Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 10 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1224

De inhoud en strekking van art. 157 Rv en de eisen van het rechtsverkeer brengen mee dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij (en haar rechtverkrijgenden), dat wil zeggen degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar van de akte zich blijkens de tekst daarvan heeft verbonden. (meer…)

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:805

Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. (meer…)

Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1198 en ECLI:NL:HR:2026:1197

 De Hoge Raad aanvaardt een uitzondering op het terugverwijsverbod voor collectieve acties. Waar een hof na vernietiging een zaak normaliter zelf moet afdoen, oordeelt de Hoge Raad dat dit niet past binnen het tweefasenstelsel van de WAMCA. Wanneer een rechtbank een belangenorganisatie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, mag het hof de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Ook na cassatie. Omwille van de praktijk geldt deze uitzondering bovendien voor collectieve acties op de voet van art. 3:305a (oud) BW. (meer…)

HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1292

Nu de vrouw verzocht om afgifte van het goud, dat de man volgens haar in bezit zou hebben, was het aan haar om te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat de man het goud nog heeft. Het was niet aan de man om te bewijzen dat hij het goud niet meer heeft omdat hij het – zoals hij stelde – in de echtelijke woning heeft achtergelaten. Het hof heeft dit miskend. (meer…)

Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1198

In het arrest van 17 juli 2026 geeft de Hoge Raad (procesrechtelijke) uitleg over de ontvankelijkheidsvereisten die gelden bij een collectieve actie op grond van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). Geldt er een uitzondering op het terugverwijsverbod? Moet de ontvankelijkheid ex nunc of ex tunc worden beoordeeld? Wanneer is een belangenorganisatie voldoende representatief? Dauphine Delger bespreekt het arrest in vier minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #171 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Hoge Raad 3 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1159

De Hoge Raad heeft de vraag beantwoord of online kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat de aanbieder niet de op grond van de Wet de op kansspelen (Wok) vereiste vergunning had. Zulke overeenkomsten zijn volgens de Hoge Raad niet nietig. Ze zijn weliswaar in strijd met een dwingende wetsbepaling (art. 1 Wok), maar die bepaling heeft niet de strekking om de geldigheid van de overeenkomsten aan te tasten. De overeenkomsten zijn ook niet naar hun inhoud of strekking in strijd met de openbare orde of goede zeden. Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in 3 minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #170 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog.nl