Selecteer een pagina

Dossier: Intellectuele-eigendomsrecht


HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:621 (Verstappen/Picnic)

Een portret als bedoeld in art. 21 Aw is een afbeelding, op welke wijze ook vervaardigd, van een persoon die in deze afbeelding kan worden herkend. Een afbeelding van een lookalike kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een portret van de persoon op wie hij lijkt. Daarvoor is niet alleen vereist dat deze persoon in de afbeelding van de lookalike kan worden herkend, maar ook dat de mogelijkheid tot herkenning door bijkomende omstandigheden is vergroot, zoals door de wijze van presentatie van de lookalike, door wat de afbeelding overigens toont of door de context waarin de afbeelding is openbaar gemaakt.

(meer…)

HR 22 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:621

De Nederlandse wereldkampioen Formule 1, Max Verstappen, trad op in een tv-reclame van supermarktketen Jumbo, waarin hij boodschappen thuisbezorgt in zijn Formule 1-auto. Picnic, een supermarktbezorgdienst, speelde daarop in met een eigen filmpje. Daarin brengt een lookalike van Verstappen boodschappen rond in een Picnic-bestelbusje. Dit filmpje is miljoenen keren bekeken. Max Verstappen stapte daarop naar de rechter wegens schending van zijn portretrecht. Sikke bespreekt in 3 minuten de uitspraak van de Hoge Raad.

HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:164

Bij een conservatoir leveringsbeslag op een merkrecht is art. 453a Rv van toepassing. Een vervreemding die tot stand is gekomen nadat het beslag is gelegd, kan de beslaglegger dan ook niet worden tegengeworpen. Daarvoor is wel vereist dat de beslaglegger het beslag vervolgt. Dat kan de beslaglegger doen door een eis in de hoofdzaak in te stellen. Die eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld tegen de schuldenaar van de beslaglegger. Daarnaast kan ook de derde-verkrijger  bij de hoofdzaak worden betrokken, maar dat hoeft niet.  (meer…)

HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1923

Sikke Kingma vertelt over het eerste arrest van de Hoge Raad over de manier van toetsing van onredelijk bezwarende bedingen in het auteurscontractenrecht (artikel 25f Auteurswet). Mag je bij die toetsing ook kijken hoe het beding in de praktijk is uitgevoerd, of moet je je beperken tot de inhoud van het beding, op het moment van contractsluiting?

 

HR 23 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:641

(i) De rechter heeft op grond van art. 22a lid 3 Rv de bevoegdheid om toegang tot gegevens, waarvan kennisneming de bescherming van een bedrijfsgeheim onevenredig zou schaden, te beperken. Die bevoegdheid kan de rechter ook ambtshalve toepassen als een partij zich erop beroept dat bepaalde gegevens het karakter van een bedrijfsgeheim hebben.
(ii) Voor de vraag of sprake is van uitputting is niet relevant of de merkhouder het oogmerk had om de producten buiten de EER op de markt te brengen en ook niet of partijen bepaalde afspraken hebben gemaakt ten aanzien van de bestemming van de producten. Evenmin is relevant dat de koper niet in de EER is gevestigd. (meer…)