Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Huwelijksvermogensrecht

Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en daarvan deel uitmakende nalatenschap

CB 2017-166 Geplaatst op 18 sep 2017 door

HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2274

De verdeling van een nalatenschap is een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen die tot levering verplicht. In die rechtshandeling kan mede een andere rechtshandeling besloten liggen, zoals een schenking van een deelgenoot aan een andere deelgenoot, waaraan een uitsluitingsclausule kan worden verbonden (art. 3:38 lid 1 BW en art. 1:94 lid 2 onder a BW). Dit geldt ook indien het gaat om de verdeling van een nalatenschap waaraan de erflater zelf geen uitsluitingsclausule heeft verbonden.

Lees verder >

Verdeling beperkte gemeenschap van registergoed en daarop betrekking hebbende schulden

CB 2017-154 Geplaatst op 21 aug 2017 door

HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1358

Het oordeel van het hof dat voor zover de roerende zaken níet kunnen worden geacht te behoren tot de beperkte (huwelijks)gemeenschap van partijen, er ten aanzien van die zaken sprake is van een eenvoudige gemeenschap omdat zij aan beide partijen zijn gaan toebehoren, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Lees verder >

Ook ná de conclusie A-G mag verweerder in cassatie in beginsel nog in geding verschijnen

CB 2017-128 Geplaatst op 06 jul 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1066

(1) In het geval een hypothecaire lening valt binnen een bij huwelijkse voorwaarden gecreëerde beperkte huwelijksgoederengemeenschap, dan geldt dat beide echtgenoten daarvoor op grond van art. 1:100 lid 1 BW ieder voor de helft draagplichtig zijn, tenzij het in de uitzonderlijke omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat de ene echtgenoot zich jegens de andere echtgenoot op de verdeling bij helfte beroept (o.a. HR 7 december 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC0071, NJ 1991/593; HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1749, NJ 2012/407); (2) Op grond van art. 44 lid 3 Rv staat het de verweerder in cassatie in beginsel vrij om, nadat de Advocaat-Generaal zijn conclusie heeft genomen, alsnog in het geding te verschijnen om op die conclusie te reageren.

Lees verder >

Effectenlease: stuitende werking collectieve actie eindigt op moment algemeenverbindendverklaring Duisenbergregeling

CB 2017-116 Geplaatst op 16 jun 2017 door

HR 19 mei 1017, ECLI:NL:HR:2017:936

De echtgenoot die een vaststellingsovereenkomst sluit over een door effectenlease- overeenkomsten veroorzaakte restschuld, bindt daarmee alleen zichzelf. De andere echtgenoot behoudt de bevoegdheid de effectenleaseovereenkomsten op grond van art. 1:89 BW te vernietigen. De verjaring van deze vernietigingsvordering wordt gestuit door een collectieve actie, ook indien de vorderingsgerechtigden niet zijn aangesloten bij de rechtspersoon die deze collectieve actie is begonnen. Lees verder >

Vaststelling draagkracht directeur-grootaandeelhouder

CB 2017-105 Geplaatst op 01 jun 2017 door

HR 19 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:934

Ingeval een directeur-grootaandeelhouder alimentatieplichtig is, gaat het bij de in aanmerking te nemen inkomsten niet alleen om zijn uit de onderneming genoten salaris, maar kan ook de in de vennootschap behaalde winst een rol spelen bij de draagkrachtberekening.   Lees verder >

Bewijsvermoeden bij niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding

CB 2017-50 Geplaatst op 09 mrt 2017 door

gebroken-hart-2HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:161.

Wanneer een periodiek verrekenbeding niet is uitgevoerd, moet bij echtscheiding alsnog worden verrekend. Het alsdan aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend moest worden. Het afwijken van dit bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW moet worden gemotiveerd. Lees verder >

Eenvoudige gemeenschap tussen echtgenoten moet in afwikkeling wettelijk deelgenootschap worden betrokken

CB 2017-37 Geplaatst op 28 feb 2017 door

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:156

Indien echtgenoten in hun huwelijkse voorwaarden naast een wettelijk deelgenootschap zijn overeengekomen dat bepaalde goederen krachtens huwelijksvermogensrecht gemeenschappelijk zijn, dan blijft het aandeel in die beperkte huwelijksvermogens-rechtelijke gemeenschap buiten de verrekening in het kader van het wettelijk deelgenootschap. Lees verder >

Italiaanse erfenis valt in Nederlandse huwelijksgoederengemeenschap

CB 2017-34 Geplaatst op 23 feb 2017 door

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276

Onroerende zaken verkregen krachtens Italiaans erfrecht vallen, ingeval er geen uitsluitingsclausule is gemaakt, op grond van art. 1:94 lid 2 BW in de Nederlandse huwelijksgoederengemeenschap. De enkele omstandigheid dat het op de erfrechtelijke verkrijging toepasselijke buitenlandse recht niet een algehele gemeenschap van goederen als huwelijksvermogensregime kent of tot uitgangspunt neemt, maakt toepassing van deze regel nog niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Lees verder >

Wijziging of vermeerdering van eis in appel; wettelijke rente verrekenbeding samenlevingsovereenkomst

CB 2016-66 Geplaatst op 07 apr 2016 door

HR 25 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:493

(1) In appel komt op grond van art. 353 lid 1 jo. 130 Rv aan de oorspronkelijke eiser de bevoegdheid toe om zijn eis te veranderen of te vermeerderen. Deze bevoegdheid wordt slechts beperkt door de eisen van een goede procesorde en de twee conclusie-regel. (2) Een vordering uit hoofde van een verrekenbeding in een samenlevingsovereenkomst, waaraan eerder geen uitvoering was gegeven, ontstaat en wordt in beginsel opeisbaar op het moment waarop een van de partijen meedeelt de overeenkomst te beëindigen. Lees verder >

Verrekenbeding en herkomst resp. bestemming overgespaarde inkomsten

CB 2015-129 Geplaatst op 20 aug 2015 door

HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1875

Voor de toepassing van art. 1:141 lid 1 BW en art. 1:136 lid 1 BW is niet relevant van wie de niet verrekende inkomsten afkomstig zijn en ook niet in wiens goed die inkomsten zijn geïnvesteerd. Lees verder >

Pagina 1 van 41234