Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1226 (Eisers/Heerlen)

Als in onteigeningszaken de schadeloosstelling lager uitvalt dan het voorschot dat een partij heeft ontvangen, veroordeelt de onteigeningsrechter die partij ambtshalve tot terugbetaling van het te veel ontvangen bedrag. De onteigeningsrechter kan die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren en een terugbetalingstermijn bepalen waarna de wettelijke rente is verschuldigd. Ook daarvoor is geen vordering van de onteigenende partij nodig. Voldoende is dat de onteigenende partij kenbaar heeft gemaakt dit te wensen, en dat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad zich daarover uit te laten. (meer…)

HR 3 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1224

Het Procesreglement van de Hoge Raad bevat geen fatale termijn voor het instellen van incidenteel cassatieberoep. Het niet in acht nemen van de in het Procesreglement genoemde termijn vormt wel een belangrijke aanwijzing dat het instellen van incidenteel cassatieberoep in strijd is met de eisen van de goede procesorde. Op grond van de omstandigheden kan echter anders worden geoordeeld. (meer…)

HR 10 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1046

Een oud-medewerkster van de rechtbank Den Haag heeft onrechtmatig gehandeld door een anonieme brief te sturen aan een journalist van de Nieuwe Revu, waarin zij ernstige beschuldigingen uitte tegen een oud-rechter. Zij was echter niet gehouden om haar verklaring tijdens het getuigenverhoor met bewijs te staven of zich voorafgaand aan het getuigenverhoor van de juistheid van haar herinneringen te vergewissen. (meer…)

HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1078

(i) Het verweer dat het hof ten onrechte causaal verband heeft aangenomen tussen het niet doorstorten van een bedrag op of na 18 december 2012 naar de rekening van G bij de bank en de schade van de bank kan niet voor het eerst in cassatie worden gevoerd;

(ii) Op een stichting derdengelden rust niet de verplichting actief te onderzoeken of op haar bankrekening binnenkomende bedragen kunnen worden aangemerkt als derdengelden. Zij mag in beginsel ervan uitgaan dat dit het geval is, behoudens reden tot twijfel op grond van bijvoorbeeld de betalingsomschrijving of het ontbreken daarvan. (meer…)

HR 26 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1148

Het oordeel van het hof dat, gelet op de belangen van de Staat en gelet op de omstandigheid dat de vrouwen uit eigen beweging zijn uitgereisd naar het jihadistisch strijdgebied, ondanks zwaarwegende belangen van vrouwen en kinderen, de Staat in redelijkheid heeft kunnen komen tot zijn beslissing om hen niet naar Nederland terug te halen en zich daartoe ook niet in te spannen, blijft in stand.  (meer…)

HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090 en HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1082

In deze twee arresten zet de Hoge Raad uiteen aan de hand van welke maatstaven moet worden beoordeeld of een verrichte geneeskundige behandeling en het gebruik van een medische hulpzaak een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst opleveren. In de prejudiciële procedure beoordeelt hij vervolgens of het gebruik van PIP-implantaten een toerekenbare tekortkoming oplevert. (meer…)