Alle berichten met de tag: verjaring


HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1529 (Achmea Schadeverzekeringen N.V./A)

(1) In het algemeen verdient het de voorkeur de hoofdzaak en de vrijwaringszaak gelijktijdig af te doen, en, indien dat niet mogelijk is, eerst de hoofdzaak af te doen (HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2388, CB 2017-183). In dit geval mocht het hof de vrijwaringszaak niet vóór de hoofdzaak afdoen, omdat de toewijsbaarheid van de vordering in de vrijwaringszaak afhankelijk was van de uitkomst van de hoofdzaak.
(2) Het hof heeft bij de toepassing van de op 1 juli 2010 gewijzigde verzekeringsrechtelijke verjaringsregeling (art. 7:942 BW) een onjuiste toepassing gegeven aan de regels van overgangsrecht.

(meer…)

HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1099

De enkele (door verzoekster gestelde) omstandigheid dat de vordering van verweerster in cassatie uit hoofde van het Zwitserse vonnis naar Zwitsers recht is verjaard, brengt niet mee dat de tenuitvoerlegging van dat vonnis in Nederland kennelijk onverenigbaar is met de Nederlandse openbare orde. (meer…)

HR 18 mei 2018 ECLI:NL:HR:2018:726

Nadat de Hoge Raad in 2015 reeds had bepaald dat art. 7:942 (oud) BW onmiddellijke werking toekomt, had het hof na verwijzing geoordeeld dat de onmiddellijke werking in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid op grond van art. 75 Ow NBW onaanvaardbaar is. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat dit terecht is. Er bestaat redelijkerwijs twijfel of de wetgever zich bewust is geweest van de gevolgen van de onmiddellijke werking. De onmiddellijke werking brengt een zware financiële en administratieve last mee voor de verzekeraar en de eventuele in het gedrang zijnde rechtsbescherming van een verzekerde weegt niet op tegen die lasten. (meer…)

HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:677 (TMG/Staat)

1. Voor het gaan lopen van de verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW van een vordering tot schadevergoeding wegens onjuiste implementatie van een Europese richtlijn is daadwerkelijke bekendheid van de benadeelde met de juridische beoordeling van de implementatie niet vereist.
2. Zolang geen juiste implementatie van een Europese richtlijn plaatsvindt, levert dit iedere dag een zelfstandige onrechtmatige daad van de Staat, zodat daarop gegronde vorderingen afzonderlijk verjaren.

(meer…)

HR 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:108

Indien de verzekeraar rechtsgeldig namens de verzekerde de aansprakelijkheid voor schade heeft erkend en vervolgens met de benadeelde in onderhandeling is getreden over de schadeafwikkeling, mag de benadeelde erop vertrouwen dat de verzekeraar bij de schadeafwikkeling optreedt als vertegenwoordiger van de verzekerde. Voor een eventuele erkenning door de verzekeraar (namens de verzekerde) als grond voor stuiting van de lopende verjaring, is voldoende de erkenning dat de benadeelde aanspraak heeft op een hogere vergoeding dan reeds (onder voorbehoud) is betaald. (meer…)