Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

verjaring

Overgangsbepaling bij wijziging art. 70 Sr niet van invloed op verjaring recht van executie straf ex art. 76 Sr

CB 2017-147 Geplaatst op 09 aug 2017 door

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1146

De termijn van verjaring van de executie van een straf (art. 76 Sr) is verbonden met verjaring van het recht om tot strafvervolging over te gaan art. 70 Sr). De overgangsbepaling uit 1989 bij een wijziging van art. 70 Sr is echter niet van invloed  op termijn van art. 76 Sr. Lees verder >

Wanneer verjaart de vordering op een rechtspersoon die na faillissement is opgehouden te bestaan?

CB 2017-143 Geplaatst op 27 jul 2017 door

HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1182 (Eiser/Rabobank)

Art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW geeft een regel voor het tijdstip waarop een verjaringstermijn van een vordering op een rechtspersoon eindigt nadat die rechtspersoon is opgehouden te bestaan. Die regel veronderstelt dat een lopende verjaringstermijn in elk geval niet afloopt zolang de vereffening van de rechtspersoon niet is heropend ex art. 2:23c lid 1 BW. Dit brengt mee dat (i) heropening van de vereffening geen vereiste is voor het (voort)lopen van de verjaringstermijn dat (ii) een verjaringstermijn van een vordering op een niet meer bestaande rechtspersoon niet behoeft te worden gestuit gedurende de periode dat die rechtspersoon niet meer bestaat. Lees verder >

Geen verjaring bij vordering rechthebbende op kwaliteitsrekening Stichting derdengelden

CB 2017-126 Geplaatst op 06 jul 2017 door

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139

De op naam van een Stichting beheer derdengelden advocatuur staande bankrekening kan worden aangemerkt als een kwaliteitsrekening. Deze Stichting is bij uitsluiting bevoegd is tot beheer en beschikking over de kwaliteitsrekening. In de aard van een kwaliteitsrekening ligt besloten dat de Stichting zich tegenover een rechthebbende niet kan beroepen op verjaring van een vordering tot uitbetaling van diens aandeel. Lees verder >

Aanvangsmoment korte verjaringstermijn: bekendheid met de aansprakelijke persoon

CB 2017-85 Geplaatst op 20 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 (Mispelhoef/Rijkswaterstaat)

De verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW begint pas te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen. Dat de benadeelde bekend is met de mogelijkheid dat een bepaalde persoon de schade heeft veroorzaakt, is onvoldoende om aan te nemen dat bij hem voldoende zekerheid bestaat over de aansprakelijke persoon. Lees verder >

Het bezitsvereiste en verkrijgende verjaring door een bezitter te kwader trouw

CB 2017-48 Geplaatst op 03 mrt 2017 door

HR 24 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:309 (Gemeente Heusden/Verweerders)

(1) Voor het in art. 3:105 BW bedoelde gevolg van voltooiing van de verjaringstermijn van art. 3:314 lid 2 BW is voldoende dat bij de niet-rechthebbende sprake is van bezit dat voldoet aan de door de wet gestelde eisen. Het is niet vereist dat de rechthebbende daadwerkelijk kennis had van de bezitsdaden van de niet-rechthebbende waardoor zijn bezit is tenietgegaan. (2) De bezitter te kwader trouw die door de werking van art. 3:105 BW eigenaar is geworden, kan blootstaan aan een vordering uit onrechtmatige daad van de (voormalige) rechthebbende die zijn eigendom aan hem heeft verloren. Lees verder >

Verjaring vernietiging ex artikel 3:34 lid 2 BW en bekrachtiging bij Selbsteintritt

CB 2017-42 Geplaatst op 02 mrt 2017 door

zandloper3 HR 3 februari 2017, HR:NL:ECLI:2017:150

Op de verjaring van een rechtsvordering tot vernietiging ex art. 3:34 lid 2 BW is art. 3:52 lid 1 aanhef en onder d BW van toepassing. De term ‘onbekwaamheid’ in art. 3:52 lid 1, aanhef en onder a, BW ziet uitsluitend op de gevallen van art 1:234 lid 1 BW en art. 1:382 lid 2 BW, waar de wet bepaalt dat een persoon niet bekwaam is tot het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in art. 3:32 BW. Lees verder >

Verjaring van een rechtsvordering tot nakoming na onbepaalde tijd

CB 2017-5 Geplaatst op 10 jan 2017 door

HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2988 (NBM/Verweerder)

Beroep op medisch voorbehoud uit een 30 jaar oude vaststellingsovereenkomst niet verjaard. Het hof heeft het voorbehoud aldus kunnen uitleggen dat de vordering tot nakoming op zijn vroegst opeisbaar was (in de zin van art. 3:307 lid 2 BW) toen verweerder bekend werd met zijn schade. Lees verder >

Drie uitspraken over de reikwijdte van art. 37 Fw

CB 2016-187 Geplaatst op 13 dec 2016 door

handshakeHR 2 december ECLI:NL:2016:2729, 2730 en 2744

De kern van deze drie (3) uitspraken is:

(1 en 2) bij het niet gestand doen van een overeenkomst verliest de curator niet het recht op prestatie voor een reeds verrichte tegenprestatie; (1) was de tegenprestatie op de datum van het faillissement nog niet verschuldigd, dan heeft de boedel een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking; (3) of het in rechte afdwingen van voortzetting van dienstverlening door zogenoemde dwangcrediteuren als het gestand doen van de overeenkomst moet worden uitgelegd is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Lees verder >

Geen verjaring van niet opeisbare vorderingen gedurende faillissement

CB 2016-125 Geplaatst op 21 jul 2016 door

HR 24 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1294

Van tijdens het faillissement ontstane rentevorderingen die gedurende het faillissement niet opeisbaar zijn, begint de in art. 3:308 BW bedoelde verjaring niet gedurende het faillissement te lopen. Lees verder >

Voor in faillissement erkende vordering geldt verjaringstermijn van twintig jaar

CB 2016-85 Geplaatst op 03 mei 2016 door

HR 29 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:729

De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van het in art. 196 Fw bedoelde proces-verbaal van de verificatievergadering verjaart ingevolge art. 3:324 lid 1 BW door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop dat proces-verbaal op de voet van art. 121 lid 3 Fw door de rechter-commissaris en de griffier is ondertekend.  Lees verder >

Pagina 1 van 512345