Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Personen- en familierecht

Opnieuw: openbare orde, familierecht en verkrijging van Nederlanderschap

CB 2019-20 Geplaatst op 28 jan 2019 door

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2377

De gevolgen van een erkenning voor de verkrijging van het Nederlanderschap moeten worden beoordeeld naar het tijdstip waarop die erkenning plaatsvindt en met inachtneming van de op dat moment in het Koninkrijk geldende wetgeving.  Lees verder >

Prejudiciële beslissing HR grond voor wijziging kinderalimentatie ex art. 1:401 lid 4 en 5 BW

CB 2019-13 Geplaatst op 22 jan 2019 door

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2381

De prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3011 inzake alleenstaande ouderkop kan een wijzigingsgrond opleveren in de zin van art. 1:401 lid 4 of 5 BWLees verder >

Jeugdzorg: beantwoording prejudiciële vragen over bevoegdheden in geval van ondertoezichtstelling

CB 2018-200 Geplaatst op 20 dec 2018 door

HR 14 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2321

In deze uitspraak beantwoordt de Hoge Raad vragen van de rechtbank Den Haag over de uitleg en onderlinge verhouding van de art. 1:263, 1:264, 1:265f en 1:265g BW, die zijn opgenomen in Afdeling 4, Ondertoezichtstelling van minderjarigen. De bepalingen van deze afdeling zijn gewijzigd bij de per 1 januari 2015 in werking getreden Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen. In dat kader geeft de Hoge Raad – zakelijk weergegeven – de volgende antwoorden. Lees verder >

De vrijheid van de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie

CB 2018-168 Geplaatst op 19 okt 2018 door

19 oktober 2018 ECLI:NL:HR:2018:1976

In het licht van de vrijheid die de Raad voor de Kinderbescherming als deskundige toekomt is een onderzoek niet onzorgvuldig op de enkele grond dat dit ook op andere wijze, of met meer of andere middelen, had kunnen worden uitgevoerd. Waar het, bij een verwijt als de moeder de Raad in deze aansprakelijkheidsprocedure maakt, op aankomt is of de Raad heeft mogen menen zich met de uit zijn onderzoek verkregen informatie een verantwoord oordeel te kunnen vormen over hetgeen het belang van het kind vergt. Lees verder >

Geen verleningsbesluit gemeente in geval van uithuisplaatsing bij andere ouder

CB 2018-151 Geplaatst op 01 okt 2018 door

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1797 

Bij een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of het Openbaar Ministerie om een machtiging tot uithuisplaatsing behoeft geen verleningsbesluit van het college van burgemeester en wethouders te worden overgelegd indien het verzoek strekt tot plaatsing bij de andere met het gezag belaste ouder.

Lees verder >

De verhouding tussen het instellen van vorderingen op grond van art. 3:170 en 3:171 BW

CB 2018-65 Geplaatst op 12 apr 2018 door

HR 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:535

(i) De regel uit art. 3:171 BW dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen/indienen van verzoekschriften ten behoeve van de gemeenschap geldt in beginsel slechts tegenover derden en niet tegenover deelgenoten, tenzij de vordering of het verzoek ten behoeve van de gemeenschap tegen een deelgenoot niet in de verdeling van de gemeenschap kan worden betrokken ingevolge art. 3:184 en 3:185 BW.
(ii) Voor vorderingen tegen derden is niet vereist dat deze op de voet van art. 3:170 lid 2 BW door de deelgenoten gezamenlijk worden ingesteld, mits de deelgenoot kenbaar maakt dat hij in zijn hoedanigheid voor de gezamenlijke, zo veel met name te noemen, deelgenoten optreedt. Lees verder >

Nadere uitleg van het begrip ‘belanghebbende’ in de zin van art. 798 Rv (II)

CB 2018-62 Geplaatst op 09 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488

Andere ‘niet-ouders’ dan pleegouders – zoals bijvoorbeeld een biologische ouder zonder juridisch ouderschap – vallen niet onder de reikwijdte van art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Een pleegouder die de minderjarige in het verleden gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin heeft verzorgd en opgevoed, maar deze verzorging en opvoeding inmiddels heeft beëindigd, kan niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Lees verder >

Nadere uitleg van het belanghebbende-begrip in de zin van art. 798 Rv (I)

CB 2018-61 Geplaatst op 09 apr 2018 door

HR 30 maart 2018 ECLI:NL:HR:2018:463

De vraag of een betrokkene belanghebbende is in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv, dient te worden beantwoord met inachtneming van de uit art. 8 EVRM voortvloeiende eisen. Onder meer op basis van deze eisen heeft te gelden dat in de procedure in hoger beroep tegen een beschikking waarbij op de voet van art. 1:266 BW het ouderlijk gezag van elk van beide ouders over een kind met wie die ouders gezinsleven hebben, is beëindigd, maar waarbij de grieven van de appellerende ouder slechts zijn dan wel haar eigen gezag betreffen, de andere ouder belanghebbende is in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv in verbinding met art. 806 lid 1 Rv. Lees verder >

Instelling mentorschap - art. 6 EVRM van toepassing

CB 2018-60 Geplaatst op 06 apr 2018 door

HR 6 april 2018 ECLI:NL:HR:2018:533

Op een beslissing tot instelling van mentorschap is art. 6 EVRM van toepassing, omdat het een betrokkene de bevoegdheid ontneemt rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

CB 2018-50 Geplaatst op 22 mrt 2018 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraagprocedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) arbeidsongeschiktheidsverzekering en polisvoorwaarden, (2) uitleg art. 6:265 lid 1 BW bij huur en verhuur van sociale woonruimte, (3) loonbetaling vanaf datum ontslag, (4) vonnis mee-gewezen door rechter die ten tijde van de uitspraak inmiddels raadsheer in hof was, (5) de procesrechtelijke positie van de moeder bij beëindiging van gezag van de vader. Lees verder >

Pagina 1 van 1712345...10...Minst recente »