Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Intellectuele-eigendomsrecht

Merkenrecht ten onrechte buiten beschouwing gelaten in beoordeling domeinnaamgeschil

CB 2018-197 Geplaatst op 13 dec 2018 door

HR 30 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2221

1. Tot uitgangspunt dient dat degene die zich als domeinnaamhouder heeft laten registeren, alleen gedwongen kan worden de domeinnaam aan een ander over te dragen als hij daartoe rechtens verplicht is. Die plicht kan berusten op een overeenkomst of hieruit voortvloeien dat registratie of gebruik van de domeinnaam jegens die ander onrechtmatig is, zoals wanneer daardoor inbreuk wordt gemaakt op een merkrecht van die ander (vergelijk: HR 11 december 2015, CB 2015-189 (Artiestenverloningen/Prae Artiestenverloning)).
2. Gelet op de stellingname van eisers heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat eisers in de onderhavige zaak het merkenrecht bij de beoordeling van hun vorderingen buiten beschouwing gelaten wilden hebben. Lees verder >

Prejudiciële vraag: is in kort gedingen over Gemeenschapsmodellen alleen de Haagse voorzieningenrechter bevoegd?

CB 2018-185 Geplaatst op 22 nov 2018 door

HR 2 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2027 (Spin Master/High5 Products)

Is in kort gedingen over Gemeenschapsmodellen alleen de Haagse voorzieningenrechter bevoegd? De Hoge Raad vraagt het Hof van Justitie EU of art. 90 Gemeenschapsmodellenverordening de lidstaten de vrijheid laat om voor kort gedingen over Gemeenschapsmodellen uitsluitend de rechtbank voor het Gemeenschapsmodel als bevoegd aan te wijzen.

Lees verder >

Bedrijfsgeheimen: wanneer is voldoende aannemelijk gemaakt voor inzage?

CB 2018-163 Geplaatst op 11 okt 2018 door

HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1775 (Organik/Dow)

1. De maatstaf uit AIB/Novisem en Synthon/Astellas voor het aannemen van het bestaan van een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 1019a Rv in verbinding met art. 843a Rv leent zich ook voor toepassing op een rechtsbetrekking die voortvloeit uit het onrechtmatig verkrijgen en gebruiken van bedrijfsgeheimen. Dat betekent dat ook in dat geval degene die inzage, afgifte of uittreksel van bewijsmateriaal verlangt, zodanige feiten en omstandigheden dient te stellen en met reeds voorhanden bewijsmateriaal dient te onderbouwen, dat voldoende aannemelijk is dat bedrijfsgeheimen onrechtmatig zijn verkregen en gebruikt.
2. Met ‘de hoofdzaak’ in art. 1019c lid 2 Rv is de procedure bedoeld waarin vorderingen gebaseerd op de gestelde onrechtmatige inbreuk geldend worden gemaakt, zoals een verbods- of schadeprocedure.
3. De gedetailleerde beschrijving van art. 1019b/1019d Rv is ook toelaatbaar in niet-IE-gevallen die voldoende gelijkenis vertonen met gevallen waarop de regeling van art. 1019 e.v. Rv van toepassing is, zoals bij de schending van bedrijfsgeheimen.

Lees verder >

Magische vrouwelijke verschijningen met een negatieve connotatie

CB 2018-130 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1214, ECLI:NL:HR:2018:1215 en ECLI:NL:HR:2018:1217 (Fanofinefood / Levola)

(1) Anders dan bij visuele en auditieve overeenstemming, waarbij het gaat om directe, zintuiglijke waarneming, berust begripsmatige overeenstemming naar haar aard op een meer abstracte notie, zoals een gemeenschappelijke betekenis (wat ook bij vertaalde woordmerken het geval kan zijn), een gedeelde eigenschap of een gemeenschappelijk kenmerk van de beide tekens. Voor het onderzoek naar begripsmatige overeenstemming ligt in de redenering dan ook een – al dan niet tot uitdrukking te brengen – ‘veralgemeniserende’ schakel in de rede.
(2) Voor begripsmatige overeenstemming is vereist dat een substantieel deel van het (relevante) publiek bekend is met de overeenstemmende betekenissen.
(3) In het algemeen mogen geen hoge eisen worden gesteld aan de motivering of onderbouwing van de betwisting door een procespartij van een stelling van haar (de bewijslast daarvan dragende) wederpartij dat een bepaalde term en de betekenis daarvan bij het publiek bekend zijn.
(4) De stelling dat voor verwarringsgevaar dat louter op begripsmatige overeenstemming is gebaseerd, een bijzondere rechtvaardiging moet bestaan, vindt geen steun in de arresten Sir/Zirh en Puma/Sabel. Lees verder >

Eindarrest over vordering tot blokkade The Pirate Bay

CB 2018-118 Geplaatst op 04 jul 2018 door

HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1046 (Brein/XS4ALL en Ziggo)

1. Een torrent index website als The Pirate Bay verricht een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn.
2. Op een vordering van een rechthebbende tegen een internet service provider tot blokkade van een torrent index website die inbreuk op zijn rechten maakt, is de Handhavingsrichtlijn van toepassing, ook al maakt de provider zelf geen inbreuk.

