Selecteer een pagina

HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:578

De medische verklaring die bij een aanvraag tot voortzetting inbewaringstelling wordt overgelegd, dient inzicht te verschaffen in de actuele situatie van de betrokkene, en moet met redenen worden omkleed. 

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling (art. 37 Wzd) verleend voor de duur van zes weken. In de medische verklaring van de onafhankelijke psychiater wordt als vermoedelijke diagnose een verstandelijke beperking vermeld. De rechtbank heeft in de beschikking geconstateerd dat een psychiater in deze Wzd-zaak een medische verklaring mocht afgeven, dat zij geen reden zie om te twijfelen aan de conclusie van de psychiater over de diagnose en dat zij geen reden ziet om een second opinion te laten uitvoeren.

De Hoge Raad

Op grond van art. 26 lid 6 onder d Wzd legt het CIZ bij een verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf of voortzetting van het verblijf een verklaring over van een ter zake kundige arts die betrokkene met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar die tenminste gedurende één jaar geen zorg heeft verleend aan de betrokkene en ten opzichte van de zorgaanbieder onafhankelijk functioneert. Een terzake kundige arts zal ‘in de regel’ een arts voor verstandelijk gehandicapten zijn maar het kan ook een andere arts zijn, zo blijkt uit de rechtspraak van de Hoge Raad en de wetsgeschiedenis.

De medische verklaring die op grond van art. 26 lid 6 onder d Wzd moet worden overgelegd, dient inzicht te verschaffen in de actuele situatie van de betrokkene en moet met redenen worden omkleed. In de medische verklaring is de vermoedelijke diagnose van betrokkene onderbouwd met een verwijzing naar het IQ van de betrokkene van 56.  In de medische verklaring is niet toegelicht op basis van welk onderzoek de psychiater tot de bevinding is gekomen. Gelet op de stukken in het geding lijkt de psychiater terug te grijpen op het verslag van een psychologisch onderzoek van betrokkene uit 2017. Dat onderzoek is echter niet meer actueel. Uit de medische verklaring blijkt verder niet waaruit het onderzoek van de psychiater heeft bestaan en hoe dit heeft bijgedragen aan zijn vermoedelijke diagnose van een verstandelijke beperking. De medische verklaring verschaft onvoldoende inzicht in de actuele situatie van betrokkene. De rechtbank heeft haar oordeel over de (vermoedelijke) diagnose van betrokkene uitsluitend gebaseerd op de medische verklaring van de psychiater.

De Hoge Raad oordeelt dat die medische verklaring niet een toereikende grondslag biedt voor dat oordeel en vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst het geding terug ter verdere behandeling en beslissing.

 

Share This

Cassatieblog.nl