Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

juli, 2018

Borgtocht is geen wederkerige overeenkomst: geen ontbinding

CB 2018-137 Geplaatst op 19 jul 2018 door

HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:915 (Wave/ABN AMRO)

Een borgtochtovereenkomst is geen wederkerige overeenkomst, maar een eenzijdige overeenkomst. Alleen de borg neemt een verbintenis op zich: daar staat niet een tegenprestatie van de schuldeiser tegenover. Daar doet niet aan af dat er uit de borgtochtovereenkomst ook verplichtingen voor de schuldeiser kunnen voortvloeien, zoals een jegens de borg in acht te nemen zorgvuldigheidsverplichting. Als de schuldeiser tekortschiet in een dergelijke verplichting, kan de borg recht op schadevergoeding hebben. Ontbinding is echter niet mogelijk, omdat de borgtochtovereenkomst geen wederkerige overeenkomst is. Dat kan anders zijn wanneer in verband met de borgtocht ook door de schuldeiser verplichtingen zijn aangegaan die in zodanig nauwe samenhang staan tot de verbintenis van de borg, dat sprake is van een rechtsbetrekking die strekt tot het wederzijds verrichten van prestaties. In dat geval zijn de bepalingen omtrent wederkerige overeenkomsten, waaronder art. 6:265 BW, van overeenkomstige toepassing. Lees verder >

Amerikaanse 401 (k)-plans komen in aanmerking voor toepassing Wvps

CB 2018-136 Geplaatst op 19 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1219

Voor de beantwoording van de vraag, of een buitenlandse pensioenregeling onder het toepassingsbereik van de Wvps valt, is beslissend of de buitenlandse pensioenregeling in de context van het maatschappelijke leven in het desbetreffende land een functie vervult die in voldoende mate overeenstemt met de functie van de Nederlandse pensioenregelingen waarop de Wvps van toepassing is, te weten: oudedagsvoorziening. Dat een buitenlands pensioen afkoopbaar is staat niet aan toepassing van de Wvps in de weg. Lees verder >

Loondoorbetaling na in hoger beroep rechtsgeldig gebleken ontslag op staande voet

CB 2018-135 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209 en ECLI:NL:HR:2018:1218

Indien het hof oordeelt dat de kantonrechter een aan een werknemer gegeven ontslag op staande voet ten onrechte heeft vernietigd en het hof een toekomstige einddatum bepaalt waarop de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt, kan aan de werknemer zijn loonaanspraak over de periode tussen de ontslagdatum en de einddatum op grond van art. 7:627 en 7:628 lid 1 BW worden ontzegd. Het arrest Van der Gulik/Vissers (HR 21 maart 2013, ECLI:NL:HR:2003:AF3057, NJ 2007/32) staat hier niet aan in de weg. De Hoge Raad formuleert uitgangspunten voor de beoordeling of aan de werknemer op grond van deze bepalingen zijn loonaanspraak moet worden ontzegd. Loonmatiging (art. 7:680a BW) of (gehele of gedeeltelijke) ontzegging van de aanspraak op loonbetaling (art. 6:248 lid 2 BW) zijn alternatieve mogelijkheden. Lees verder >

Verbod op reformatio in peius in hoger beroep

CB 2018-134 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1211

Als slechts één van twee partijen hoger beroep heeft ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank, mag het hof niet een beslissing nemen die ongunstiger is voor de appellant. Dat is niet anders wanneer de rechtbank heeft beslist dat de waarde van een aantal ondernemingen moet worden verdeeld, en in appel blijkt dat het niet mogelijk is om die waarde vast te stellen. Het hof mocht niet een andere verdeling kiezen waarbij de waarde niet hoefde te worden verrekend (en dus ook niet hoefde te worden vastgesteld), omdat niet was uitgesloten dat de nieuwe verdeling een verslechtering betekende voor appellant ten opzichte van de uitspraak van de rechtbank. Lees verder >

Beoordeling reorganisatie bij zelfstandige bedrijfsonderdelen binnen één rechtspersoon

