Dossier: Onteigeningsrecht


HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2380 (Eigenaren/gemeente Pijnacker-Nootdorp)

(i) Met de invoering van de vervroegde onteigening en de vervroegde plaatsopneming is door de wetgever tijdswinst beoogd. Dat doel kan ook worden gediend als beide procedures kort na elkaar aanhangig worden gemaakt, en het staat de onteigenende partij dan ook vrij dit te doen. (ii) Als de rechtbank de vervroegde onteigening uitspreekt, moet zij daarbij ook (in het dictum) de onteigenende overheid veroordelen om bijkomende voorzieningen (zoals een aanbod tot voortgezet gebruik) gestand te doen. (meer…)

HR 23 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2161

Bij de Hoge Raad wordt sinds maart 2017 digitaal geprocedeerd. Bij digitaal procederen moet binnen de (cassatie)termijn de procesinleiding worden ingediend. Eiser krijgt daarna nog een termijn van twee weken om het oproepingsbericht te betekenen of bezorgen. De Onteigeningswet wijkt daarvan af: binnen de cassatietermijn moet niet alleen de procesinleiding worden ingediend, maar moet deze ook (samen met het oproepingsbericht en de afgelegde cassatieverklaring) worden bezorgd of betekend. (meer…)

HR 21 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1694 (BBL/verweerder)

Bij de schadeloosstelling voor onteigening hoort, als onderdeel van de werkelijke waarde van de onteigende zaak, ook een vergoeding voor een meerwaarde van de grond die samenhangt met de aanwezigheid van bruikbare bodembestanddelen. Bij de vaststelling van die meerwaarde mag op grond van het eliminatiebeginsel (de regel dat bij de vaststelling van de werkelijke waarde van het onteigende geen rekening wordt gehouden met voor- of nadelen die worden veroorzaakt door het werk waarvoor wordt onteigend), geen rekening worden gehouden met de omstandigheid dat werkzaamheden voor het winnen van die bodembestanddelen toch al met het oog op de uitvoering van het werk moeten plaatsvinden. Wanneer, zoals in dit geval, een gasleiding moet worden verlegd om de bodembestanddelen te winnen, moeten de kosten van die verlegging worden meegenomen bij het bepalen van een eventuele meerwaarde door de aanwezigheid van die bodembestanddelen. Dat de verlegging van de gasleiding voor de uitvoering van het werk waarvoor wordt onteigend toch al noodzakelijk was, doet daar niet aan af. (meer…)

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1221 (X/Staat).

In deze onteigeningszaak, waarin de Hoge Raad al eerder heeft geoordeeld (HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805, NJ 2016/150), is aan de orde of de onteigende een voordeel toekomt vanwege de bijzondere geschiktheid van het onteigende (waarop in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier een verbreding van de rivier diende te worden aangelegd) doordat zich daarin een voormalige zandwinplas bevond. (meer…)

HR 20 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:648 (Provincie Overijssel/Verweerder)

Wanneer een onroerende zaak wordt onteigend, vervalt ook een daarop rustend pachtrecht. Het pachtrecht kan echter niet afzonderlijk worden onteigend. Het pachtrecht komt geen ‘werkelijke waarde’ toe en door het vervallen van het pachtrecht door onteigening lijdt de pachter dan ook geen vermogensschade. Op grond van art. 42a Ow heeft de pachter wel recht op de inkomensschade die hij als gevolg van de onteigening lijdt. Als het in een gebied gebruikelijk is dat de afgaande pachter van de opkomende pachter een vergoeding ontvangt, kan het mislopen van deze vergoeding alleen als inkomensschade van de pachter voor vergoeding in aanmerking komen. Daarvoor moet worden vastgesteld dat het mislopen onteigeningsgevolg is. (meer…)

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:485 en ECLI:NL:HR:2018:486

Het ging in deze onteigeningszaken om een complex waar in de grond een grote hoeveelheid löss aanwezig was. Dit wordt vanwege de onteigening winbaar, waarbij sommige percelen in het complex veel meer löss bevatten dan andere. Dat was voor de rechtbank aanleiding om niet de feitelijk uit ieder perceel te winnen löss bepalend te laten zijn maar een hoeveelheid die resulteert na middeling van de totaal te winnen hoeveelheid.  (meer…)