Selecteer een pagina

Alle berichten van: Jerre de Jong


Hoge Raad 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Ook een aandelenleasebelegger die de effecten aan het eind van de looptijd overneemt, en die zijn resterende verplichtingen aan de aanbieder dus geheel uit eigen middelen voldoet, heeft recht op schadevergoeding. Voor de toerekening van de schade (art. 6:98 BW) maakt het geen verschil hoe de belegger ‘zijn verlies neemt’. Jerre de Jong bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #172 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Schade door schending van de zorgplicht bij een effectenleaseovereenkomst kan ook aan de aanbieder worden toegerekend als de afnemer aan het einde van de looptijd de effecten overneemt. Voor die toerekening maakt het geen verschil hoe de afnemer zijn verlies neemt. (meer…)

Hoge Raad 3 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1159

De Hoge Raad heeft de vraag beantwoord of online kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat de aanbieder niet de op grond van de Wet de op kansspelen (Wok) vereiste vergunning had. Zulke overeenkomsten zijn volgens de Hoge Raad niet nietig. Ze zijn weliswaar in strijd met een dwingende wetsbepaling (art. 1 Wok), maar die bepaling heeft niet de strekking om de geldigheid van de overeenkomsten aan te tasten. De overeenkomsten zijn ook niet naar hun inhoud of strekking in strijd met de openbare orde of goede zeden. Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in 3 minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #170 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:813

Op grond van art. 4:71 BW komt de waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt in mindering op zijn legitieme portie. De opvatting dat bij de vaststelling van de in art. 4:71 BW bedoelde waarde geen rekening mag worden gehouden met het waardedrukkende effect van een voorwaarde die aan een making is verbonden, is, in haar algemeenheid, onjuist. (meer…)

Cassatieblog.nl