Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: pensioenrecht


HR 11 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:162

Bij werknemerspensioenen moeten worden onderscheiden de rechtsverhoudingen tussen (i) werkgever en werknemer (de pensioentoezegging), (ii) werkgever en pensioenverzekeraar of -fonds (ter uitvoering van de pensioentoezegging) en (iii) werknemer en pensioenverzekeraar of -fonds (om de aanspraak van de werknemer te bepalen). (meer…)

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2037  en HR 17 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:72 

Het ABP maakt geen verboden leeftijdsonderscheid met de in het tot 1 januari 2015 geldende pensioenreglement opgenomen passage dat de pensioenopbouw van een gewezen werknemer met een ontslag- of werkloosheidsuitkering stopt wanneer deze gewezen werknemer de leeftijd van 62 jaar bereikt. (meer…)

HR 13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1180

Gelet op de ratio van de Wvps dienen afgekochte pensioenrechten bij de verdeling van een huwelijksgemeenschap op een zo veel mogelijk gelijke wijze in aanmerking te worden genomen als niet afgekochte pensioenrechten. (meer…)

HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:139

De door het hof aan de pensioentoezegging gegeven uitleg, die uitgaat van “fiscaal rationeel handelen” van partijen, is hetzij in strijd met de CAO-norm, hetzij onbegrijpelijk in het licht van de tekst van de toezegging. Daaruit blijkt namelijk niet dat de pensioenaanspraak is beperkt tot de situatie dat de ondernemer zou overlijden na zijn pensioendatum en evenmin dat fiscale overwegingen een rol hebben gespeeld bij de toezegging. (meer…)

HR 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2356 (C4C/StiPP)

(1) Voor het aannemen van een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW is niet vereist dat de werkgever een allocatiefunctie vervult, in de zin van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van tijdelijke arbeid of vervanging van werknemers, het opvangen van piekuren of soortgelijke plotseling opkomende werkzaamheden. (2) Voor het aannemen van “toezicht en leiding” in de zin van art. 7:690 BW gelden dezelfde maatstaven als voor het aannemen van een gezagsverhouding in de zin van art. 7:610 BW. (meer…)