Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 25 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1548

In een procedure op de voet van art. 3:268 lid 2 BW hoeven niet alle belanghebbenden te worden opgeroepen. Aan de belanghebbenden dient weliswaar de in art. 548 lid 3 Rv bedoelde mededeling te worden gedaan, maar alleen als die belanghebbenden te kennen geven dat zij gehoord willen worden, moeten zij opgeroepen worden voor de mondelinge behandeling. (meer…)

HR 25 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1558

Met toepassing van zijn vaste rechtspraak op dit punt stelt de Hoge Raad eiser in dit cassatieberoep in de gelegenheid om alle betrokkenen bij deze processueel ondeelbare rechtsverhouding alsnog op te roepen (art. 118 Rv).  (meer…)

HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1500

De schending van de waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eiser kon het hof in dit geval  bestraffen door hem niet toe te laten tot nadere bewijslevering.

Wel heeft eiser terecht geklaagd dat het hof, in strijd met art. 23 Rv, over een langere periode schadevergoeding heeft toegewezen dan gevorderd.  (meer…)

EHRM 23 september 2026, nr. 19365/19 (Kuijt/Nederland)

Voor het EHRM wordt geklaagd dat de Hoge Raad geen (i) onafhankelijk en (ii) onpartijdig gerecht is (iii) voorzien bij wet, aangezien een of meer ‘reservisten’ aan de beraadslaging hebben deelgenomen, terwijl de wet daarin niet voorziet. Dat zou een schending opleveren van art. 6 lid 1 EVRM. Het EHRM verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in deze klachten, ten dele omdat de nationale rechtsmiddelen niet zijn uitgeput, en voor het overige omdat de klachten kennelijk ongegrond zijn. (meer…)

HR 10 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1224

De inhoud en strekking van art. 157 Rv en de eisen van het rechtsverkeer brengen mee dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij (en haar rechtverkrijgenden), dat wil zeggen degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar van de akte zich blijkens de tekst daarvan heeft verbonden. (meer…)

HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:805

Van een mondelinge behandeling die mede ten doel heeft dat de rechter de partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten en die plaatsvindt in een meervoudig te beslissen zaak ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris, dient een proces-verbaal te worden opgemaakt. Dat proces-verbaal dient voorafgaand aan de uitspraak te worden toegezonden aan partijen en ter beschikking te worden gesteld van de meervoudige kamer. (meer…)

Cassatieblog.nl