Dossier: Grondrechten en mensenrechten


HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1223

De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk is jegens nabestaanden van mannen die zijn omgekomen bij de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. De aansprakelijkheid is beperkt tot 10% van de schade die de nabestaanden van de mannen die zich op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat bevonden, hebben geleden. (meer…)

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376

Van aantasting in zijn persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b BW is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de in art. 6:106 lid 1 sub b BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is. Degene die zich hierop beroept zal in beginsel de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.

(meer…)

HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1434

Deze zaak houdt verband met de zogenaamde Snowden affaire. Snowden heeft, zoals bekend, verschillende documenten openbaar gemaakt waaruit bleek dat de NSA in en buiten de VS op grote schaal en ongericht (meta)data verzamelde over telefoongesprekken en andere vormen van communicatie. In Nederland heeft dit geleid tot een uitvoerig debat in de Tweede Kamer omtrent de vraag of de Nederlandse inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) ook dergelijke van de NSA afkomstige informatie gebruikten. In dat kader was onder meer aan de orde of die informatie door de NSA (en de Engelse GCHQ) niet op onrechtmatige wijze was verkregen en of de Nederlandse diensten de van de NSA (en GCHQ) afkomstige informatie niet konden gebruiken om de in Nederlandse wetgeving voor hen opgenomen beperkingen te omzeilen. Daarover ging ook deze zaak. (meer…)

HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2518 (Pretium/Tros)

(1) In art. 843a lid 4 Rv ligt niet in haar algemeenheid de eis besloten dat een exhibitievordering slechts toewijsbaar is indien andere mogelijkheden van bewijsgaring uitgeput of afwezig zijn. (2) Het hof heeft de exhibitievordering kunnen afwijzen op grond van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit die in art. 10 EVRM besloten liggen. (meer…)

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:569 (Rabobank / Stichting Restschuld Eerlijk Delen)

Een werkgever kan een vordering instellen ter bescherming van haar werknemers die volgens haar worden geschaad door een publicatie waarin zij een rol spelen in verband met de werkzaamheden die zij als werknemer voor hun werkgever verrichten.

(meer…)

HR (Belastingkamer) 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:442

(Staatssecretaris van Financiën/belanghebbende)

De keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen. Dat kan zich bij belanghebbende alleen voordoen als bijzondere, niet voor alle exploitanten van kansspelautomaten geldende, feiten en omstandigheden een buitensporige last voor haar teweegbrengen. (meer…)