Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514

In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. (meer…)

Hoge Raad 27 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:514

In deze zaak is een beroepschrift op gebrekkige wijze ingediend bij het hof, namelijk met de gewone mail in plaats van Veilig Mailen. De Hoge Raad buigt zich over de gevolgen daarvan voor de ontvankelijkheid van het beroep. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:413

Bij een inzageverzoek op grond van art. 843a (oud) Rv dat volgt op een eerder bewijsbeslag is niet vereist dat de rechtsbetrekking die aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd in het verlengde ligt van de grondslag van het voorafgaande bewijsbeslag. Verder kan het inzageverzoek ook betrekking hebben op andere bescheiden dan waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. (meer…)

6 februari 2026 ECLI:NL:HR:2026:201

Deze uitspraak gaat over de uitleg van het overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Deze wet is op 1 januari 2025 in werking getreden. In deze wet is onder andere een nieuwe regeling voor het inzagerecht opgenomen. Omdat het overgangsrecht in deze wet summierlijk geregeld is, zijn in de praktijk vragen over de uitleg van dat overgangsrecht gerezen. Zo speelt de vraag of naar oud of nieuw recht moet worden bepaald of, en zo ja, binnen welke termijn een rechtsmiddel openstaat. In deze uitspraak, beantwoordt de Hoge Raad onder andere die vraag. (meer…)

Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:392

De klant van een creditcardmaatschappij weigert om mee te werken aan het controleren van haar identiteit. Zij wil niet dat de maatschappij een kopie van haar paspoort bewaart. Als de creditcardmaatschappij de creditcard opzegt, komt het tot een procedure. De Hoge Raad onderzoekt of de Wwft, in het licht van de AVG, een toereikende grondslag biedt voor het bewaren van kopieën van identiteitsbewijzen. De conclusie is dat dit voor redelijke twijfel vatbaar is. De Hoge Raad gaat daarom prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie EU. Jerre de Jong bespreekt in vier minuten deze uitspraak.

Cassatievlog #160 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:409

Een chauffeur van PostNL is op staande voet ontslagen omdat hij goederen zou hebben weggenomen tijdens het transport van pakketten. Het hof stelt PostNL in het gelijk en baseert zich daarbij onder meer op ter zitting vertoonde camerabeelden. De (advocaat van) werknemer had die camerabeelden voorafgaand aan de mondelinge behandeling willen bekijken, maar is daar wegens technische redenen niet in geslaagd. Zijn de beginselen van hoor en wederhoor en equality of arms daarmee te kort gedaan? Giel Wind bespreekt de uitspraak van het hof in drie minuten.

 

 

Cassatievlog #159 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog.nl