Selecteer een pagina

Alle berichten van: Jerre de Jong


HR 13 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:691

Art. 2:248 lid 4, eerste volzin, BW, bevat een limitatieve opsomming van gronden voor vermindering van het bedrag waarvoor bestuurders aansprakelijk zijn. (meer…)

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:588

(i) Kosten van onderhoud kunnen normaal niet op de voet van art. 7:957 lid 2 BW voor rekening van de verzekeraar worden gebracht. De kosten van een maatregel die vereist is om onmiddellijk gevaar af te wenden of om de schade te beperken kunnen echter wel als zodanige bereddingskosten worden aangemerkt, ook al zouden deze kosten in andere omstandigheden tot de kosten van het normale onderhoud behoren.
(ii) Als beredding bestaat in verwijdering van de schadeveroorzakende zaak kan het zo zijn dat ook kosten van vervanging als kosten van beredding moeten worden aangemerkt, omdat de enkele verwijdering weliswaar doelmatig zou zijn, maar het verlies van de functie van die zaak redelijkerwijs niet of niet volledig voor risico van de verzekerde of verzekeringnemer behoort te komen. (meer…)

HR 1 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:493 

Jerre de Jong behandelt in 3 minuten het antwoord van de Hoge Raad op prejudiciële vragen over de verhuiskostenvergoeding bij renovatie van woonruimte (art. 7:220 lid 5 en 6 BW). De verhuurder is die verhuiskostenvergoeding niet verschuldigd als de huurder tijdelijk verblijft in een door de verhuurder ter beschikking gestelde, volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning. Dat geldt ook als de verhuurder een dergelijke woning ter beschikking heeft gesteld en deze woning in de gegeven omstandigheden een redelijke en passende voorziening is, maar de huurder er toch geen gebruik van maakt.

 

HR 4 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:121

Slagende motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof dat VvE en Q-Park aansprakelijk zijn voor schade die is veroorzaakt door een sinkhole onder winkelcentrum ‘t Loon in Heerlen. (meer…)

HR 3 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1804

Art. 7:768 lid 3 BW jo. art. 6:51 lid 2 BW moet zo worden uitgelegd dat alleen sprake is van vervangende zekerheid indien de aangeboden zekerheid gelijkwaardig is aan het depot. Als de zekerheid bestaat in een bankgarantie, betekent dit dat de bankgarantie in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden inroepbaar moet zijn als het depot. (meer…)