Selecteer een pagina

Dossier: Intellectuele-eigendomsrecht


HR 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1503 (Airwair / Van Haren)

Deze cassatieprocedure tussen Airwair en Van Haren ging over vermeende nabootsing van Dr. Martens schoenen. Wordt een soort product, een productlijn, stijl of collectie beschermd onder het leerstuk van slaafse nabootsing? Moet bij slaafse nabootsing altijd een één-op-één vergelijking worden gemaakt tussen het nagebootste product en de vermeende nabootsing van dat product? Sikke Kingma bespreekt in drie minuten de conclusie van de advocaat-generaal en de uitspraak van de Hoge Raad.

 

HR 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:621 (Verstappen/Picnic)

Een portret als bedoeld in art. 21 Aw is een afbeelding, op welke wijze ook vervaardigd, van een persoon die in deze afbeelding kan worden herkend. Een afbeelding van een lookalike kan onder omstandigheden worden aangemerkt als een portret van de persoon op wie hij lijkt. Daarvoor is niet alleen vereist dat deze persoon in de afbeelding van de lookalike kan worden herkend, maar ook dat de mogelijkheid tot herkenning door bijkomende omstandigheden is vergroot, zoals door de wijze van presentatie van de lookalike, door wat de afbeelding overigens toont of door de context waarin de afbeelding is openbaar gemaakt.

(meer…)

HR 22 april 2022 ECLI:NL:HR:2022:621

De Nederlandse wereldkampioen Formule 1, Max Verstappen, trad op in een tv-reclame van supermarktketen Jumbo, waarin hij boodschappen thuisbezorgt in zijn Formule 1-auto. Picnic, een supermarktbezorgdienst, speelde daarop in met een eigen filmpje. Daarin brengt een lookalike van Verstappen boodschappen rond in een Picnic-bestelbusje. Dit filmpje is miljoenen keren bekeken. Max Verstappen stapte daarop naar de rechter wegens schending van zijn portretrecht. Sikke bespreekt in 3 minuten de uitspraak van de Hoge Raad.

HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:164

Bij een conservatoir leveringsbeslag op een merkrecht is art. 453a Rv van toepassing. Een vervreemding die tot stand is gekomen nadat het beslag is gelegd, kan de beslaglegger dan ook niet worden tegengeworpen. Daarvoor is wel vereist dat de beslaglegger het beslag vervolgt. Dat kan de beslaglegger doen door een eis in de hoofdzaak in te stellen. Die eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld tegen de schuldenaar van de beslaglegger. Daarnaast kan ook de derde-verkrijger  bij de hoofdzaak worden betrokken, maar dat hoeft niet.  (meer…)

HR 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1923

Sikke Kingma vertelt over het eerste arrest van de Hoge Raad over de manier van toetsing van onredelijk bezwarende bedingen in het auteurscontractenrecht (artikel 25f Auteurswet). Mag je bij die toetsing ook kijken hoe het beding in de praktijk is uitgevoerd, of moet je je beperken tot de inhoud van het beding, op het moment van contractsluiting?