HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1948 (William Schrikker Stichting, De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden)
Als een screening van een pleeggezin door een pleegzorgaanbieder niet heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is, of de pleegzorgaanbieder meent dat de plaatsing grote veiligheidsrisico’s voor het kind met zich brengt en zij daarom geen verantwoordelijkheid (meer) voor die plaatsing wil dragen, brengt dit niet zonder meer mee dat de minderjarige niet in dat pleeggezin geplaatst kan worden of geplaatst kan blijven. Als de rechter of de Gecertificeerde Instelling (GI) echter van oordeel is dat plaatsing in het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig is, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden.
Voor ouders van een minderjarig kind dat onder voogdij staat, bestaat geen regeling voor geschillen over de uitvoering van voogdij. Dit is geen hiaat in de wetgeving waarin de rechter zou moeten voorzien. (meer…)