Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Onteigeningsrecht

Toepassing van het eliminatiebeginsel op de meerwaarde wegens bruikbare bodembestanddelen

CB 2018-150 Geplaatst op 27 sep 2018 door

HR 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694 (BBL/verweerder)

Bij de schadeloosstelling voor onteigening hoort, als onderdeel van de werkelijke waarde van de onteigende zaak, ook een vergoeding voor een meerwaarde van de grond die samenhangt met de aanwezigheid van bruikbare bodembestanddelen. Bij de vaststelling van die meerwaarde mag op grond van het eliminatiebeginsel (de regel dat bij de vaststelling van de werkelijke waarde van het onteigende geen rekening wordt gehouden met voor- of nadelen die worden veroorzaakt door het werk waarvoor wordt onteigend), geen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat werkzaamheden voor het winnen van die bodembestanddelen toch al met het oog op de uitvoering van het werk moeten plaatsvinden. Wanneer, zoals in dit geval, een gasleiding moet worden verlegd om de bodembestanddelen te winnen, moeten de kosten van die verlegging worden meegenomen bij het bepalen van een eventuele meerwaarde door de aanwezigheid van die bodembestanddelen. Dat de verlegging van de gasleiding voor de uitvoering van het werk waarvoor wordt onteigend toch al noodzakelijk was, doet daar niet aan af. Lees verder >

Gebondenheid aan beslissingen die in cassatie niet of tevergeefs zijn bestreden; ontvankelijkheid in cassatie van tussenuitspraken in onteigeningen

CB 2018-128 Geplaatst op 16 jul 2018 door

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1221 (X/Staat).

In deze onteigeningszaak, waarin de Hoge Raad al eerder heeft geoordeeld (HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805, NJ 2016/150), is aan de orde of de onteigende een voordeel toekomt vanwege de bijzondere geschiktheid van het onteigende (waarop in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier een verbreding van de rivier diende te worden aangelegd) doordat zich daarin een voormalige zandwinplas bevond. Lees verder >

Schadeloosstelling voor pachter na onteigening: alleen inkomensschade en geen vermogensschade

CB 2018-78 Geplaatst op 03 mei 2018 door

HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:648 (Provincie Overijssel/Verweerder)

Wanneer een onroerende zaak wordt onteigend, vervalt ook een daarop rustend pachtrecht. Het pachtrecht kan echter niet afzonderlijk worden onteigend. Het pachtrecht komt geen ‘werkelijke waarde’ toe en door het vervallen van het pachtrecht door onteigening lijdt de pachter dan ook geen vermogensschade. Op grond van art. 42a Ow heeft de pachter wel recht op de inkomensschade die hij als gevolg van de onteigening lijdt. Als het in een gebied gebruikelijk is dat de afgaande pachter van de opkomende pachter een vergoeding ontvangt, kan het mislopen van deze vergoeding alleen als inkomensschade van de pachter voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het mislopen onteigeningsgevolg is. Lees verder >

Complexe en onwinbare bodembestanddelen

CB 2018-67 Geplaatst op 13 apr 2018 door

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:485 en ECLI:NL:HR:2018:486

Het ging in deze onteigeningszaken om een complex waar in de grond een grote hoeveelheid löss aanwezig was. Dit wordt vanwege de onteigening winbaar, waarbij sommige percelen in het complex veel meer löss bevatten dan andere. Dat was voor de rechtbank aanleiding om niet de feitelijk uit ieder perceel te winnen löss bepalend te laten zijn maar een hoeveelheid die resulteert na middeling van de totaal te winnen hoeveelheid.  Lees verder >

