Selecteer een pagina

Dossier: Huwelijksvermogensrecht

Huwelijksvermogensrecht


HR 15 mei 2020 ECLI:NL:HR:2020:885

 De omstandigheid dat de Ontvanger bij toepassing van Roemeens huwelijksvermogensrecht wordt bemoeilijkt in de uitoefening van zijn invorderingstaak respectievelijk dat hij zich vervolgens slechts kan verhalen op hetgeen de belastingplichtige bij de verdeling op grond van Roemeens huwelijksvermogensrecht wordt toebedeeld, raakt niet aan fundamentele beginselen van de Nederlandse rechtsorde. (meer…)

HR 27 maart 2020 ECLI:NL:HR:2020:535

Een beperking van de duur van een alimentatieverplichting zonder dat daarom door één van de echtgenoten is verzocht is in strijd met artikel 1:157 lid 3 BW NA. (meer…)

HR 30 augustus 2019     ECLI:NL:HR:2019:1292

Verhouding tussen periodiek verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden en een na datum huwelijk onderhands gesloten ‘potovereenkomst’. Oordeel hof dat onderhandse ‘potovereenkomst’ als zodanig geldig is onvoldoende gemotiveerd in het licht van stellingname man in appel. (meer…)

HR 14 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:958

Het slot van de tweede zin van art.1:102 BW (“met dien verstande …”) beperkt niet de toewijsbaarheid van de vordering tegen die echtgenoot, maar slechts de verhaalsmogelijkheden ter zake van die vordering. De rechter is daarom niet gehouden om, ook zonder dat daarom is verzocht, in het dictum die reeds uit de wet voortvloeiende beperking aan de toewijzing van de vordering te verbinden. (meer…)

HR 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:637

Het bewijsvermoeden van artikel 1:141 lid 3 BW ziet uitsluitend op de vraag of het aanwezige vermogen al dan niet gefinancierd is uit hetgeen verrekend had moeten worden. Voor de vaststelling van de omvang van het te verrekenen vermogen op de peildatum gelden de gewone regels van stelplicht en bewijslast. Beschrijving van het te verrekenen vermogen hangende procedure terzake afwikkeling niet-uitgevoerd verrekenbeding. Miskenning devolutieve werking appel. (meer…)

HR 19 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:636

De datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap is beslissend voor het antwoord op de vraag of toepassing moet worden gegeven aan art. 1:100 lid 2 (nieuw) BW  bij vaststellen draagplicht echtgenoot voor de schulden van de andere echtgenoot en niet de datum van de verdeling van de gemeenschap. (meer…)