Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Arbeidsrecht

Arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling en mesothelioom

CB 2018-63 Geplaatst op 11 apr 2018 door

HR 6 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:536

De Hoge Raad verduidelijkt eerdere rechtspraak over de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij asbestblootstelling (HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717 en ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) en oordeelt dat het feit dat mesothelioom altijd wordt veroorzaakt door asbestblootstelling, niet zonder meer meebrengt dat het oorzakelijk verband tussen de asbestblootstelling tijdens de werkzaamheden bij de aansprakelijk gehouden werkgever en die schade in beginsel moet worden aangenomen. Betekenis komt toe aan de duur en intensiteit van de blootstelling bij deze werkgever en van andere blootstellingen gedurende de latentieperiode, en de verhouding daartussen.  Lees verder >

Mededeling aan partijen vereist voor enkelvoudige behandeling in meervoudig te beslissen appelzaak; transitievergoeding ook mogelijk bij ontslag op staande voet

CB 2018-59 Geplaatst op 05 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484

(i) de Hoge Raad bevestigt eerdere rechtspraak, waarin is geoordeeld dat aan partijen in een meervoudige appelzaak uiterlijk bij de oproeping moet worden meegedeeld dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een raadsheer-commissaris, en dat partijen de gelegenheid moet worden gegeven te verzoeken om een meervoudige behandeling (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en en ECLI:NL:HR:2017:3264, zie CB 2018:13).
(ii) ook bij ontslag op staande voet kan recht bestaan op een transitievergoeding, zodat de rechter moet beoordelen of sprake is van ernstige verwijtbaar handelen aan de zijde van de werknemer. Lees verder >

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

CB 2018-50 Geplaatst op 22 mrt 2018 door

Het overzicht van lopende prejudiciële vraagprocedures vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) arbeidsongeschiktheidsverzekering en polisvoorwaarden, (2) uitleg art. 6:265 lid 1 BW bij huur en verhuur van sociale woonruimte, (3) loonbetaling vanaf datum ontslag, (4) vonnis mee-gewezen door rechter die ten tijde van de uitspraak inmiddels raadsheer in hof was, (5) de procesrechtelijke positie van de moeder bij beëindiging van gezag van de vader. Lees verder >

Verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds bevoegd bindend te besluiten over verdeling pensioenpremie tussen werkgevers en werknemers

CB 2018-46 Geplaatst op 07 mrt 2018 door

HR 2 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:300

Als het pensioen- en uitvoeringsreglement aan het bestuur van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds de bevoegdheid verlenen de verdeling van de pensioenpremie tussen werkgevers en werknemers vast te stellen, bestaat voor individuele werknemers(organisaties) en werkgevers(organisaties) geen ruimte om zelfstandig een andere verdeling van de pensioenpremie overeen te komen. De norm van evenwichtige belangenbehartiging uit art. 105 lid 2 Pensioenwet geldt ook als het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds voornoemde bevoegdheid toekomt. Lees verder >

Maatstaf beoordeling ontslaggrond verstoorde arbeidsverhouding en eisen aan bewijslevering

CB 2018-43 Geplaatst op 26 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:220

Voor ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding ex art. 7:669 lid 3 sub g BW (de ‘g-grond’) is niet vereist dat sprake is van enige mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. De omstandigheid dat de werkgever van de verstoring van de arbeidsverhouding een verwijt kan worden gemaakt, staat op zichzelf evenmin aan ontbinding op de g-grond in de weg. De toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels moet worden onderscheiden van de vraag of is voldaan aan de maatstaf dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (vgl. HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 (Decor) ten aanzien van de ontslaggrond disfunctioneren). Lees verder >

Maatstaf beoordeling ontslaggrond disfunctioneren en eisen aan bewijslevering

CB 2018-39 Geplaatst op 16 feb 2018 door

HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182

(i) op het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zijn de wettelijke bewijsregels van toepassing. De werkgever heeft beoordelingsruimte bij de vraag of sprake is van disfunctioneren (ex art. 7:669 lid 3 sub d BW). De rechter moet onderzoeken of, uitgaande van de feiten en omstandigheden die (zo nodig na bewijslevering) zijn komen vast te staan, in redelijkheid kan worden geoordeeld dat sprake is van de aangevoerde ontslaggrond.
(ii) art. 7:683 lid 5 verklaart art. 7:671b lid 8 BW (enkel) van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de toekenning van een vergoeding. De appelrechter is (dan ook) vrij in het bepalen van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, mits dat tijdstip in de toekomst ligt. Lees verder >

‘Contractwisseling’ in de zin van art. 38 CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf?

CB 2018-36 Geplaatst op 15 feb 2018 door

HR 9 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:180

Aan de omstandigheid dat art. 38 van de CAO in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf ertoe strekt de betrokken werknemers te beschermen tegen de gevolgen van een heraanbesteding voor hun werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden kan niet de gevolgtrekking worden verbonden dat een biedingsprocedure geïnstigeerd door een curator (en niet door de oorspronkelijke werkgever), onder het toepassingsbereik van art. 38 CAO valt, zonder dat daarvoor in de tekst of toelichting bij art. 38 CAO steun is te vinden. Lees verder >

Ingangsdatum wettelijke rente bij schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging ex art. 7:681 (oud) BW

CB 2018-9 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3232

De Hoge Raad bevestigt dat de wettelijke rente over de schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst uit art. 7:681 (oud) BW, wordt verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst als gevolg van deze opzegging eindigt. Lees verder >

Appelrechter niet verplicht tot treffen voorziening bij veroordeling tot herstel arbeidsovereenkomst

CB 2018-2 Geplaatst op 03 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3241

De appelrechter die oordeelt dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ten onrechte heeft ontbonden en de werkgever veroordeelt de arbeidsovereenkomst te herstellen moet, als daarbij een periode van onderbreking van die overeenkomst optreedt, op grond van 7:682 lid 6 BW beslissen of daarvoor een voorziening moet worden getroffen en, zo ja, welke. De rechter mag het treffen van een voorziening niet alleen dan achterwege laten, indien het treffen daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Lees verder >

Werkgeversaansprakelijkheid bij vrijwilligerswerk en bevoegdheid hof in procedure ten principale om bij vernietiging deelgeschilbeschikking zaak aan zich te houden

CB 2017-209 Geplaatst op 18 dec 2017 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3142

(i) ook bij vernietiging van een deelgeschilbeschikking heeft het hof in de procedure ten principale de bevoegdheid de zaak aan zich te houden en op de hoofdzaak te beslissen (art. 356 Rv). In dat geval is het arrest van het hof in het hoger beroep tegen de deelgeschilbeschikking een einduitspraak, zodat daartegen cassatieberoep openstaat zonder dat verlof is vereist;
(ii) vrijwilligerswerk is niet uitgesloten van het beschermingsbereik van art. 7:658 lid 4 BW. Lees verder >

Pagina 1 van 1112345...10...Minst recente »