Selecteer een pagina

Alle berichten van: Claire Wiltink


HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1243

Op grond van art. 23 Fw verliest een schuldenaar door faillietverklaring van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn vermogen. In faillissement kan de schuldenaar nog wel in rechte optreden, maar een verweerder kan in dat geval op grond van art. 23 en art. 25 lid 1 Fw een beroep doen op de niet-ontvankelijkheid van de schuldenaar. Dat beroep moet voor het einde van het faillissement worden gedaan. Daarna komt verweerder geen beroep meer toe op niet-ontvankelijkheid van de schuldenaar. (meer…)

HR 17 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1308

Door een vordering van een cliënt te laten verjaren, heeft de advocaat in de onderhavige zaak een beroepsfout gemaakt. De cliënt vordert een schadevergoeding als gevolg van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht. In cassatie staat de bewijslastverdeling ter discussie. (meer…)

HR 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:798

Uit deze Curaçaose zaak blijkt dat bij de uitleg en toepassing van artikel 8 Landsverordening Dwanginvordering op grond van het concordantiebeginsel moet worden aangesloten bij de uitleg en toepassing van het Nederlandse art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990 en de daarop betrekking hebbende rechtspraak. De Hoge Raad oordeelt dat de door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gegeven uitleg aan artikel 8 Landsverordening Dwanginvordering in het licht van hetgeen door partijen in feitelijke instanties is aangevoerd zonder nadere motivering onbegrijpelijk is. (meer…)

HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:601

Op grond van art. 217 Rv kan eenieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen zich daarin te mogen voegen. Uit de tekst van art. 217 Rv blijkt dat alleen een derde zich kan voegen. Een procespartij kan dat niet. Een procespartij heeft ook geen belang bij voeging, omdat zij in haar hoedanigheid van procespartij de gelegenheid heeft haar standpunt in de hoofdzaak kenbaar te maken. (meer…)

HR 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:531

Art. 6:237, aanhef en onder g, BW (zwarte lijst) regelt dat een beding in algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is als het beding de wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen de consument enig recht geldend moet maken verkort tot een termijn van minder dan één jaar. Bedingen die een wettelijke verjarings- of vervaltermijn verkorten tot een termijn van één jaar of meer, vallen niet onder de zwarte lijst en kunnen alleen getoetst worden aan de open norm uit art. 6:233 aanhef en onder a, BW. Alle overige vervalbedingen, waaronder vervalbedingen die een wettelijke verjaringstermijn vervangen, vallen onder art. 6:237, aanhef en onder h, BW (grijze lijst). Die bedingen worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn.  (meer…)