Alle berichten van: Hanneke Arnoldus


ECLI:NL:HR:2019:1691

De regeling van wraking van rechters, neergelegd in de art. 36 – 39 Rv, is ook van toepassing op een machtigingsprocedure op de voet van de Wet Bopz. Indien in een procedure tot het verlenen van een machtiging uit hoofde van de Wet Bopz een wrakingsverzoek wordt gedaan, geldt als uitgangspunt dat de rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, niet op het verzoek tot het verlenen van de machtiging mag beslissen zolang niet op het wrakingsverzoek is beslist. (meer…)

HR 4 oktober 2019 ECLI:NL:HR:2019:1531

Een Kerkgenootschap mag de rechtsverhouding tot een geestelijk ambtsdrager in beginsel in zijn statuut naar eigen inzicht vormgeven. Daarbij is afwijking van een wettelijk arbeidsrecht mogelijk tenzij dat recht een zodanig fundamenteel belang beschermt dat afwijking in het concrete geval niet kan worden aanvaard. De Nederlands Gereformeerde Kerk Hattem heeft een eigen regeling voor de arbeidsrelatie met de predikant gemaakt die weliswaar afwijkt van van het wettelijke arbeidsrecht, maar niet zodanig dat belangen van fundamentele aard worden geschonden. (meer…)

11 oktober 2018  ECLI:NL:HR:2019:1562

De Hoge Raad bevestigt de eerdere jurisprudentie over de hoorplicht van de rechter. Bij het verlenen van een voorlopige machtiging in het kader van de Wet Bopz dient de betrokkene door de rechtbank gehoord te worden, ook als er sprake is van een voortzetting van een mondelinge behandeling. (meer…)

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) ) overdracht van vorderingen door banken aan niet-bancaire kredietopkopers, (2) aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade als gevolg van inbrengen gebrekkig PIP-implantaat (3) IPR van Curaçao en mogelijk Nederlanderschap voor erkend kind, (4) kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding, (5) slapend dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid, (6) tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in consumentenzaken en (7) loonbegrip van art. 6:107a BW en afgedragen pensioenpremies. (meer…)

Mr. B.F. (Bastiaan) Assink wordt per 1 september 2019 benoemd tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad in civiele zaken. Hij gaat zich bezig houden met het hele domein van het civiele recht, met name de onderdelen ondernemings- en rechtspersonenrecht. Hij wordt de opvolger van Mr. L. Timmerman die met ingang van 1 mei jl. advocaat-generaal in buitengewone dienst is geworden.

Mr. Assink is op dit moment hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tevens is hij parttime advocaat en partner bij Nauta Dutilh en sinds 2012 raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Ministerraad heeft op 12 juli 2019 ingestemd met de benoeming van drie raadsheren in de Hoge Raad:

Mr. F.J.P. Lock (met ingang van de datum van beëdiging). Mr. Lock is momenteel senior-raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Per 1 januari 2020 wordt Mr. M. Kuijer raadsheer bij de Hoge Raad. Mr. Kuijer is juridisch adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en bijzonder hoogleraar afdeling Strafrecht en criminologie Vrije Universiteit Amsterdam

Met ingang van 1 september 2020 wordt Mr. C. Caminada raadsheer bij de Hoge Raad. Mevrouw Mr. Caminada is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden.