HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:681
Het hof heeft de grenzen van de rechtsstrijd niet overschreden door te oordelen dat de vernietiging van een overeenkomst door een echtgenote op de voet van art. 1:89 lid 1 BW alleen partiële werking had, namelijk alleen voor zover de overeenkomst de echtelijke woning betrof (art. 3:41 BW). (meer…)