Cassatievlog #131 | De omvang van gezag van gewijsde
Hoge Raad 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:667
De Hoge Raad geeft in het kader van de vraag of sprake is van gezag van gewijsde antwoord op de vraag of zich na een eerdere procedure opgekomen nieuwe omstandigheden voordoen en hoe moet worden vastgesteld of daarvan sprake is. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in drie minuten.
Cassatievlog #131 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Inlening van een uitzendkracht door een particulier?
HR 11 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:543
Artikel 7:690 BW is ook van toepassing als een uitzendkracht wordt uitgeleend aan een particuliere (niet-bedrijfsmatige) inlener. (meer…)
Geen verlening van zorgmachtiging bij ontbreken van medische verklaring
HR 7 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:195
Hoge Raad houdt vast aan eerdere rechtspraak waaruit volgt dat op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) geen zorgmachtiging mag worden verleend indien een medische verklaring ontbreekt. (meer…)
Wanneer is sprake van een aansluitende zorgmachtiging in de Wvggz?
HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:86
Omdat de zorgmachtiging niet verleend is binnen drie weken na het verzoek van de officier van justitie waarin om een aansluitende zorgmachtiging werd verzocht, is geen sprake van een aansluitende zorgmachtiging in de zin van art. 6:5, aanhef en onder b, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging kan daarom niet met twaalf maanden verlengd worden, maar kan slechts verlengd worden met maximaal zes maanden. (meer…)
Jaarverslag van de Hoge Raad over 2024
Het jaarverslag van de Hoge Raad over 2024 is gepubliceerd. (meer…)
Recente berichten
- Wvggz: twee keer beroep tegen aansluitende zorgmachtiging
- Stelplicht en bewijslast bij misbruik van machtspositie (art. 102 VWEU)
- Cassatievlog #166 | Geen misbruik machtspositie door HP
- Een ondergrens in een verplichtstellingsbesluit zonder expliciet hoofdzaakcriterium
- Rechterlijke bevoegdheid bij aansprakelijkheidsprocedure na mededingingsinbreuk
- Cassatievlog #165 | Hoe moet bij de toepassing van art. 4:71 BW een voorwaardelijke making worden gewaardeerd?
- Causaal verband en beroepsaansprakelijkheid van een notaris
- Grenzen aan het verrichten van werkzaamheden voor ‘derden’ door het CBS
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (15)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (341)
- Arbeidsrecht (252)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (46)
- Europees recht (91)
- Financieel recht (57)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (65)
- Hoge Raad Algemeen (63)
- Huurrecht (88)
- Huwelijksvermogensrecht (71)
- Insolventierecht (208)
- Intellectuele-eigendomsrecht (120)
- Internationaal privaatrecht (88)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (26)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (183)
- Pensioenrecht (27)
- Personen- en familierecht (219)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (151)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (898)
- Strafrecht (11)
- Verbintenissenrecht (322)
- Vermogensrecht algemeen (94)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (85)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (138)