, (2) de invoering van de Jeugdwet en de WMO 2015, (3) kan art. 2:18 BW over omzetting van rechtspersonen overeenkomstig worden toegepast ten aanzien van kerkgenootschappen, (4) erkenning van bigamie en (5) tijdstip aanvang van de tien-jaar-termijn: het materiele einde of het formele einde van de schuldsanering. Lees verder >

WWZ: voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst blijft mogelijk

CB 2017-6 Geplaatst op 12 jan 2017 door

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2998 (Stichting Mediant/X)

(1) Ook onder de WWZ kan de werkgever nog steeds een verzoek doen tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval een gegeven ontslag op staande voet wordt vernietigd. (2) Het is wenselijk dat de rechter het verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet en het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding zoveel mogelijk gelijktijdig behandelt en beslist. (3) In de procedure tot voorwaardelijke ontbinding zijn de wettelijke bewijsregels in beginsel van overeenkomstige toepassing. Lees verder >

De veertiendagenbrief: aanvang van de veertiendagentermijn en bewijs van ontvangst

CB 2016-189 Geplaatst op 15 dec 2016 door

HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704 (Fa-Med/Verweerster)

De Hoge Raad beantwoordt (wederom) prejudiciële vragen over de in art. 6:96 lid 6 BW bedoelde veertiendagenbrief. De vragen gaan over (stelplicht en bewijslast ter zake van) de aanvang van de veertiendagentermijn en de gevolgen van een onjuiste vermelding daarvan. Kern is dat de consument-schuldenaar de volle veertien dagen de gelegenheid moet krijgen om zijn geldschuld te betalen, alvorens incassokosten verschuldigd te zijn, dat de schuldeiser moet bewijzen dat deze gelegenheid ook is geboden en dat geen incassokosten verschuldigd zijn indien de termijn onjuist, verwarrend of misleidend is weergegeven. Lees verder >

Pagina 1 van 612345...Minst recente »