Selecteer een pagina

Alle berichten van: Pim Wissink


HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514

In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. (meer…)

Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596

Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

 

 

Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:461

(1) De Wvggz biedt een wettelijke grondslag voor het toedienen van een testosteronverlagend middel in het kader van medische behandeling. Hierbij gelden de eisen van terughoudendheid die verplichte medicatie steeds in acht moeten worden genomen. Het binnen dit kader gerechtvaardigd toedienen van dergelijke medicatie vormt geen inbreuk op de door art. 8 EVRM beschermde rechten van de betrokkene.
(2) In de klachtprocedure kan alleen worden geklaagd op de limitatief opgesomde gronden in art. 10:3 Wvggz en (dus) niet over de inhoud van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging als zodanig. Op grond van art. 10:10 Wvggz kan de rechter een verzoek op grond van art. 10:7 Wvggz ter verkrijging van een rechterlijke beslissing op de klacht niet-ontvankelijk verklaren. De rechter dient ambtshalve te beoordelen of deze bijzondere rechtsgang openstaat.

(meer…)

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:413

Bij een inzageverzoek op grond van art. 843a (oud) Rv dat volgt op een eerder bewijsbeslag is niet vereist dat de rechtsbetrekking die aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd in het verlengde ligt van de grondslag van het voorafgaande bewijsbeslag. Verder kan het inzageverzoek ook betrekking hebben op andere bescheiden dan waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. (meer…)

HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:323

(1) Voor een wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel op de voet van art. 8:12 Wvggz geldt – evenals voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel – dat de rechter deze slechts kan uitspreken indien op het moment van zijn uitspraak aan de in art. 7:1 lid 1 Wvggz genoemde voorwaarden is voldaan. Bij de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan, dient de rechter de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene in aanmerking te nemen.

(2) In een geval waarin de verzochte machtiging betrekking heeft op het separeren van een minderjarige, dient de rechter ambtshalve te beoordelen of aanvullende zorgvuldigheidseisen moeten worden gesteld bij het toepassen van deze vorm van verplichte zorg, dan wel of daaraan beperkingen in duur moeten worden gesteld of dat minder ingrijpende vormen van insluiten dan separeren kunnen worden toegepast. De rechter dient in zijn motivering ervan blijk te geven dat hij deze beoordeling heeft uitgevoerd. (meer…)

Cassatieblog.nl