Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514
In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. (meer…)
Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596
Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.
Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Cassatievlog #161 | Verkeerd ingediend beroepschrift
Hoge Raad 27 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:514
In deze zaak is een beroepschrift op gebrekkige wijze ingediend bij het hof, namelijk met de gewone mail in plaats van Veilig Mailen. De Hoge Raad buigt zich over de gevolgen daarvan voor de ontvankelijkheid van het beroep. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt in drie minuten deze uitspraak.
Recente berichten
- Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
- Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
- Cassatievlog #161 | Verkeerd ingediend beroepschrift
- Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht
- Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen
- Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
- Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW: wat geldt als referteperiode?
- Als de rechter of de gecertificeerde instelling het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig acht, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (339)
- Arbeidsrecht (249)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (56)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (84)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (207)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (23)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (218)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (897)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (320)
- Vermogensrecht algemeen (93)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (135)