Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1088

De deurwaarder kan rechtsgeldig een exploot betekenen door in een concreet geval, waarin de deurwaarder constateert dat uitreiking van het exploot in persoon niet verantwoord is doordat hij geen 1,5 meter afstand kan houden, te volstaan met in het exploot te vermelden dat uitreiking overeenkomstig art. 46 lid 1 Rv wegens het besmettingsgevaar met COVID-19 feitelijk onmogelijk is. (meer…)

HR 19 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1081 

De Hoge Raad bevestigt opnieuw zijn jurisprudentie met betrekking tot wijziging van alimentatie met terugwerkende kracht en een daarmee samenhangende terugbetalingsverplichting van de alimentatiegerechtigde. Slagende motiveringsklacht ten aanzien van door de appelrechter aangenomen verdiencapaciteit alimentatiegerechtigde. (meer…)

HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1016

(i) De schuldeiser die op de voet van art. 18 Fw opkomt tegen opheffing van het faillissement bij gebrek aan baten moet aannemelijk maken dat nog wel voldoende baten in het faillissement aanwezig zijn voor de voldoening van de in art. 16 Fw genoemde kosten en schulden.

(ii) Voor een beroep op de Garantstellingsregeling curatoren 2012 is vereist dat sprake is van een rechtsvordering of verhaalsonderzoek waarvan vooraf redelijkerwijs kan worden ingeschat dat de kosten in redelijke verhouding staan tot de te verwachten opbrengst. Het doen van een verzoek tot een garantstelling is aan de curator, die daarbij genoemde inschatting zal moeten maken. (meer…)

HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:954

Eerder kondigde de Hoge Raad aan prejudiciële vragen te stellen. Naar aanleiding van de opmerkingen van partijen vult hij de beide prejudiciële vragen aan. (meer…)

HR 5 juni 2020 ECLI:NL:HR:2020:1015

Geen schending tweeconclusieregel omdat de feiten waarop het hof zijn oordeel heeft gebaseerd geïntimeerde eerst vlak voor de mondelinge behandeling bekend werden. Reikwijdte gezag van gewijsde. (meer…)

HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:984

De geïntimeerde, bestuurder van een vennootschap, heeft geen memorie van antwoord genomen. Op grond van de devolutieve werking moeten zijn stellingen uit de eerste aanleg echter worden betrokken bij de beoordeling van de pas bij grieven uitgewerkte grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid. Hetzelfde geldt voor de stellingen van de bestuurder bij pleidooi in hoger beroep, nu deze een nadere uitwerking of precisering zijn van die stellingen in eerste aanleg. (meer…)