Alle berichten met de tag: bestuurdersaansprakelijkheid


HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2370

Het in strijd met art. 2:246 BW aanvragen van het faillissement van de vennootschap kan onder omstandigheden tevens de belangen van de gezamenlijke schuldeisers schaden en op die grond aangemerkt worden als kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in de zin van art. 2:248 lid 1 BW. (meer…)

HR 24 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:3019

(1) Een voormalig bestuurder van een rechtspersoon kan in beginsel niet meer beschikken over de administratie van die rechtspersoon. Na een aandelenoverdracht of een bestuurswissel behoort de administratie bij de rechtspersoon te blijven. Voor zover de administratie bij een aandelenoverdracht en bestuurswisseling feitelijk ter hand gesteld moet worden aan een opvolgend bestuur geldt dat voor die terhandstelling geen nadere formele vereisten gelden. (2) Als een bestuurder eenmaal een melding van betalingsonmacht heeft gedaan op de voet van art. 23 lid 2 Wet Bpf 2000 is het niet nodig dat bij iedere betalingsverplichting opnieuw een melding wordt gedaan, zolang nog sprake is van een betalingsachterstand. (meer…)

HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:484 (Hanzevast/G4)

(1) De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand dat de bestuurder van een projectvennootschap, die op onjuiste gronden een koopovereenkomst heeft ontbonden, aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade; (2) het hof had de vrijheid in een geval als het onderhavige de schade abstract te begroten met analoge toepassing van art. 7:36 BW. (meer…)

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:275

Art. 2:11 BW is van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder van een andere rechtspersoon aansprakelijk is op grond van de wet. Daaronder valt ook de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder die is gebaseerd op art. 6:162 BW. Deze aansprakelijkheid rust dan tevens hoofdelijk op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van een rechtspersoon-bestuurder daarvan bestuurder is. Dit betekent dat voor vestiging van aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder niet de aanvullende eis geldt dat de schuldeiser stelt, en zo nodig bewijst, dat ook aan die bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. (meer…)

HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2614 & ECLI:NL:HR:2016:2607

Omdat een van de rechters die de uitspraak deed al met pensioen was, moet de Meavita-zaak geheel opnieuw worden behandeld door de Ondernemingskamer (OK). De Hoge Raad overweegt bovendien ten overvloede dat voor het verhalen van de onderzoekskosten van een enquête op de bestuurders en commissarissen is vereist dat hen persoonlijk een verwijt van het wanbeleid kan worden gemaakt. (meer…)