Dossier: Proces- en beslagrecht


Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) ) overdracht van vorderingen door banken aan niet-bancaire kredietopkopers, (2) aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade als gevolg van inbrengen gebrekkig PIP-implantaat (3) IPR van Curaçao en mogelijk Nederlanderschap voor erkend kind, (4) kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding, (5) slapend dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid, (6) tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in consumentenzaken en (7) loonbegrip van art. 6:107a BW en afgedragen pensioenpremies. (meer…)

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1281 en HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1242

De Hoge Raad bevestigt de lijn zoals uiteengezet in HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, (zie CB 2014-169) en HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264 (zie CB 2018-13). Net als in die arresten overweegt de Hoge Raad ook nu in twee arresten dat indien een zaak meervoudig wordt beslist, als hoofdregel geldt dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. (meer…)

HR 19 jul 2019 ECLI:NL:HR:2019:1239

Een in Spanje verleden authentieke akte heeft in Nederland in beginsel dezelfde bewijskracht als in Spanje. De echtheid van een dergelijke akte kan blijkens art. 59 lid 2 van de Europese Erfrechtverordening alleen worden aangevochten voor een gerecht van de lidstaat van herkomst. (meer…)

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1233

Als de rechter in een herroepingsprocedure het geding geheel of gedeeltelijk heropent op de voet van art. 387 Rv, moet cassatieberoep tegen deze uitspraak direct worden ingesteld en mag niet worden gewacht tot de einduitspraak in het heropende geding op de voet van art. 389 Rv. Hetzelfde geldt voor het instellen van verzet. (meer…)

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1283

Overschrijding van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv is geen beletsel voor verstekverlening, mits de eiser – op eigen initiatief of, in voorkomend geval, op bevel van de rechter – bij de betekening van het exploot aan de verweerder een nieuwe uiterste verschijndatum aanzegt die de verweerder alsnog een termijn van ten minste twee weken geeft om te beslissen of hij wil verschijnen. Dat geldt ook als het oproepingsbericht pas na de in de procesinleiding vermelde uiterste verschijndatum is betekend. De aanzegging van een nieuwe uiterste verschijndatum mag echter niet leiden tot overschrijding van de in die bepalingen genoemde maximale verschijntermijn.

(meer…)

Mr. B.F. (Bastiaan) Assink wordt per 1 september 2019 benoemd tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad in civiele zaken. Hij gaat zich bezig houden met het hele domein van het civiele recht, met name de onderdelen ondernemings- en rechtspersonenrecht. Hij wordt de opvolger van Mr. L. Timmerman die met ingang van 1 mei jl. advocaat-generaal in buitengewone dienst is geworden.

Mr. Assink is op dit moment hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Tevens is hij parttime advocaat en partner bij Nauta Dutilh en sinds 2012 raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Ministerraad heeft op 12 juli 2019 ingestemd met de benoeming van drie raadsheren in de Hoge Raad:

Mr. F.J.P. Lock (met ingang van de datum van beëdiging). Mr. Lock is momenteel senior-raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Per 1 januari 2020 wordt Mr. M. Kuijer raadsheer bij de Hoge Raad. Mr. Kuijer is juridisch adviseur bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en bijzonder hoogleraar afdeling Strafrecht en criminologie Vrije Universiteit Amsterdam

Met ingang van 1 september 2020 wordt Mr. C. Caminada raadsheer bij de Hoge Raad. Mevrouw Mr. Caminada is senior-raadsheer in het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden.