Dossier: Onteigeningsrecht


HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3422 (Onteigenden en hypotheekhouder/Gemeente Leusden)

De afzonderlijke onteigening van een appartementsrecht is niet mogelijk. De hypotheekhouder is niet een belanghebbende aan wie op de voet van art. 78 lid 2 Ow in verbinding met art. 3:13 lid 1 Awb het ontwerp van het onteigeningsbesluit moet worden toegezonden.  (meer…)

HR 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805 (Staat/onteigende)

Van een bijzondere geschiktheid van het onteigende is volgens de Hoge Raad (ook) sprake als op de kosten van het gehele werk, waarvan het werk op het onteigende een onderdeel is, kan worden bespaard. De bijzondere geschiktheid bestaat hier uit de aanwezigheid van een waterplas die kan dienen als depot voor het werk waarvoor wordt onteigend. Slechts de met de bijzondere geschiktheid verband houdende kosten kunnen in aanmerking worden genomen bij de begroting van het aan de bijzondere geschiktheid verbonden voordeel. Het door de rechtbank in aanmerking genomen nadeel dat in het werk vrijkomende grond niet kan worden vermarkt is een gevolg van de keuze van de Staat om deze niet te vermarkten maar te gebruiken voor verondieping van de plas. Dit nadeel hangt niet samen met de bijzondere geschiktheid. De vergoeding van de meerwaarde wegens bijzondere geschiktheid mag niet in mindering worden gebracht op vergoeding voor de waardevermindering van het overblijvende. (meer…)

HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2195 (X c.s./gemeente Peel en Maas/Fraats q.q.)

Het overnemen van het geding op grond van art. 20 Onteigeningswet (Ow) kan alleen door de gezamenlijke erfgenamen geschieden. De overname dient te geschieden op de eerstdienende dag, maar mag ook plaatsvinden nadat het vonnis van (vervroegde) onteigening onherroepelijk is geworden. Erfgenamen kunnen niet op de voet van art. 3 Ow tussenkomen, aldus de Hoge Raad. (meer…)

HR 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1751 (Eiser/Provincie Noord-Holland)

De rechtbank heeft het beginsel van hoor en wederhoor (art. 19 Rv) geschonden, door haar oordeel ten nadele van eiser te baseren op stellingen en producties waarover deze zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. Uit het achterwege laten van een verzoek tot het houden van een pleidooi in plaats van of na weigering van een akte houdende uitlating producties, kan niet worden afgeleid dat de betrokken partij afziet van haar recht zich uit te laten over de in het geding gebrachte producties. (meer…)

HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:661 (Minister van Financiën / Vereniging VEB NCVB, Stichting Beheer SNS Reaal e.a.)

(1) Mede gelet op het duale stelsel van rechtsbescherming van de Wet op het financieel toezicht (Wft) zijn de overwegingen in een uitspraak van de ABRvS over de rechtmatigheid van een onteigeningsbesluit niet bindend voor de Ondernemingskamer in de schadeloosstellingsprocedure. (2) Bij het bepalen van de schadeloosstelling op de voet van art. 6:8 en 6:9 Wft is het peilmoment het tijdstip van de onteigening en dienen alle relevante feiten en omstandigheden op het peiltijdstip in aanmerking te worden genomen, ook die welke niet algemeen bekend waren; de beurskoers is daarbij (hooguit) een mede in aanmerking te nemen omstandigheid. (meer…)

HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:523 (Staat/X c.s.)

(1) Bij beantwoording van de vraag of het gebrek aan onpartijdigheid van een door de onteigeningsrechter benoemde deskundige leidt tot een schending van het beginsel van equality of arms is van beslissende betekenis is of de twijfels die door de schijn van partijdigheid worden gewekt, objectief gerechtvaardigd zijn. (2) De onteigeningsrechter moet een gemotiveerde beslissing nemen over elke door de onteigende gestelde schadepost, zodat in dit geval ten onrechte geen beslissing is genomen over de door de onteigenden gestelde waardevermindering van het overblijvende. (meer…)