CB 2018-133 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1212

(i) Ook in gevallen waarin binnen één rechtspersoon bepaalde zelfstandige bedrijfsonderdelen kunnen worden onderscheiden, moet bij de beoordeling van de noodzaak van het vervallen van arbeidsplaatsen worden aangeknoopt bij de bedrijfseconomische omstandigheden van het zelfstandige bedrijfsonderdeel waar de arbeidsplaatsen vervallen; (ii) Als er een uitwisselbare functies wordt opgeheven en een deel van de werkzaamheden wordt voortgezet in een andere functie (die niet met de vervallen functie uitwisselbaar is) hoeft de werkgever de functie niet aan te bieden aan een werknemer die weliswaar niet geschikt is, maar wel ‘geschikt is te maken’. Lees verder >

Een meetinstructie van de NVM en aansprakelijkheid

CB 2018-132 Geplaatst op 18 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1176

Kopers mogen er in beginsel van uitgaan dat de meetinstructie is gehanteerd en dat de in de verkoopinformatie genoemde woon- of gebruiksoppervlakte dus overeenkomt met de netto woonoppervlakte van de woning. Lees verder >

Beroep op nieuwe feiten en omstandigheden na cassatie en verwijzing

CB 2018-131 Geplaatst op 18 jul 2018 door

ECLI:NL:HR:2018:1216 (Cnossen q.q. / Provinsje Fryslân)

Beroep na verwijzing op nieuwe feiten en omstandigheden. Het betoog van de curator na verwijzing berust op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de in cassatie vernietigde uitspraak en valt binnen de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie. Het hof had dit betoog daarom niet mogen passeren. Lees verder >

Magische vrouwelijke verschijningen met een negatieve connotatie

CB 2018-130 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1214, ECLI:NL:HR:2018:1215 en ECLI:NL:HR:2018:1217 (Fanofinefood / Levola)

(1) Anders dan bij visuele en auditieve overeenstemming, waarbij het gaat om directe, zintuiglijke waarneming, berust begripsmatige overeenstemming naar haar aard op een meer abstracte notie, zoals een gemeenschappelijke betekenis (wat ook bij vertaalde woordmerken het geval kan zijn), een gedeelde eigenschap of een gemeenschappelijk kenmerk van de beide tekens. Voor het onderzoek naar begripsmatige overeenstemming ligt in de redenering dan ook een – al dan niet tot uitdrukking te brengen – ‘veralgemeniserende’ schakel in de rede.
(2) Voor begripsmatige overeenstemming is vereist dat een substantieel deel van het (relevante) publiek bekend is met de overeenstemmende betekenissen.
(3) In het algemeen mogen geen hoge eisen worden gesteld aan de motivering of onderbouwing van de betwisting door een procespartij van een stelling van haar (de bewijslast daarvan dragende) wederpartij dat een bepaalde term en de betekenis daarvan bij het publiek bekend zijn.
(4) De stelling dat voor verwarringsgevaar dat louter op begripsmatige overeenstemming is gebaseerd, een bijzondere rechtvaardiging moet bestaan, vindt geen steun in de arresten Sir/Zirh en Puma/Sabel. Lees verder >

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op verhouding derde-claimant en WAM-verzekeraar

CB 2018-129 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1103 (Allianz c.s. / X)

Art. 7:941 lid 5 BW is niet analoog van toepassing op de verhouding tussen de derde-claimant en de WAM-verzekeraar. Art. 7:941 lid 5 BW is geschreven voor een specifieke contractuele rechtsverhouding en heeft bovendien een sanctiekarakter. De (potentieel) verstrekkende gevolgen van deze sanctie (verval van het recht op uitkering) brengen mee dat zij een wettelijke basis dient te hebben. Voor het aanvaarden van een algemene buitenwettelijke regel die meebrengt dat bij opzettelijke misleiding van de verzekeraar door de derde-claimant het eigen recht van art. 6 WAM vervalt, is geen plaats. Lees verder >

Gebondenheid aan beslissingen die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden; ontvankelijkheid in cassatie van tussenuitspraken in onteigeningen

CB 2018-128 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1221 (X/Staat).

In deze onteigeningszaak, waarin de Hoge Raad al eerder heeft geoordeeld (HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805, NJ 2016/150), is aan de orde of de onteigende een voordeel toekomt vanwege de bijzondere geschiktheid van het onteigende (waarop in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier een verbreding van de rivier diende te worden aangelegd) doordat zich daarin een voormalige zandwinplas bevond. Lees verder >

Pagina 1 van 3123