Dossier: Kooprecht


Hoge Raad 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1008

De Hoge Raad heeft een prejudiciële beslissing gewezen over het toepassingsbereik van de Richtlijn consumentenkrediet. Het was onder meer de vraag of vertragingsrente en incassokosten in aanmerking moeten worden genomen bij de beoordeling of sprake is van een kredietovereenkomst ‘zonder kosten of met onbetekenende kosten’ (art. 7:58 lid 2 sub e BW). In dit vlog bespreekt Hidde Volberda hoe de Hoge Raad die vraag beantwoordt.

Cassatievlog #137 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:521

Een verkoper moet de zaak vrij van bijzondere lasten en beperkingen overdragen (uitdrukkelijke aanvaarding uitgezonderd) (art. 7:15 lid 1 BW). Deze regel is niet van toepassing als de lasten of beperkingen voortvloeien uit een zaaksspecifiek bestemmingsplan (‘postzegelbestemmingsplan’). De Hoge Raad ziet geen aanleiding af te wijken van het Portsight-arrest.  (meer…)

HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677

Deze prejudiciële beslissing gaat over de vragen of de rechter bij een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte ambtshalve moet onderzoeken of is voldaan aan de wettelijke informatieplichten van de handelaar tegenover de consument, en of de rechter ambtshalve een sanctie moet verbinden aan het niet-voldaan zijn aan een of meer van die plichten, en zo ja, welke.

(meer…)

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) toepasselijkheid van het in art. 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap (2) vraag of bij art. 7:417 lid 4 BW ook van toepassing is op de korte termijn verhuur van vakantieaccommodaties (onlineplatform Airbnb)  (3) vraag over consumentenrecht en (pre)contractuele informatieverplichtingen en (4) uitleg van het criterium ‘geen of een verwaarloosbare tegenprestatie’ van de verhuurder uit het Nellestein-arrest van de HR uit 2012. (meer…)

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3263

Het hof is terecht ervan uitgegaan dat het voor de dwingende bewijskracht van een onderhandse akte, aankomt op (uitleg van) alleen die akte zelf. Wel had het hof de akte niet geheel van het bewijs mogen uitsluiten, althans blijk moeten geven dat hij die akte heeft meegewogen bij de bewijswaardering. (meer…)

HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2287

Bij de verkoop van een oude, zichtbaar gebrekkige boerderij, garandeerde de verkoper dat deze geschikt was voor normaal gebruik als woning. Het oordeel van het hof dat aan de voor dat normale gebruik benodigde eigenschappen in dit geval geen hoge eisen kunnen worden gesteld, laat de Hoge Raad in stand. (meer…)

Cassatieblog.nl