Dossier: Onteigeningsrecht


HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1273 (Vabeog B.V./Gemeente Tiel)

Aan een onteigend stuk grond dat deel uitmaakt van een complex (als bedoeld in art. 40d Ow) kan een andere waarde worden toegekend dan de geëgaliseerde complexwaarde, als het perceel een bijzondere ligging of hoedanigheid heeft die de waarde beïnvloedt. Bodemverontreiniging kan als bijzondere (negatieve) hoedanigheid in mindering komen op de complexwaarde. Dat is niet anders als de noodzaak tot sanering pas door de bestemming waarvoor wordt onteigend, is ontstaan.  (meer…)

HR 15 april 2016, ELCI:NL:HR:2016:662 (Mr. Muetstege q.q. / Gemeente Amsterdam)

1) De verplichting om na een mondelinge behandeling aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling, vervalt na de eerste uitspraak die op een mondelinge behandeling volgt. Na die uitspraak is het aan partijen om eventueel initiatieven te ontplooien. 2) De voorwaarden voor afwijzing van een verzoek om een nadere mondelinge behandeling na een rechterswisseling kunnen tot de einduitspraak een rol blijven spelen. 3) De regels rond rechterswisseling zien niet op de comparitie na aanbrengen in hoger beroep. (meer…)

HR 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:531 (onteigende/Staat)

De BTW over de door een onteigende gemaakte deskundigenkosten komt voor vergoeding in aanmerking, ook wanneer de onteigende een BTW-ondernemer is die belaste prestaties verricht. Deze BTW komt, kort gezegd, niet voor aftrek door de onteigende in aanmerking omdat de diensten van de deskundigen volgens de Hoge Raad rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met de vrijgestelde levering van het onteigende. (meer…)

HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:66, ECLI:NL:HR:2016:67 en ECLI:NL:HR:2016:68 (BBL/onteigenden)

De toepassing van de eliminatieregel is beperkt tot dat bestemmingsplan waarin wordt voorzien in de bestemming waarvoor wordt onteigend. Dat betekent dat eerdere bestemmingsplannen waarin die bestemming nog niet is opgenomen, niet voor eliminatie in aanmerking kunnen komen, aldus de Hoge Raad. Plannen met een algemeen karakter die nader moeten worden uitgewerkt, kunnen niet als (concrete) plannen voor het werk worden aangemerkt. (meer…)

HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:24 en ECLI:NL:HR:2016:25 (onteigende/gemeente Gorinchem (“Hoogdalem”) en onteigende/provincie Zeeland (“Perkpolder”))

Art. 40c Ow moet terughoudend worden toegepast. De vraag of eliminatie van een bestemming moet plaatsvinden, wordt beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Eliminatie kan niet in abstracto worden voorgeschreven of uitgesloten in bepaalde categorieën van gevallen. Voor eliminatie is alleen plaats indien sprake is van ‘overheidswerken’. Als de overheid voorbereidingswerkzaamheden uitvoert voor een werk waarvoor wordt onteigend, betekent dat nog niet dat dit werk een overheidswerk is. Het (concrete) plan voor het werk is het plan als bedoeld in art. 40c Ow(meer…)

HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3390, 3408, 3415, 3419 en 3421 (Provincie Zuid-Holland/Onteigenden)

In beginsel moeten de door de rechtbank benoemde deskundigen worden opgeroepen voor het pleidooi in het geding na verwijzing (zie art. 54t Onteigeningswet). Een uitzondering kan worden aanvaard als de verwijzingsrechter zich voldoende voorgelicht acht door het uitgebrachte advies. Voorwaarde is wel dat geen van beide partijen voorafgaand aan, of tijdens de pleitzitting gemotiveerd verzoekt de deskundigen alsnog op te roepen om een nadere toelichting te geven op hun advies. (meer…)