Lees verder >

Databankenrecht: investeringen die ten grondslag liggen aan de creatie van normtabellen terecht buiten beschouwing gelaten

CB 2018-141 Geplaatst op 19 jun 2018 door

HR 8 juni 2018 ECLI:NL:HR:2018:856

Het hof heeft het databankrechtelijke begrip ‘creëren van gegevens’ niet te breed uitgelegd. Het hof heeft met het creëren van ‘inhoudelijke waarde’ klaarblijkelijk gedoeld op de creatie van de zelfstandige informatieve waarde die leidt tot het ontstaan van een nieuw element, en niet op het toevoegen van inhoudelijke waarde aan een reeds bestaand element door opneming in een databank. De investeringen die betrekking hebben op de totstandkoming van normgegevens zijn daarom terecht buiten beschouwing gelaten. Lees verder >

Bij de uitleg van een octrooi is de afstandsleer uit Van Bentum/Kool geen afzonderlijke toets meer

CB 2018-100 Geplaatst op 14 jun 2018 door

HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:854 (Resolution/AstraZeneca)

Uit het arrest Van Bentum/Kool stamt de regel dat de gemiddelde vakman slechts dan mag aannemen dat afstand is gedaan van een gedeelte van de bescherming waarop het octrooi naar het wezen van de uitvinding aanspraak geeft, indien daartoe goede grond bestaat, gelet op de inhoud van het octrooischrift in het licht van eventuele andere bekende gegevens, zoals de ook voor hem kenbare gegevens uit het octrooiverleningsdossier. Nu de achter de woorden van de conclusies liggende uitvindingsgedachte volgens recentere jurisprudentie niet langer als uitgangspunt geldt maar fungeert als gezichtspunt, komt aan die regel uit Van Bentum/Kool geen zelfstandige betekenis meer toe in de zin van een bij de uitleg uit te voeren afzonderlijke toets. Bij de zoektocht naar het evenwicht dat gevonden moet worden tussen de bescherming van de belangen van de octrooihouder en de rechtszekerheid van wie zich op het octrooi oriënteert, kan de rechter, wanneer de vraag rijst of een in een conclusie opgenomen formulering moet worden opgevat als een beperking van de beschermingsomvang, betekenis toekennen aan het antwoord dat de gemiddelde vakman zal geven op de vraag naar het bestaan van een goede grond voor die beperking. Lees verder >

Zuiver processuele werkzaamheden vallen binnen de reikwijdte van de volledige proceskostenvergoeding IE

CB 2018-98 Geplaatst op 07 jun 2018 door

HR 18 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:721 (Becton/B. Braun)

De volledige proceskostenvergoeding in zaken op het gebied van intellectuele-eigendom (art. 1019h Rv) is ook van toepassing op werkzaamheden van zuiver processuele aard, zoals werkzaamheden die uitsluitend betrekking hebben op een ontvankelijkheidsvraag. Lees verder >

Hoge Raad oordeelt over auteursrechtelijke bescherming van voorbereidend materiaal computerprogramma

CB 2018-25 Geplaatst op 25 jan 2018 door

HR 19 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:56  (Diplomatic Card S&B SA / Forax BV)

Niet alle producten die in het ontwikkelingsproces van een computerprogramma worden vervaardigd zijn op basis van de Softwarerichtlijn auteursrechtelijk beschermd. Van bescherming van voorbereidend materiaal is op basis van die richtlijn slechts sprake wanneer dit materiaal tot (reproductie van) het computerprogramma kan leiden.  Lees verder >

Hoge Raad: het hervullen van een gehuurde gastank levert merkgebruik op

CB 2018-16 Geplaatst op 11 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:10 (Eiseres/Primagaz)

Het hervullen van een gastank waarop een merk van een ander is aangebracht kan ‘gebruik’ van een merk opleveren en afbreuk doen aan de merkenrechtelijke herkomstaanduidings- en kwaliteitsfuncties. Van uitputting van het merkrecht is in het onderhavige geval geen sprake; de betreffende gastank is eigendom gebleven van de merkhouder en vertegenwoordigt geen zelfstandige economische waarde. Lees verder >

Pagina 1 van 812345...Minst recente »