Een verjaarde vordering kan niet verrekend worden met een na die verjaring ontstane schuld
HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94
Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. (meer…)
Cassatievlog #153 | Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW en referteperiode
Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:99
In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Berend-Bram Heinen een recent arrest van de Hoge Raad over artikel 7:610b BW. Dit artikel bepaalt dat indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de ‘referteperiode’). Moet de referteperiode noodzakelijkerwijs onmiddellijk voorafgaan aan de periode waarop het verzoek ziet of kan ook een andere periode in aanmerking worden genomen? De Hoge Raad geeft antwoord.
Ruimte voor nieuwe feiten in cassatie?
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1950
Art. 419 lid 2 Rv brengt mee dat de feitelijke grondslag van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt alleen kan worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding, en dus niet in nieuwe feiten die zich hebben voorgedaan na de bestreden uitspraak. Dat is niet anders in een uitleveringszaak, waarin het gaat om de vraag of de persoon die wordt uitgeleverd het risico loopt om na uitlevering in strijd met art. 3 EVRM te worden blootgesteld aan onmenselijke en vernederende detentieomstandigheden. (meer…)
Verwijzingshof mocht eerder afgewezen verklaring voor recht niet alsnog toewijzen
HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:54
De verwijzingsrechter is gebonden aan alle in cassatie niet of tevergeefs bestreden eindbeslissingen uit de uitspraak waartegen cassatieberoep was ingesteld. (meer…)
Ambtshalve toetsing kostenbeding aan Europees consumentenrecht?
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856
Een kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en haar cliënt hoeft niet te worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, omdat daarover afzonderlijk is onderhandeld. (meer…)
Recente berichten
- Thuiszorgster kan o.g.v. art. 4:59 BW geen voordeel trekken uit het testament van de erflater die zij verzorgde
- Cassatievlog #154 | Toepassing van de openbare orde-exceptie
- De openbare orde-exceptie is van openbare orde
- Een verjaarde vordering kan niet verrekend worden met een na die verjaring ontstane schuld
- Cassatievlog #153 | Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW en referteperiode
- Ruimte voor nieuwe feiten in cassatie?
- Verwijzingshof mocht eerder afgewezen verklaring voor recht niet alsnog toewijzen
- Ambtshalve toetsing kostenbeding aan Europees consumentenrecht?
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (14)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (333)
- Arbeidsrecht (246)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (90)
- Financieel recht (55)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (64)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (83)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (205)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (21)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (217)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (149)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (885)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (315)
- Vermogensrecht algemeen (92)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (82)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (129)