Alle berichten van: Hanneke Arnoldus


HR 19 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:636

De datum van ontbinding van de huwelijksgemeenschap is beslissend voor het antwoord op de vraag of toepassing moet worden gegeven aan art. 1:100 lid 2 (nieuw) BW  bij vaststellen draagplicht echtgenoot voor de schulden van de andere echtgenoot en niet de datum van de verdeling van de gemeenschap. (meer…)

Het jaarverslag van de Hoge Raad over 2018 is gepubliceerd (2018.jaarverslaghogeraad.nl). De Hoge Raad memoreert in de inleiding dat het 180 jaar geleden is dat de Hoge Raad op 1 oktober 1838 werd ingesteld. Het Wetenschappelijk Bureau (WB) van de Hoge Raad vierde in 2018 het 40-jarig jubileum. Het bureau werd in 1978 opgericht ter ondersteuning van de leden van de raad en parket bij de voorbereiding van de arresten en de conclusies door middel van juridisch onderzoek. In 1978 bestond het WB uit zeven medewerkers, inmiddels zijn het zo’n 100 juristen. (meer…)

HR 19 april 2019 ECLI:NL:HR:2019:635

Bij een verzoek om een machtiging tot voortgezet verblijf dient een ondertekende verklaring worden overgelegd van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin de betrokkene is opgenomen. (meer…)

HR 22 maart 2019 EC:LI:NL:HR:2019:395

In behandelplan dient duidelijk te zijn welke geneesheer-directeur bevoegd is te beslissen tot opneming van de betrokkene indien de voorwaarden niet worden nageleefd of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.  (meer…)

HR 15 maart 2019 ECLI:NL:HR:2019:377 

Bij beëindiging van de schuldsaneringsregeling door toekenning van een schone lei, is een vordering ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan is gebleven, niet langer afdwingbaar (art. 358 lid 1 Fw). Omdat de schuldenaar van degene aan wie de schone lei is toegekend niet bevoegd is als schuldeiser de nakoming van een dergelijke vordering af te dwingen, is hij betrekking met die vordering niet bevoegd om zich op verrekening te beroepen. De ratio van de toekenning van de schone lei staat daarbij in de weg aan analoge toepassing van art. 6:131 lid 1 BW. Wel kan een beroep op niet-verrekenbaarheid wegens niet-afdwingbaarheid van de vordering, wegens de bijzondere omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. (meer…)