Dossier: Financieel recht


HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1544

Een fusie is geldig zolang de rechter de fusie niet heeft vernietigd. Het ontbreken van instemming van DNB is geen grond voor vernietiging van de fusie. In de parlementaire geschiedenis is geen steun te vinden voor de opvatting dat art. 1:23 lid 1 Wft alleen betrekking heeft op rechtshandelingen tussen een financiële onderneming en particuliere of zakelijke klanten en dat privaatrechtelijke rechtshandelingen tussen financiële ondernemingen buiten het toepassingsbereik van art. 1:23 lid 1 Wft vallen. Art. 3:119 lid 4 Wft houdt niet in dat, in afwijking van art. 1:23 lid 1 Wft, door het ontbreken van instemming van DNB de overdracht van rechten en verplichtingen nietig of vernietigbaar is. (meer…)

Hoge Raad 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1544

Dit arrest gaat over de pensioenen van havenwerknemers na de fusie van hun verzekeraar Optas met Aegon. Een Optas-statuut dat winst en reserves uitsluitend voor pensioenvoorzieningen bestemde, verviel door de fusie. Ook werd de instemming van DNB met de fusie achteraf vernietigd. De Hoge Raad oordeelt dat de havenwerknemers onvoldoende hebben toegelicht waarom het vervallen van het statuut hun pensioenaanspraken aantast. Verder heeft de herroeping van het instemmingsbesluit geen gevolgen voor de geldigheid van de fusie. Jellis Jansen bespreekt het arrest in drie minuten.

 

Cassatievlog #143 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1237

Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan de bancaire zorgplicht meebrengen dat de bank zich ervan vergewist of de ondernemer zich van een mogelijke toekomstige nadelige ontwikkeling bewust is en, indien dit niet het geval blijkt, haar kennis daarover met deze deelt. (meer…)

HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:389

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: hof) heeft een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan diens tussenvonnis, omdat het hof in het eindvonnis aan algemene voorwaarden een wezenlijk andere betekenis toekent dan het hof in het tussenvonnis deed.

Daarnaast slagen verschillende andere motiveringsklachten tegen het tussen- en eindvonnis. (meer…)

HR 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:743

Dit arrest van de Hoge Raad betreft een geval van mogelijk niet-toegestane advisering door een tussenpersoon in het kader van effectenleaseproducten. Kernvraag was of eigenlijk wel sprake was van advisering. Dat is namelijk een vergunningsplichtige dienst onder de Wet op het financieel toezicht en de oude Wet toezicht effectenverkeer 1995. (meer…)

HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:19

De aanvang van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW vereist daadwerkelijke bekendheid met de schade en de aansprakelijke persoon. Bij de beoordeling of de benadeelde daadwerkelijk bekend was met het tekortschietend of foutief handelen van de aansprakelijke persoon dient de rechter te betrekken of de benadeelde over de kennis en het inzicht beschikte om de deugdelijkheid van het handelen te kunnen beoordelen. (meer…)

Cassatieblog.nl