Selecteer een pagina

Dossier: Overheidsrecht


HR 6 maart 2020 ECLI:NL:HR:2020:382

Bij herverkaveling worden gronden geruild. Eerst wordt een ruilplan vastgesteld en vervolgens worden alle voor- en nadelen als gevolg van de herverkaveling verrekend in de lijst der geldelijke regelingen (LGR). Als de agrarische verkeerswaarde van de ingebrachte en toegedeelde gronden niet gelijk is, wordt dat in de LGR verrekend. Verbetering en verslechtering van bijvoorbeeld de ontsluitingssituatie, wordt niet via de agrarische verkeerswaarde verrekend. Dat gebeurt al voldoende op een andere manier. Bezien wordt aan de hand van onder andere deze factor hoeveel voordeel een eigenaar van de herverkaveling heeft gehad. De kosten van landinrichting worden over de eigenaren omgeslagen naar rato van dat voordeel. (meer…)

6 december 2019 ECLI:NL:HR:2019:1908

 Het voor accountants wettelijk verplichte lidmaatschap van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) is niet in strijd met art. 11 EVRM, omdat de NBA als een publiekrechtelijke vereniging moet worden aangemerkt en geen vereniging is in de zin van die bepaling. Taak advocaat na verzoek om spreektijdverlenging pleidooi ex art. 4.4 Procesreglement gerechtshoven. (meer…)

HR 27 september 2019 ECLI:NL:HR:2019:1449

De Hoge Raad heeft met onmiddellijke ingang rookruimtes in cafés verboden door een uitzondering op het verbod op roken in overdekte openbare plaatsen in art. 6.2 sub b Tabaks- en rookwarenbesluit (gebaseerd op art. 10 lid 2 Tabaks- en rookwarenwet) onverbindend te achten. (meer…)

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1243

 Deze zaak over een beweerde onvolledigheid van het juiste antwoord in het vwo-eindexamen Frans in 2017 heeft destijds de nodige media aandacht gekregen. Recentelijk heeft de Hoge Raad in deze zaak helderheid geschapen over de vraag welke rechter over die kwestie mag oordelen.

(meer…)

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1223

De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk is jegens nabestaanden van mannen die zijn omgekomen bij de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. De aansprakelijkheid is beperkt tot 10% van de schade die de nabestaanden van de mannen die zich op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat bevonden, hebben geleden. (meer…)