Selecteer een pagina

Dossier: Proces- en beslagrecht


Hoge Raad 26 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1027

In een fiscale zaak moet een civielrechtelijke voorvraag worden beantwoord. Moet de belastingrechter bij beantwoording van die vraag uitgaan van wat de belastingrechter over het voorgaande jaar heeft geoordeeld? Kan het civielrechtelijke leerstuk gezag van gewijsde van overeenkomstige toepassing worden verklaard? Giel Wind bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad in 3 minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

HR 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:784

Voor de fair balance-maatstaf van art. 1 EP EVRM is van belang dat als – zoals bij art. 94a Sv – de doelstelling van de wet is, kort gezegd, het mogelijk maken van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, de inmenging ook eigendom van derden kan betreffen, mits “these [assets] have been obtained unlawfully or the third party otherwise lacks bona fide status”. (meer…)

Hoge Raad 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:845

In zijn beschikking van 5 juni 2026 gaat de Hoge Raad in op de toepassing van de tweeconclusieregel en de termijn voor het indienen van stukken ex art. 87 lid 6 Rv in een procedure over vervangende toestemming op de voet van art. 1:253a BW om met een minderjarige te verhuizen. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #167 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:409

Teneinde de beginselen van hoor en wederhoor (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en equality of arms (art. 6 EVRM) te waarborgen had het hof – dat zijn oordeel over het ontslag op staande voet mede op de tijdens de mondelinge behandeling getoonde camerabeelden heeft gebaseerd – genoegzame maatregelen moeten nemen om adequate kennisneming van de volledige door de werkgever overgelegde, en door het hof voorafgaand aan de zitting bekeken, camerabeelden door de werknemer mogelijk te maken en de werknemer in staat te stellen zich daarover uit te laten. (meer…)

HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514

In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. (meer…)

Hoge Raad 27 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:514

In deze zaak is een beroepschrift op gebrekkige wijze ingediend bij het hof, namelijk met de gewone mail in plaats van Veilig Mailen. De Hoge Raad buigt zich over de gevolgen daarvan voor de ontvankelijkheid van het beroep. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatieblog.nl