Selecteer een pagina

Dossier: Wvggz – Wzd (Wet Bopz oud)


HR 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:346

De burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zich bevindt op het moment dat een psychiater een medische verklaring indient, is bevoegd om een crisismaatregel te nemen. De Wvggz bevat geen beslistermijn voor het nemen van een crisismaatregel door de burgemeester. (meer…)

HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:578

De medische verklaring die bij een aanvraag tot voortzetting inbewaringstelling wordt overgelegd, dient inzicht te verschaffen in de actuele situatie van de betrokkene, en moet met redenen worden omkleed.  (meer…)

HR 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:461

(1) De Wvggz biedt een wettelijke grondslag voor het toedienen van een testosteronverlagend middel in het kader van medische behandeling. Hierbij gelden de eisen van terughoudendheid die verplichte medicatie steeds in acht moeten worden genomen. Het binnen dit kader gerechtvaardigd toedienen van dergelijke medicatie vormt geen inbreuk op de door art. 8 EVRM beschermde rechten van de betrokkene.
(2) In de klachtprocedure kan alleen worden geklaagd op de limitatief opgesomde gronden in art. 10:3 Wvggz en (dus) niet over de inhoud van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging als zodanig. Op grond van art. 10:10 Wvggz kan de rechter een verzoek op grond van art. 10:7 Wvggz ter verkrijging van een rechterlijke beslissing op de klacht niet-ontvankelijk verklaren. De rechter dient ambtshalve te beoordelen of deze bijzondere rechtsgang openstaat.

(meer…)

Hoge Raad 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:454

Uit het systeem van de Wvggz volgt, mede gelet op art. 5 lid 1 aanhef en onder e EVRM, dat geen zorgmachtiging mag worden verleend als de medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke eisen. De zorgmachtiging mag in dat geval ook niet worden verleend voor een kortere periode dan de door de officier van justitie verzochte periode. (meer…)

HR 13 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:410

Indien na het overleggen van een schriftelijke referteverklaring op het verzoek om een zorgmachtiging wordt beslist zonder dat tegen dit verzoek verweer is gevoerd en zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, kan slechts worden aangenomen dat de betrokkene niet bereid is zich op het verzoek te doen horen, indien het ontbreken van deze bereidheid ondubbelzinnig blijkt uit de referteverklaring. (meer…)

HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:323

(1) Voor een wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel op de voet van art. 8:12 Wvggz geldt – evenals voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel – dat de rechter deze slechts kan uitspreken indien op het moment van zijn uitspraak aan de in art. 7:1 lid 1 Wvggz genoemde voorwaarden is voldaan. Bij de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan, dient de rechter de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene in aanmerking te nemen.

(2) In een geval waarin de verzochte machtiging betrekking heeft op het separeren van een minderjarige, dient de rechter ambtshalve te beoordelen of aanvullende zorgvuldigheidseisen moeten worden gesteld bij het toepassen van deze vorm van verplichte zorg, dan wel of daaraan beperkingen in duur moeten worden gesteld of dat minder ingrijpende vormen van insluiten dan separeren kunnen worden toegepast. De rechter dient in zijn motivering ervan blijk te geven dat hij deze beoordeling heeft uitgevoerd. (meer…)

Cassatieblog.nl