Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Internationaal privaatrecht

Opnieuw: openbare orde, familierecht en verkrijging van Nederlanderschap

CB 2019-20 Geplaatst op 28 jan 2019 door

HR 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2377

De gevolgen van een erkenning voor de verkrijging van het Nederlanderschap moeten worden beoordeeld naar het tijdstip waarop die erkenning plaatsvindt en met inachtneming van de op dat moment in het Koninkrijk geldende wetgeving.  Lees verder >

Geen erkenning Russisch faillissementsvonnis in Yukos-zaak

CB 2019-14 Geplaatst op 23 jan 2019 door

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:54

Deze zaak betreft de vraag of in Nederland de erkenning van het in Rusland uitgesproken faillissement van Yukos (verweersters in cassatie) kan worden geweigerd wegens strijd met de openbare orde. Eerder oordeelde de Hoge Raad (en ook andere rechtbanken en hoven) over andere aspecten van dit faillissement, maar de hoofdvraag over erkenning is nog niet aan de orde gekomen. De kogel is nu door de kerk: het faillissement wordt in Nederland niet erkend.  Lees verder >

Toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten in de context van het internationaal wegvervoer

CB 2018-192 Geplaatst op 04 dec 2018 door

 HR 23 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2165

(i) De rechter dient bij de vaststelling van het gewoonlijke werkland “met name” te onderzoeken in welk land zich de plaats bevindt van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht, instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert, alsmede de plaats waar zich de arbeidsinstrumenten bevinden. Die opsomming is niet limitatief, want de rechter moet met alle elementen die de werkzaamheid van de werknemer kenmerken rekening houden.
(ii) Bij de vaststelling van de uitzondering, het land waarmee de arbeidsovereenkomst een kennelijk nauwere band heeft, komt belangrijke betekenis toe aan in welk land de werknemer belastingen en heffingen betaalt, waar hij is aangesloten bij sociale zekerheidsregelingen en aan criteria betreffende het salaris en andere arbeidsvoorwaarden. Bij dat oordeel geldt dat de rechter moet motiveren waarom uit het geheel der omstandigheden blijkt van een kennelijk nauwere band met dat andere land die rechtvaardigt dat een uitzondering wordt gemaakt op het uitgangspunt van toepasselijkheid van het recht van het gewoonlijke werkland. Lees verder >

Curatele; anticiperende toepassing Haags verdrag bescherming volwassenen

CB 2018-32 Geplaatst op 06 feb 2018 door

HR 2 februari 2018 ECLI:NL:HR:2018:147

Gelet op het (grotendeels) ontbreken van een regeling in het commune internationaal privaatrecht en mededelingen van de zijde van de regering over het uitblijven van ratificatie van het Haags verdrag inzake internationale bescherming van volwassenen (HVV), moet worden aanvaard dat in voorkomend geval ruimte bestaat voor anticiperende toepassing van bepalingen uit het HVV. Om dezelfde reden bestaat er geen bezwaar de regels van het HVV toe te passen in geval van een rechterlijke beslissing uit een land dat geen partij is bij het verdrag (Spanje). Lees verder >

Ontbreken rechtsmacht echtscheidingsverzoek staat niet in de weg aan bevoegdheid treffen nevenvoorzieningen

CB 2018-22 Geplaatst op 18 jan 2018 door

HR 12 januari 2018 ECLI:NL:HR:2018:31

Het ontbreken van rechtsmacht ten aanzien van een echtscheidingsverzoek staat niet in de weg aan de bevoegdheid ten aanzien van nevenvoorzieningen met betrekking tot de ouderlijke verantwoordelijkheid indien het kind zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op grond van dit laatste is de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 lid 1 van de Brussel II-bis verordening bevoegd om van de verzochte nevenvoorzieningen kennis te nemen. Lees verder >

Ruime strekking begrip “rechtsfeit” bij alternatieve bevoegdheidsgrond art. 6, aanhef en sub 3, EEX-Vo

CB 2017-211 Geplaatst op 18 dec 2017 door

HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3105

Art. 6, aanhef en sub 3, EEX-Vo (thans: art. 8, aanhef en sub 3, EEX-Vo (nieuw)) bepaalt dat een verweerder ten aanzien van een tegenvordering die voortspruit uit de overeenkomst of het rechtsfeit waarop de oorspronkelijke vordering is gegrond, ook kan worden opgeroepen voor het gerecht waar de oorspronkelijke vordering aanhangig is. De term “rechtsfeit” heeft een ruime strekking, zodat de alternatieve bevoegdheidsgrond van toepassing is als de reconventionele vordering voortspruit uit de overeenkomst of het feitencomplex waarop de conventionele vordering is gegrond. Lees verder >

Koninkrijk niet één rechtsgebied bij erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse rechterlijke of arbitrale uitspraken

CB 2017-207 Geplaatst op 11 dec 2017 door

HR 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3104 (Sonera/Çukurova)

Artikel 40 van het Statuut voor het Koninkrijk ziet niet op het verlof tot tenuitvoerlegging van een buitenlandse rechterlijke of arbitrale beslissing, dat door een rechter in een land van het Koninkrijk is verleend op de voet van een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag. Dit geldt ongeacht of een zodanig verdrag tevens voor andere landen van het Koninkrijk in werking is getreden. Een zodanig verlof strekt zich slechts uit tot het desbetreffende land binnen het Koninkrijk, tenzij de wet van een ander land van het Koninkrijk anders bepaalt. Lees verder >

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over Peeters/Gatzen-vordering

CB 2017-187 Geplaatst op 26 okt 2017 door

HR 8 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2269 (Rosbeek q.q. / BNP Paribas Fortis)

De Hoge Raad stelt vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) over de toepasselijkheid van de uitzondering van de art. 1 lid 2 aanhef en onder b van EEX-Verordening op de vordering tot schadevergoeding die de curator (handelend op grond van de hem in art. 68 lid 1 Fw gegeven opdracht) namens de gezamenlijke schuldeisers instelt tegen een derde die jegens de schuldeisers onrechtmatig heeft gehandeld (Peeters/Gatzen-vordering). Lees verder >

Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij verbintenissen uit onrechtmatige daad

CB 2017-164 Geplaatst op 18 sep 2017 door

HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2358 (Universal Music International / verweerder c.s.)

Vervolg van de procedure na beantwoording van prejduciele vragen door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Uitleg van “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” (art. 5, aanhef en onder 3 EEX-Vo) in het geval waarin de schade in een lidstaat uitsluitend het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich in een andere lidstaat heeft voorgedaan.

Lees verder >

Ook asymmetrisch rechtsmiddelenverbod bij verzoek verlof erkenning buitenlands arbitraal vonnis

CB 2017-78 Geplaatst op 12 apr 2017 door

HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:555

Het discriminatieverbod van artikel III Verdrag van New York, dat zowel de erkenning als de tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken bestrijkt, brengt mee dat tegen de toewijzing door de voorzieningenrechter (thans: het gerechtshof) van een verzoek om verlof tot erkenning van een in een vreemde Staat gewezen arbitraal vonnis waarop het Verdrag van New York van toepassing is, niet kan worden opgekomen door aanwending van de rechtsmiddelen van hoger beroep of cassatie. Lees verder >

Pagina 1 van 512345