Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Overheidsrecht

Vanaf welk moment is een bestuursorgaan aansprakelijk voor een onrechtmatig besluit?

CB 2019-44 Geplaatst op 21 mrt 2019 door

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:353 (eiseressen/gemeente Den Haag)

In deze zaak had een gemeente ten onrechte een bouwvergunning (fase I) geweigerd. De aanvraag was niet in strijd met het bestemmingsplan en de gemeente had buiten de daarvoor geldende beslistermijn beslist. Daardoor was de vergunning van rechtswege op dat moment verleend. De ABRvS stelde daarom vast dat het weigeringsbesluit onrechtmatig was. In deze procedure vorderde de aanvraagster vergoeding van de door dit onrechtmatige besluit geleden schade. Een door de bestuursrechter vernietigd besluit is onrechtmatig vanaf het moment dat het is genomen. Dat is niet anders in een geval als dit, waarin de vergunning door het verstrijken van de beslistermijn al van rechtswege is verleend. De rechter hoeft er in het kader van het causaal verband dus niet van uit te gaan dat de aanvrager zonder de onrechtmatige weigering al daarvoor, aan het einde van de beslistermijn, over een vergunning had beschikt. Aansprakelijkheid vanaf een tijdstip vóór het onrechtmatige besluit kan bestaan wanneer het bestuursorgaan onrechtmatig handelt door niet tijdig te beslissen of aanvrager niet in kennis te stellen van de vergunning. Die grondslagen waren in deze zaak echter niet aan de orde.   Lees verder >

Causaal verband tussen onrechtmatig besluit en gestelde schade?

CB 2019-43 Geplaatst op 21 mrt 2019 door

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:354

Of sprake is van een condicio sine qua non-verband tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade, moet worden vastgesteld door de situatie zoals zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan te vergelijken met de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven. Lees verder >

Te snel investeren vormt een risico voor beoordelende instellingen

CB 2018-169 Geplaatst op 23 okt 2018 door

HR 19 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1973 (EnergyClaim/Staat)

De Hoge Raad heeft in het arrest EnergyClaim/Staat beslist over de vordering van EnergyClaim tot schadevergoeding onder meer wegens het onjuist implementeren van een Europese Richtlijn (Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen, PbEG 2003, L 1/65 (EPB-richtlijn)) op het terrein van energieprestatie-certificaten). Lees verder >

Verrekening van kwaliteitsverschillen in landinrichting

CB 2018-122 Geplaatst op 12 jul 2018 door

HR 29 juni 2018 ECLI:NL:HR:2018:1020

Volgens het stelsel van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) dienen alle voor- en nadelen als gevolg van de ruiling via de LGR (lijst der geldelijke regelingen) te worden verrekend. Daarmee wordt voorzien in een algehele financiële afwikkeling van de herverkaveling. Het gaat daarbij niet alleen om verschillen in oppervlakte, maar ook om eventuele verschillen in gebruikswaarde of kwaliteit. Lees verder >

SNS-zaak: voorlopig getuigenverhoor bij gewone burgerlijke rechter vormt onaanvaardbare doorkruising schadeloosstellingsprocedure ex art. 6:11 Wft

CB 2018-3 Geplaatst op 03 jan 2018 door

HR 17 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:2904

De omstandigheid dat de Ondernemingskamer in een schadeloosstellingsprocedure ex art. 6:11 Wft deskundigen heeft benoemd, verhindert niet dat die kamer (ook) zelf getuigen hoort — ambtshalve of indien daarom wordt verzocht — indien dit voor de waardebepaling van belang is. Met doel en strekking van die procedure is echter niet verenigbaar dat het feitenonderzoek wordt doorkruist of op de uitkomst van de procedure wordt vooruitgelopen door middel van een voorlopig getuigenverhoor ten overstaan van een andere rechter dan de Ondernemingskamer. Lees verder >

Vanaf 2018 verplichting tot ambtshalve onderzoek immuniteit van jurisdictie bij verstek vreemde staat

CB 2017-206 Geplaatst op 07 dec 2017 door

HR 1 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3054 (Irak c.s. / verweerster)

De Hoge Raad komt in dit arrest in zoverre terug van zijn eerdere rechtspraak, dat de Nederlandse rechter nu (wel) ambtshalve onderzoek dient te verrichten naar de immuniteit van jurisdictie van een niet in rechte verschijnende vreemde staat, dan wel internationale organisatie. Die verplichting geldt, met oog op de eisen van rechtszekerheid en hanteerbaarheid van het recht, slechts in zaken die na 1 januari 2018 bij de Nederlandse rechter aanhangig worden gemaakt. Lees verder >

Hoge Raad komt terug van Wherestad-arrest: toerekeningsregel van art. 6:101 lid 2 BW blijft buiten beschouwing bij égalitéaansprakelijkheid

CB 2017-196 Geplaatst op 09 nov 2017 door

HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2789

Wanneer de Staat wegens rechtmatig strafvorderlijk optreden aansprakelijk is voor schade aan zaken van een ander dan de verdachte moet – bij beoordeling van de vraag of de vergoedingsplicht van de Staat op de voet van art. 6:101 lid 1 BW moet worden verminderd of vervalt – het tweede lid van die bepaling buiten toepassing blijven. Dat betekent dat indien de beschadigde zaak werd gehouden door de verdachte, omstandigheden aan de zijde van de verdachte die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade, niet aan die ander (de eigenaar) kunnen worden toegerekend. Lees verder >

De formele rechtskracht van al dan niet ‘wegbestemmen’

CB 2017-193 Geplaatst op 02 nov 2017 door

HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2563 (Eiser/Borne en Hengelo)

(1) Als een gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt en daarbij een bestaand legaal gebruik niet positief bestemt, is sprake van ‘wegbestemmen’. Dat het bestaande legaal gebruik in het vorige bestemmingsplan niet was opgenomen en dat er in zoverre sprake is van ‘nieuwbestemming’, doet daaraan niet af. (2) Als het bestemmingsplan waarin wordt ‘wegbestemd’ onherroepelijk is geworden, moet de inhoud daarvan, met inbegrip van dit wegbestemmen, voor rechtmatig worden gehouden. Het beginsel van formele rechtskracht staat dan eraan in de weg om in een civiele procedure te onderzoeken of het ‘wegbestemmen’ een onrechtmatige daad oplevert.   Lees verder >

Verrekening door de Ontvanger in faillissement

CB 2017-184 Geplaatst op 19 okt 2017 door

HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2627 (Schepel & Miedema q.q. / Ontvanger)

De Hoge Raad beantwoordt prejudiciele vragen over de bevoegdheid van de Ontvanger op grond van art. 24 lid 1 Iw tot verrekening in het faillissement van vennootschappen in een fiscale eenheid. Lees verder >

Bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke rechter en de belastingrechter

CB 2017-153 Geplaatst op 17 aug 2017 door

HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1103 (Rederij Volendam-Marken Express B.V. / Gemeente Waterland)

Het staat niet ter vrije bepaling van partijen of de belastingrechter of de burgerlijke rechter van een geschil kennis zal nemen. Alleen de belastingrechter is bevoegd om over de juistheid van opgelegde aanslagen te oordelen. De belastingrechter kan in dat kader mede nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst rechtsgeldig is op grond van het burgerlijk recht. In die toetsing kan de belastingrechter ook art. 3:40 BW betrekken. Er bestaat dan ook geen grond voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter. Lees verder >

Pagina 1 van 1512345...10...Minst recente »