Onteigening: waardevermindering van het overblijvende en omrijschade

CB 2018-21 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3184 en 3109

In deze zaak zijn door de Provincie Noord-Brabant vijf agrarische percelen onteigend ten behoeve van de omlegging van een provinciale weg. Twee percelen waren eigendom van de vader van de eiser in zaaknummer 3184, en drie van de eiser in die procedure zelf. Op de percelen werden onder meer graszoden geteeld (naast maïs). Nu de onteigening van al deze percelen noodzakelijk was, waren twee procedures tegen de verschillende eigenaren noodzakelijk. Omdat de vader was overleden, is in de procedure over zijn percelen conform art. 20 Ow een derde aangewezen (mr. Baan) om de belangen van de gezamenlijke erfgenamen in die onteigening te behartigen. Lees verder >

Aan de juridische eigenaar die de economische eigendom van het onteigende heeft overgedragen kan bijkomende schade worden vergoed

CB 2018-20 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3141 (Staat/X)

Wanneer de economische eigendom van een onteigend perceel is overgedragen, maar het de juridische eigenaar is die op het onteigende een bedrijf uitoefent, kan de juridische eigenaar recht hebben op vergoeding van de schade die hij als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de onteigening lijdt. Het uitgangspunt is dat schadevergoeding van bijkomende schade in verband met de bedrijfsuitoefening op het onteigende, op haar plaats is als dat ook zo zou zijn geweest als er geen sprake was geweest van economische eigendomsoverdracht van de onroerende zaak. Lees verder >

Zekerheidsstelling bij onteigening

CB 2018-8 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3248

Zekerheidsstelling voor de schadeloosstelling bij onteigening blijft alleen achterwege als daarvan in een ondubbelzinnige wilsverklaring door de rechthebbende afstand is gedaan. Lees verder >

Onteigening Hedwigepolder definitief

CB 2018-6 Geplaatst op 05 jan 2018 door

HR 5 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:7 (X/Staat)

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de eigenaar tegen het vonnis waarin de rechtbank Zeeland-West-Brabant de onteigening uitsprak van een groot deel van de Hedwigepolder. De onteigening is daarmee definitief geworden. Het verweer van de eigenaar dat onteigening niet noodzakelijk was omdat hij bereid en in staat was zelf de estuariene bestemming van de Hedwigepolder te realiseren, is volgens de Hoge Raad terecht verworpen. Aan dat beroep op zelfrealisatie mocht voorbij worden gegaan vanwege de aard van de grootschalige infrastructurele werken, waarmee de openbare veiligheid en internationale verplichtingen zijn gemoeid en die langdurig moeten worden beheerd. Lees verder >

SNS-zaak: voorlopig getuigenverhoor bij gewone burgerlijke rechter vormt onaanvaardbare doorkruising schadeloosstellingsprocedure ex art. 6:11 Wft

CB 2018-3 Geplaatst op 03 jan 2018 door

HR 17 november 2017 ECLI:NL:HR:2017:2904

De omstandigheid dat de Ondernemingskamer in een schadeloosstellingsprocedure ex art. 6:11 Wft deskundigen heeft benoemd, verhindert niet dat die kamer (ook) zelf getuigen hoort — ambtshalve of indien daarom wordt verzocht — indien dit voor de waardebepaling van belang is. Met doel en strekking van die procedure is echter niet verenigbaar dat het feitenonderzoek wordt doorkruist of op de uitkomst van de procedure wordt vooruitgelopen door middel van een voorlopig getuigenverhoor ten overstaan van een andere rechter dan de Ondernemingskamer. Lees verder >

Onteigeningsrechter mag tardief aangeboden stukken niet zonder meer buiten beschouwing laten

CB 2017-149 Geplaatst op 10 aug 2017 door

HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1069 (Vado Properties Maastricht/Gemeente Maastricht)

De onteigeningsrechter heeft de taak om de schadeloosstelling voor onteigening zelfstandig vast te stellen, wat meebrengt dat de onteigeningsrechter zelf nader onderzoek moet doen als de gedingstukken daar aanknopingspunten voor bevatten. In een geval dat zulke aanknopingspunten bestaan mag hij een aanbod om stukken over te leggen niet als tardief buiten beschouwing laten. Lees verder >

Pagina 1 van 612345...Minst recente »