Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

Internationaal privaatrecht

Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij verbintenissen uit onrechtmatige daad

CB 2017-164 Geplaatst op 18 sep 2017 door

HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2358 (Universal Music International / verweerder c.s.)

Vervolg van de procedure na beantwoording van prejduciele vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uitleg van “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” (art. 5, aanhef en onder 3 EEX-Vo) in het geval waarin de schade in een lidstaat uitsluitend het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich in een andere lidstaat heeft voorgedaan.

Lees verder >

Ook asymmetrisch rechtsmiddelenverbod bij verzoek verlof erkenning buitenlands arbitraal vonnis

CB 2017-78 Geplaatst op 12 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:555

Het discriminatieverbod van artikel III Verdrag van New York, dat zowel de erkenning als de tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken bestrijkt, brengt mee dat tegen de toewijzing door de voorzieningenrechter (thans: het gerechtshof) van een verzoek om verlof tot erkenning van een in een vreemde Staat gewezen arbitraal vonnis waarop het Verdrag van New York van toepassing is, niet kan worden opgekomen door aanwending van de rechtsmiddelen van hoger beroep of cassatie. Lees verder >

Italiaanse erfenis valt in Nederlandse huwelijksgoederengemeenschap

CB 2017-34 Geplaatst op 23 feb 2017 door

HR 17 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:276

Onroerende zaken verkregen krachtens Italiaans erfrecht vallen, ingeval er geen uitsluitingsclausule is gemaakt, op grond van art. 1:94 lid 2 BW in de Nederlandse huwelijksgoederengemeenschap. De enkele omstandigheid dat het op de erfrechtelijke verkrijging toepasselijke buitenlandse recht niet een algehele gemeenschap van goederen als huwelijksvermogensregime kent of tot uitgangspunt neemt, maakt toepassing van deze regel nog niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Lees verder >

Nogmaals: immuniteit van executie

CB 2016-168 Geplaatst op 20 okt 2016 door

HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2371 (N.N. c.s./Staat) en ECLI:NL:HR:2016:2354 (Staat/Servaas)

De Hoge Raad past zijn prejudiciële beslissing van 30 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2236, CB 2016-153) toe in twee reguliere cassatiezaken. Het is aan de schuldeiser die beslag wil leggen op de eigendommen van een vreemde staat om te bewijzen dat die eigendommen vatbaar zijn voor beslag en executie. Dit geldt óók wanneer het staatseigendom een tegoed is dat voor zowel publieke als commerciële doeleinden wordt gebruikt. Een vreemde staat kan ook uitdrukkelijk afstand doen van immuniteit van executie, maar daarvan is in het Energiehandvest geen sprake. Lees verder >

Toepasselijk recht op de goederenrechtelijke gevolgen van verkrijging door middellijke vertegenwoordiging

CB 2016-150 Geplaatst op 29 sep 2016 door

HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2118

De beantwoording van de vraag naar de gevolgen van de hoedanigheid waarin een middellijk vertegenwoordiger roerende zaken in het buitenland heeft verkregen voor de eigendomsverkrijging van die zaken, dient ingevolge art. 10:127 lid 5 jo. lid 4 BW te geschieden aan de hand van het recht van de staat op welks grondgebied die roerende zaken zich bevonden op het tijdstip van de op eigendomsoverdracht gerichte rechtshandeling. Daarbij is niet van belang door welk recht de koopovereenkomst met betrekking tot die roerende zaken wordt beheerst of welk recht van toepassing is op de verbintenissen tussen de vertegenwoordiger en de vertegenwoordigde. Lees verder >

Procedure na prejudiciële uitspraak HvJEU: geen discussie over oordelen HvJEU

CB 2016-127 Geplaatst op 26 jul 2016 door

HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1431 (Diageo/Simiramida)

Op grond van het Unierecht is uitgangspunt dat de nationale rechter die in een bij hem aanhangig geding een prejudiciële vraag aan het HvJEU heeft gesteld, is gebonden aan de uitspraak van het HvJEU in de prejudiciële procedure. Hieruit volgt dat het de nationale rechter niet vrijstaat om te treden in de juistheid van de oordelen van het HvJEU. Lees verder >

Toepasselijk recht bij onrechtmatige internetpublicaties

CB 2016-102 Geplaatst op 09 jun 2016 door

HR 3 juni 2016 – ECLI:NL:HR:2016:1054 (journalist / Dahabshiil Transfer Services Ltd.)

In een geval van (gestelde) onrechtmatige internetpublicaties kan “land waar de schade zich voordoet” (art. 4 lid 1 Rome-II) worden uitgelegd als het land waar het centrum van de belangen van het slachtoffer (als bedoeld in de jurisprudentie van het HvJEU inzake de EEX-Vo.) zich bevindt. Lees verder >

Handlungsort en Erfolgsort bij productaansprakelijkheid

CB 2016-48 Geplaatst op 09 mrt 2016 door

HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:346 (Reaal/Same Deutz c.s.)

De beslissing van het HvJEU in het arrest Kainz/Pantherwerke ziet op de vaststelling van het Handlungsort in geval van productaansprakelijkheid. Het arrest laat onverlet dat het ter keuze van de eiser staat of hij de verweerder oproept voor de rechter van het Handlungsort of het Erfolgsort. Lees verder >

Niet meer bestaande rechtspersoon: 1. beëindiging geen vraag van internationaal faillissementsrecht; 2. verhaal beslaglegger bij overdracht in weerwil van beslag

CB 2015-169 Geplaatst op 26 nov 2015 door

 HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3299 (OOO Promneftstroy/ Yukos Capital c.s.)

1. De vraag naar de beëindiging van het bestaan van een rechtspersoon is geen vraag van internationaal faillissementsrecht, maar van internationaal rechtspersonenrecht; het territorialiteitsbeginsel is niet van toepassing; 2. Niet aanvaardbaar is het indien de beslaglegger in het geval, waarin uitgangspunt is dat hij nog onvoldane vorderingen heeft en dat hij deze kan verhalen op de beslagen goederen, niet de mogelijkheid heeft om zijn recht te vervolgen, enkel als gevolg van het feit dat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan. De beslaglegger kan in dat geval de eis in de hoofdzaak instellen of vervolgen tegen de verkrijger. Lees verder >

Buitenlandse arbitrage en het asymmetrische rechtsmiddelenverbod in de exequaturprocedure

CB 2015-81 Geplaatst op 07 mei 2015 door

HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1194 (Çukurova/Sonera)

Het asymmetrische rechtsmiddelenverbod bij de exequaturprocedure betreffende arbitrale vonnissen geldt ook bij buitenlandse arbitrale vonnissen, tenzij zich een doorbrekingsgrond voordoet of de asymmetrie tot schending van art. 6 EVRM leidt. Van schending van art. 6 EVRM is geen sprake als weliswaar geen rechtsmiddel tegen het verlof openstaat, maar in het land van arbitrage wel een vernietigingsprocedure openstaat (HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1679). Hebben partijen afstand gedaan van die vernietigingsmogelijkheid door de overheidsrechter, dan levert handhaving van het asymmetrische verbod geen schending van art. 6 EVRM op. Lees verder >

Pagina 1 van 41234