Selecteer een pagina

Dossier: Grondrechten en mensenrechten


HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1747

In dit uitvoerig gemotiveerd arrest zet de Hoge Raad uiteen hoe de burgerlijke rechter de motivering van gratiebeslissingen moet toetsen. Hij bepaalt verder dat de burgerlijke rechter de Staat kan veroordelen tot het nemen van een nieuwe beslissing en de verdere tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf kan verbieden bij strijd met art. 3 EVRM. (meer…)

HR 2 oktober 2020 ECLLI:NL:HR:2020:1538

De Hoge Raad laat oordeel hof over beoordeling toepassing art. 1F van het Vluchtelingenverdrag (Vv) in Afghaanse zaken van voormalige KhAD/WAD-(onder)officieren in stand. (meer…)

HR 26 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1148

Het oordeel van het hof dat, gelet op de belangen van de Staat en gelet op de omstandigheid dat de vrouwen uit eigen beweging zijn uitgereisd naar het jihadistisch strijdgebied, ondanks zwaarwegende belangen van vrouwen en kinderen, de Staat in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn beslissing om hen niet naar Nederland terug te halen en zich daartoe ook niet in te spannen, blijft in stand.  (meer…)

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1)  uitleg van art. 5 Handelsnaamwet bij mogelijke naamsverwarring handelsnaam, (2) vermindering van arbeidsduur wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en recht op transitievergoeding, (3) bindende kracht van in kracht van gewijsde gegaan vonnis met betrekking tot vernietiging van effectenleaseovereenkomst voor echtgenoot die niet als formele procespartij is opgetreden en (4) is het vereiste van ‘gebleken onschuld’ voor schadevergoeding strijdig met onschuld-presumptie van art. 6 lid 2 EVRM. (meer…)

HR 1 november 2019 ECLI:NL:HR:2019:1690

Volgens het HvJEU in de arresten Petruhhin en Pisciotti volgt uit de vrijheid van iedere burger van de Unie om op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven (art. 21 VWEU) en het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit (art. 18 VWEU) dat de aangezochte lidstaat de andere lidstaat op de hoogte dient te brengen van een uitleveringsverzoek van een derde staat, teneinde deze andere lidstaat in de gelegenheid te stellen een Europees arrestatiebevel ten aanzien van zijn staatsburger uit te vaardigen tot overlevering met het oog op vervolging. Uit het arrest Raugevicius volgt dat in geval van een uitleveringsverzoek teneinde een straf te ondergaan voor de aangezochte lidstaat geen informatieverplichting bestaat zoals omschreven in eerstgenoemde arresten, maar moet worden beoordeeld of de opgelegde straf in de aangezochte lidstaat ten uitvoer moet worden gelegd. (meer…)

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1223

De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk is jegens nabestaanden van mannen die zijn omgekomen bij de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. De aansprakelijkheid is beperkt tot 10% van de schade die de nabestaanden van de mannen die zich op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat bevonden, hebben geleden. (meer…)