Alle berichten van: Karlijn Teuben


HR 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:853 (Conductore B.V./Zilveren Kruis Achmea c.s.)

(1) Art. 13 lid 1 Zvw en het daarin neergelegde “hinderpaalcriterium” staan er niet aan in de weg dat de zorgverzekeraar de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg stelt op een generiek vergoedingspercentage (“vlaktaks”).
(2) De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg hoeft niet te zijn gerelateerd aan specifieke extra (administratie) kosten die zijn gemoeid met de afwikkeling van niet-gecontracteerde zorg.
(3) Bij de vraag of een generiek vergoedings- of kortingspercentage een feitelijke hinderpaal voor het inroepen van niet-gecontracteerde zorg oplevert, moet worden uitgegaan van de gemiddelde (modale) verzekerde en niet van de gemiddelde minst draagkrachtige verzekerde. (meer…)

HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2395 (Magna Group B.V./Quantera Global B.V.)

Een beslissing van de rechter-commissaris waarbij het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor achter gesloten deuren te laten plaatsvinden en om beperkingen te stellen aan de verspreiding van de processen-verbaal zijn afgewezen, is geen tussenbeschikking maar een eindbeschikking. Art. 358 lid 4 Rv (zonder toestemming van de rechtbank is geen tussentijds hoger beroep mogelijk) is daarom niet van toepassing. Wel vallen deze beslissingen onder het rechtsmiddelverbod van art. 188 lid 2 Rv(meer…)

HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Reaal/Verweerders)

Voor toepassing van de ‘nieuwe opzetclausule’ in de AVP-verzekering is uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. Mede gelet op de functie van de AVP-verzekering in het maatschappelijk verkeer kan er echter grond zijn om bij een schadevoorval dat op zichzelf aan de vereisten van de opzetclausule voldoet, te oordelen dat deze clausule gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval toch niet van toepassing is. (meer…)

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:469 (Menzis en Zorginstituut/X)

(1) Bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde vorm van zorg behoort tot de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ (art. 2.1 lid 2 Besluit zorgverzekering) moet in beginsel worden uitgegaan van de standpunten en richtlijnen die het Zorginstituut daarover heeft ingenomen. De zorgverzekeraar of rechter die daarvan wil afwijken, moet dat deugdelijk motiveren.
(2) De stelplicht en bewijslast dat een behandeling behoort tot de stand van de wetenschap en praktijk ligt in beginsel bij de verzekerde. Op de zorgverzekeraar rust in dit verband geen verzwaarde stelplicht. (meer…)

HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3259 en ECLI:NL:HR:2017:3264

In het licht van HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, geldt bij beslissing van de zaak door een meervoudige kamer als hoofdregel dat een mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel moet plaatsvinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. Afwijking van deze hoofdregel is mogelijk. Partijen moeten in dat geval echter uiterlijk bij de oproeping voor de mondelinge behandeling erover worden geïnformeerd dat de mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissaris. Partijen hebben dan het recht om een mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer te verzoeken. Een dergelijk verzoek mag alleen op zwaarwegende gronden worden afgewezen. (meer…)