Selecteer een pagina

Dossier: Overheidsrecht


HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1334 (Nannoka Valcanus Industries B.V. / De Provincie Gelderland

Bij het vaststellen wat het bestuursorgaan zou hebben beslist als het niet het onrechtmatige besluit zou hebben genomen, mag niet voorbij worden gegaan aan de juridische onmogelijkheid om op de peildatum een rechtmatig besluit te nemen. (meer…)

HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:686

 Als een beschikking van de belastingdeurwaarder inzake de kosten van betekening van een dwangbevel met bevel tot betaling onherroepelijk is geworden, en degene aan wie de kosten in rekening zijn gebracht de ontvanger verzoekt om ambtshalve vermindering van die kosten, kan de afwijzing van dit verzoek – waartegen geen beroep bij de bestuursrechter openstaat – worden voorgelegd aan de civiele rechter. Vanwege het nauwe verband tussen die afwijzing door de ontvanger en de kostenbeschikking van de belastingdeurwaarder, moet de civiele rechter dan onderzoeken of die kostenbeschikking onmiskenbaar onjuist was toen zij werd gegeven.  (meer…)

HR 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1032 (Staat/Nefyto)

Het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dat is vervat in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan worden gebaseerd op artikel 78 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) en art. 14 Richtlijn 2009/128/EG, indien het strookt met de doelstellingen van deze Richtlijn en noodzakelijk, geschikt en evenredig is. Volgens de Hoge Raad is het verbod in overeenstemming met de Richtlijn en heeft het hof ten onrechte nagelaten de stellingen van de Staat ten aanzien van de noodzakelijkheid, geschiktheid en evenredigheid te beoordelen. (meer…)

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:858

Deze uitspraak draait om de vraag of een veroordeelde in het geval van strafoverdracht vanuit een andere EU-lidstaat naar Nederland, het recht heeft om gehoord te worden over de eventuele aanpassing van de straf die hier verder ten uitvoer wordt gelegd. (meer…)

HR 18 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:380

De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag bood een toereikende grondslag voor de avondklok die begin 2021 werd ingevoerd om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De toestand waarin de fysieke veiligheid van de bevolking wordt bedreigd door een virus kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid die inzet van de Wbbbg mogelijk maakt. De wetgever heeft bewust geen gedetailleerde inhoudelijke omschrijving opgenomen van het begrip ‘buitengewone omstandigheid’, maar voorzien in procedurele waarborgen.  Voor de inzet van de Wbbbg is niet vereist dat de betreffende maatregel niet door middel van een spoedwet kan worden getroffen. (meer…)

Hoge Raad 18 maart 2022 (Stichting Viruswaarheid.nl / de Staat der Nederlanden), ECLI:NL:HR:2022:380

In deze zaak heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de rechtmatigheid van de avondklok. Volgens de Hoge Raad bood de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijke gezag een toereikende basis voor de invoering daarvan. De bevoegdheden uit die wet konden in dit geval worden ingezet voor de bestrijding van het coronavirus.