Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 6:162


HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:958

In dit arrest geeft de strafkamer van de Hoge Raad een nadere invulling aan de onrechtmatigheidstoets en aan het vereiste van geobjectiveerd geestelijk letsel. Ook de samenloop tussen de aanspraak op ‘schokschade’ en de aanspraak op ‘affectieschade’ komt aan de orde. (meer…)

HR 10 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:27

(1) Het oordeel van het hof over het ontbreken van causaal verband behoefde nadere motivering, gelet op de bevindingen uit het deskundigenbericht.

(2) Het hof had de omkeringsregel moeten toepassen, nu de verzekeraar zich heeft beroepen op een uit Europese richtlijnen voortvloeiende norm die strekt tot het voorkomen van het gevaar van een interne ontploffing en het hof heeft aangenomen dat dit gevaar zich heeft verwezenlijkt. (meer…)

HR 20 september 2019  ECLI:NL:HR:2019:1409

De regels in de Wet wapens en munitie houdende een algemeen verbod op het voorhanden hebben van vuurwapens en het daarmee samenhangend verlofstelsel, beogen niet alleen de veiligheid van de samenleving in algemene zin te bevorderen, maar ook om te voorkomen dat individuele burgers het slachtoffer worden van niet verantwoord vuurwapenbezit. (meer…)

HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470 (Eisers / TMF c.s.)

Het beginsel van collectieve aansprakelijkheid en de invloed van taakverdelingen in dat verband, zoals toegepast in het kader van interne bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:9 BW, gelden niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. Voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens derden geldt het vereiste dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarmee verdraagt zich niet dat in het geval sprake is van schending door een vennootschap van wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek, de aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van art. 6:162 BW wordt aangenomen zonder dat sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt, of dat die aansprakelijkheid wordt aangenomen op grond van een vermoeden van een persoonlijk ernstig verwijt.  (meer…)

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:563

Indien tot de faillissementsboedel behorende zaken zijn opgeslagen in een gebouw of op een terrein dat de wederpartij van de failliet (niet in eigendom maar) in gebruik heeft, heeft de wederpartij na ontbinding van de overeenkomst in beginsel evenzeer als de eigenaar het recht om van de curator verwijdering van die zaken te verlangen. (meer…)