Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 22 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1800

De Hoge Raad oordeelt dat een door de rechtbank toegewezen verklaring dat een recht waarvan de vestiging is ingeschreven in de openbare registers nietig is, geen verklaring van waardeloosheid in de zin van artikel 3:29 lid 1 BW is. Alleen een verklaring waarbij de rechtbank een inschrijving met zoveel woorden waardeloos verklaart, is een verklaring als bedoeld in artikel 3:29 lid 1 BW. Dit betekent dat het oordeel van het hof dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun hoger beroep omdat zij de uitspraak van de rechtbank niet hebben ingeschreven in het rechtsmiddelenregister, onjuist is. (meer…)

HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:24

De Hoge Raad oordeelt dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan de stelplicht van eiser, dan wel een onbegrijpelijke uitleg heeft gegeven aan de gedingstukken. Voorts herhaalt de Hoge Raad dat voor een succesvol beroep op rechtsverwerking sprake moet zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, of waardoor de positie van de wederpartij onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden, indien het recht alsnog geldend wordt gemaakt.

(meer…)

23 januari 2024 ECLI:NL:HR:2024:57

Deze zaak draait om de mogelijkheid van cassatieberoep tegen een tussenuitspraak. De Hoge Raad herhaalt het onderscheid tussen einduitspraken en tussenuitspraken. Daarnaast gaat hij in de op de vraag wanneer sprake is van een tussenuitspraak in de zin van art. 401a lid 1 Rv, waartegen tussentijds cassatieberoep openstaat. Hidde Volberda bespreekt deze zaak in 3 minuten.

HR 12 januari 2024 (kredietnemers / Deutsche Bank) ECLI:NL:HR:2024:18 en ECLI:NL:HR:2024:19 

De Hoge Raad laat zich in twee arresten uit over de verjaring van zorgplichtschendingen. De rechter moet ook vaststellen wanneer de benadeelde voldoende zekerheid had dat zijn schade het gevolg is van foutief handelen van de aansprakelijke partij. In drie minuten bespreekt Matthijs Bakker deze arresten.

HR 12 januari 2024, ECLI:NL:HR:2024:22

Bij de uitleg van een petitum moet worden gekeken naar de bewoordingen daarvan, wat aan de eis ten grondslag is gelegd, de wijze waarop de wederpartij de eis heeft opgevat (of redelijkerwijs had moeten opvatten) en het verdere partijdebat. Dit geldt ook bij de uitleg van een vordering tot het geven van een verklaring voor recht. (meer…)

Cassatieblog.nl