Selecteer een pagina

Dossier: Personen- en familierecht


Hoge Raad 13 mei 2022 (De wensouders), ECLI:NL:HR:2022:685

Er bestaat onduidelijkheid over de rechtsgevolgen in Nederland bij draagmoederschap in het buitenland, onder meer met betrekking tot het toepasselijk recht en de erkenning van in het buitenland vastgestelde afstemmingsrechtelijke relaties. De rechtbank Den Haag heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. In dit vlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad.

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:622

De vraag wie belanghebbende is in de zin van art. 798 Rv, wordt bepaald door het onderwerp van de aan de rechter voorgelegde zaak en de rechten en verplichtingen waarop de betrokkene zich beroept. Het schrappen van een van de voornamen van een minderjarig kind levert in dit geval een inmenging op in het tussen de man en de zoon bestaande familie- en gezinsleven en in het privéleven van de man. De man dient dan ook te worden aangemerkt als belanghebbende in de procedure over de wijziging van de voornamen van de zoon.  (meer…)

HR 22 april 2022 ECLINL:HR:2022:622

De Hoge Raad heeft verduidelijkt wie moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 798 Rv in een procedure over een verzoek tot wijziging van de voornamen van een minderjarig kind. Het antwoord op die vraag is van belang omdat een belanghebbende in de procedure betrokken moet worden en eventueel een rechtsmiddel kan instellen. In dit Cassatievlog bespreekt Maartje Möhring het arrest van de Hoge Raad in 3 minuten.

HR 25 maart 2022 ECLI:NL:HR:2022:440

Het geheel van feitelijke omstandigheden laat geen andere conclusie toe dan dat sprake is van een zekere integratie van de minderjarige in een sociale en familiale omgeving in Nederland, en daarmee dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in de zin van art. 8 lid 1 Verordening Brussel II-bis ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift door de Raad in Nederland was gelegen. (meer…)

HR 4 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:336

Wetgeving over de mogelijkheid van genderneutrale registratie in een geboorteakte valt in de nabije toekomst te verwachten. Dat betekent dat het op dit moment de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten gaat om een beslissing te nemen over de mogelijkheid van genderneutrale registratie in een geboorteakte. De Hoge Raad ziet dan ook af van beantwoording van de hierop gerichte prejudiciële vragen.

(meer…)