Uitleg werkingssfeerbepaling in verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds PFZW
HR 19 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1325
(1) Een werkingssfeerbepaling in een verplichtstellingsbesluit hoeft niet identiek te zijn aan eenzelfde bepaling uit de cao in dezelfde sector.
(2) Bij de uitleg van een werkingssfeerbepaling is niet van belang of de betreffende werkgever gerepresenteerd werd bij de totstandkoming van het verplichtstellingsbesluit.
Welke rechter is bevoegd om te beslissen op een verzoek tot fondsvorming?
HR 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1239 (De Vlaamse Waterweg/Perficio Shipping c.s. en EOC)
Als in verschillende verdragsstaten een rechtsgeding aanhangig is gemaakt, is het aan de scheepseigenaar overgelaten om de verdragsstaat te kiezen waar een verzoek tot fondsvorming op de voet van het Verdrag van Straatsburg inzake de beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart wordt gedaan.
De positieve zijde van de devolutieve werking
HR 4 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1093
Het hof mocht niet ambtshalve oordelen over de vraag welk recht van toepassing is, ook niet na het slagen van een grief over de manier waarop de rechtbank het (volgens de rechtbank) toepasselijke recht had toegepast.
Bancaire zorgplicht kan een vergewis- en informatieplicht meebrengen jegens ondernemers over mogelijke toekomstige nadelige ontwikkeling
HR 5 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1237
Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan de bancaire zorgplicht meebrengen dat de bank zich ervan vergewist of de ondernemer zich van een mogelijke toekomstige nadelige ontwikkeling bewust is en, indien dit niet het geval blijkt, haar kennis daarover met deze deelt. (meer…)
Beëindiging van een duurovereenkomst
HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:763
In het wettelijk stelsel van art. 6:248 BW en art. 6:258 BW kan een contractuele bepaling niet op grond van alleen de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid worden ‘uitgeschakeld’ op de wijze die het hof in deze zaak doet. Het hof had in dit geval een opzegtermijn van een maand vervangen door een termijn van drie maanden. (meer…)
Recente berichten
- Is er nadeel in de zin van artikel 6:230 BW als de omstandigheid waarover is gedwaald uiteindelijk niet is verwerkelijkt?
- Bewijsleveringsregels voor een ‘trial within a trial’
- Wvggz: ontbreken naam psychiater in medische verklaring
- Erkenning van buitenlands vonnis: forum actoris, stilzwijgende forumkeuze en openbare orde
- Cassatievlog #155 | Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
- Thuiszorgster kan o.g.v. art. 4:59 BW geen voordeel trekken uit het testament van de erflater die zij verzorgde
- Cassatievlog #154 | Toepassing van de openbare orde-exceptie
- De openbare orde-exceptie is van openbare orde
Dossiers
- Aanbestedingsrecht (14)
- Aansprakelijkheid en schadevergoeding (334)
- Arbeidsrecht (246)
- Bestuursrecht (1)
- Bijzondere overeenkomsten (47)
- Caribisch recht (Aruba, Curaçao en Sint Maarten, BES) (71)
- Erfrecht (44)
- Europees recht (90)
- Financieel recht (55)
- Goederenrecht (96)
- Grondrechten en mensenrechten (64)
- Hoge Raad Algemeen (62)
- Huurrecht (83)
- Huwelijksvermogensrecht (70)
- Insolventierecht (205)
- Intellectuele-eigendomsrecht (118)
- Internationaal privaatrecht (87)
- Internationaal publiekrecht (25)
- Kooprecht (15)
- Mededingingsrecht (21)
- Omgevingsrecht (1)
- Ondernemingsrecht (104)
- Onteigeningsrecht (72)
- Overheidsrecht (181)
- Pensioenrecht (26)
- Personen- en familierecht (217)
- Prejudiciële uitspraken HvJEU (28)
- Prejudiciële vragen Hoge Raad (149)
- Privacy -AVG (5)
- Proces- en beslagrecht (887)
- Strafrecht (10)
- Verbintenissenrecht (316)
- Vermogensrecht algemeen (92)
- Vervoersrecht (28)
- Verzekeringsrecht (82)
- Wetgeving cassatierechtspraak (14)
- Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud) (130)