Selecteer een pagina

Alle berichten van: Monique Hazelhorst


HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1292

Nu de vrouw verzocht om afgifte van het goud, dat de man volgens haar in bezit zou hebben, was het aan haar om te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat de man het goud nog heeft. Het was niet aan de man om te bewijzen dat hij het goud niet meer heeft omdat hij het – zoals hij stelde – in de echtelijke woning heeft achtergelaten. Het hof heeft dit miskend. (meer…)

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:814

Volgens rechtspraak van het HvJEU worden een dochtermaatschappij en een moedermaatschappij die daarin (nagenoeg) alle aandelen houdt voor de toepassing van de mededingingsregels als één onderneming gezien. Dat werkt ook door in de bevoegdheid van de rechter om kennis te nemen van een vordering tot aansprakelijkheid wegens overtreding van de mededingingsregels: die kan worden aangebracht bij de rechter van het land waar één van beiden woonplaats heeft (art. 8 lid 1 Verordening Brussel I-bis). De rechter kan alleen dan geen bevoegdheid aannemen als op voorhand uitgesloten is dat de moedermaatschappij beslissende invloed had op de dochtermaatschappij. (meer…)

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:406

Het CBS mag op grond van zijn wettelijke taak slechts incidenteel werkzaamheden voor derden verrichten. Ook overheden kunnen ‘derden’ zijn. Het is niet juist dat werkzaamheden voor derden alle werkzaamheden zijn die niet worden gefinancierd vanuit de bijdrage van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. (meer…)

Hoge Raad 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793

Op 22 mei 2026 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over dwaling en de bancaire zorgplicht bij het aangaan van renteswaps. De Hoge Raad oordeelt hierin dat er geen algemene verplichting bestaat om een interne verwachting over de ontwikkeling van de rente aan de klant mee te delen, maar dat daarvoor in dit geval mogelijk wel aanleiding bestond. Ook neemt de Hoge Raad afstand van het begrip ‘bijzondere’ zorgplicht. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #164 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:552

Het begrip ‘gebouwde onroerende zaak’ uit art. 7:290 BW moet op dezelfde manier worden uitgelegd als datzelfde begrip uit art. 7:230a BW. De uitleg die de Hoge Raad aan dat begrip heeft gegeven in de Landingsbaan-beschikking geldt dus ook het kader van art. 7:290 BW.
In deze zaak oordeelt dat de Hoge Raad dat een onbemand tankstation dat niet een gebouw is en waarvan geen verkoopruimte deel uitmaakt in beginsel niet kan worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak. (meer…)

Cassatieblog.nl