Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in ons privacy statement.
weigeren accepteren

overgangsrecht

Uitleg schriftelijke verklaring werkgever over einde dienstverband en overgangsrecht bij opvolgend werkgeverschap

CB 2017-201 Geplaatst op 05 dec 2017 door

HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2905

(i) bij de vraag of een werknemer de mededeling van zijn werkgever redelijkerwijs mag opvatten als een beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (in plaats van een aanzegging als bedoeld in art. 7:668 lid 1 BW), zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Indien de mededeling van de werkgever niet eenduidig is, doordat aan zijn zijde sprake is van een misvatting over de vraag of het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde- of onbepaalde tijd betreft, mag dit niet zonder meer ten nadele van de werknemer werken. Lees verder >

Overgangsbepaling bij wijziging art. 70 Sr niet van invloed op verjaring recht van executie straf ex art. 76 Sr

CB 2017-147 Geplaatst op 09 aug 2017 door

HR 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1146

De termijn van verjaring van de executie van een straf (art. 76 Sr) is verbonden met verjaring van het recht om tot strafvervolging over te gaan art. 70 Sr). De overgangsbepaling uit 1989 bij een wijziging van art. 70 Sr is echter niet van invloed  op termijn van art. 76 Sr. Lees verder >

Overgangsrecht Wro en WRO (oud): Hoge Raad heroverweegt tussenarrest

CB 2016-59 Geplaatst op 31 mrt 2016 door

HR 11 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:391 (Gemeente Medemblik / Het Grootslag)

De Hoge Raad heroverweegt zijn bij tussenarrest gegeven oordeel en overweegt dat ingevolge art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro het oude recht van de WRO van toepassing blijft indien binnen een jaar na de inwerkingtreding van de Wro een wijzigingsplan ter inzage is gelegd. Het hof is abusievelijk uitgegaan van de ontwerptekst van art. 9.1.5 lid 2 Invoeringswet Wro. Lees verder >

Overgangsrecht bij oud verzekeringsrecht: aan de afwijzing van een aanspraak te stellen eisen

CB 2016-10 Geplaatst op 21 jan 2016 door

HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3618

De verjaringstermijn van art. 7:942 lid 3 (oud) BW vangt pas aan nadat de verzekeraar de aanspraak op uitkering heeft afgewezen op de door art. 7:942 lid 2 (oud) BW voorgeschreven wijze. Lees verder >

Crisis- en Herstelwet beperkt niet de mogelijkheid tot onteigening voor versterking waterkeringen

CB 2015-17 Geplaatst op 03 feb 2015 door

HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:161 (X c.s./Waterschap Scheldestromen)

Op grond van het overgangsrecht bij de Crisis- en Herstelwet is op onteigeningsbesluiten die na inwerkingtreding van die wet ter inzage zijn gelegd, art. 62 Onteigeningswet (nieuw) van toepassing. In deze bepaling is de onteigening ter zake van waterkeringen opgenomen. De nieuwe bepaling biedt volgens de Hoge Raad geen grond om te eisen dat de planologische basis voor bijkomende voorzieningen voortvloeit uit een maatregel genoemd in art. 62 lid 2, nu deze eis niet volgt uit art. 28 Wet op de waterkeringLees verder >

Overgangsrecht afschaffing samenloopverbod modellenrecht en slaafse nabootsing

CB 2014-9 Geplaatst op 03 jan 2014 door

HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2042 (MAG/Edco II)

Het overgangsrecht bij de schrapping van art. 14 lid 8 BTMW (oud), dat in geval van samenloop van modellenrecht en slaafse nabootsing het inroepen van de bescherming van dat laatste leerstuk verhinderde, gaat uit van eerbiedigende werking. Lees verder >

Herstel dagvaarding op naam van niet-bestaande partij en prejudiciële vragen over auteursrecht

CB 2013-208 Geplaatst op 20 dec 2013 door

HR 13 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1881 (Montis/Verweerster)

(1) De Hoge Raad komt terug van HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, NJ 2005/222: herstel van een onjuiste partijaanduiding in een dagvaarding waarbij een rechtsmiddel is ingesteld is mogelijk, tenzij de wederpartij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat zij daardoor onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Is de wederpartij niet verschenen, dan beveelt de rechter dat zij zal worden opgeroepen teneinde zich over het verzoek tot wijziging van de partijaanduiding uit te laten.
(2) De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof over de overgangsrechtelijke gevolgen van het vervallen per 1 december 2003 van het vereiste van een instandhoudingsverklaring van art. 21 lid 3 (oud) BTMW. Lees verder >

Overgangsrecht bij stuiting verjaring bevoegdheid tenuitvoerlegging vonnis

CB 2013-161 Geplaatst op 03 okt 2013 door

HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3740 (X/IDM Finance B.V.)

Als een rechtsvordering is gestuit vóór 1 januari 1992 door een naar oud recht geldende stuitingshandeling, dan brengt het overgangsrecht mee dat na die datum de lengte van de nieuwe termijn die aanvangt als gevolg van die stuiting, door het huidige BW wordt bepaald. Lees verder >

De wijziging in de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling heeft onmiddellijke werking

CB 2013-74 Geplaatst op 24 apr 2013 door

HR 12 april 2013, LJN BZ7016 (X/Staat)

Nu uit de parlementaire geschiedenis van de wijziging van art. 15 lid 3 Sr niet kan worden afgeleid dat de wetgever een specifieke overgangsregeling heeft beoogd die door een kennelijke omissie niet in de wet is opgenomen, heeft  deze wetswijziging onmiddellijke werking. Er is geen sprake van een wijziging van de wet ten aanzien van de strafbaarstelling of van het op grond van een nieuwe wet opleggen van een andere straf dan wettelijk was bedreigd ten tijde van het plegen van het feit. Lees verder >

Dwaling bij verrekening van huwelijksvermogen vóór 1 september 2002

CB 2013-17 Geplaatst op 30 jan 2013 door

HR 25 januari 2013, LJN BV6689 en LJN BY3126

Op een verdeling ter uitvoering van een in huwelijkse voorwaarden opgenomen periodiek en finaal verrekenbeding, overeengekomen in een vóór 1 september 2002 gesloten echtscheidingsconvenant, is het wettelijk bewijsvermoeden van art. 3:196 BW niet (analoog) van toepassing. Het verzuim terzake de nakoming van een dergelijke verdeling treedt op de voet van art. 6:83 aanhef en onder a BW, aanstonds en zonder ingebrekestelling in op het moment waarop de vordering uit hoofde van het finale verrekenbeding volgens de tussen partijen geldende huwelijkse voorwaarden opeisbaar wordt. Lees verder >

Pagina 1 van 212