Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 25 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1551 en ECLI:NL:HR:2026:1552

Op 25 september 2026 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen die betrekking hebben op wat in de volksmond ook wel het emissieschandaal of dieselgate wordt genoemd. De kern van deze controverse is dat fabrikanten voertuigen met dieselmotoren zouden hebben uitgerust met een verboden manipulatie-instrument, waardoor deze niet voldeden aan Europese emissienormen.

Op basis van dit verwijt is onder meer Stichting Emission Claim (hierna: SEC) een collectieve actie gestart tegen de fabrikant, de importeur en de dealers en servicepartners van Mercedes-voertuigen. Op vergelijkbare gronden is Stichting Diesel Emissions Justice (hierna: SDEJ) een collectieve actie gestart tegen Stellantis N.V. (hierna: Stellantis) en tegen de fabrikanten, importeurs en dealers van Stellantis-voertuigen. (meer…)

HR 2 oktober, ECLI:NL:HR:2026:1595 (ING/Leferink q.q.)

De inningsbevoegdheid van de pandhouder omvat niet ook de bevoegdheid om de verpande vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Het gesloten systeem van goederenrechtelijke rechten verzet zich ertegen dat partijen met goederenrechtelijke werking aan de pandhouder de bevoegdheid toekennen om de verpande vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. (meer…)

HR 25 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1548

In een procedure op de voet van art. 3:268 lid 2 BW hoeven niet alle belanghebbenden te worden opgeroepen. Aan de belanghebbenden dient weliswaar de in art. 548 lid 3 Rv bedoelde mededeling te worden gedaan, maar alleen als die belanghebbenden te kennen geven dat zij gehoord willen worden, moeten zij opgeroepen worden voor de mondelinge behandeling. (meer…)

HR 25 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1558

Met toepassing van zijn vaste rechtspraak op dit punt stelt de Hoge Raad eiser in dit cassatieberoep in de gelegenheid om alle betrokkenen bij deze processueel ondeelbare rechtsverhouding alsnog op te roepen (art. 118 Rv).  (meer…)

HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1500

De schending van de waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eiser kon het hof in dit geval  bestraffen door hem niet toe te laten tot nadere bewijslevering.

Wel heeft eiser terecht geklaagd dat het hof, in strijd met art. 23 Rv, over een langere periode schadevergoeding heeft toegewezen dan gevorderd.  (meer…)

EHRM 23 september 2026, nr. 19365/19 (Kuijt/Nederland)

Voor het EHRM wordt geklaagd dat de Hoge Raad geen (i) onafhankelijk en (ii) onpartijdig gerecht is (iii) voorzien bij wet, aangezien een of meer ‘reservisten’ aan de beraadslaging hebben deelgenomen, terwijl de wet daarin niet voorziet. Dat zou een schending opleveren van art. 6 lid 1 EVRM. Het EHRM verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in deze klachten, ten dele omdat de nationale rechtsmiddelen niet zijn uitgeput, en voor het overige omdat de klachten kennelijk ongegrond zijn. (meer…)

Cassatieblog.nl