Selecteer een pagina

Alle berichten van: Pim Wissink


HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:817

(1) Formele rechtskracht staat er niet aan in de weg dat de burgerlijke rechter in een procedure tussen de Ontvanger en een derde oordeelt over de materiële verschuldigdheid van een belastingschuld van een ander, indien voor die derde tegen de belastingaanslagen geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan. De Hoge Raad onderscheidt drie gevallen waarin dit aan de orde is en komt terug van het arrest Dumatrust/Ontvanger.

(2) Niet uitgesloten is dat de Ontvanger door een belastingvordering in het faillissement in te dienen of te handhaven onrechtmatig handelt jegens een derde die door de curator voor die belastingschuld aansprakelijk is gesteld. Met het aannemen van een dergelijke onrechtmatigheid moet echter behoedzaam worden omgegaan. (meer…)

Hoge Raad 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:845

In zijn beschikking van 5 juni 2026 gaat de Hoge Raad in op de toepassing van de tweeconclusieregel en de termijn voor het indienen van stukken ex art. 87 lid 6 Rv in een procedure over vervangende toestemming op de voet van art. 1:253a BW om met een minderjarige te verhuizen. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #167 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:680

Caribische zaak. Behoudens een andersluidende regeling zijn de huuropbrengsten van een nalatenschapsgoed burgerlijke vruchten waarin de erfgenamen delen naar evenredigheid van hun aandelen (art. 3:172 BW Curaçao). Met zijn oordeel dat zodanige huurinkomsten geen vruchten van de boedel zijn maar inkomsten van een gebruikende deelgenoot die het goed voor eigen rekening verhuurt, heeft het hof ofwel het voorgaande miskend, ofwel zijn oordeel dat sprake is van gebruik door een deelgenoot als bedoeld in art. 3:169 BW Curaçao onvoldoende gemotiveerd. (meer…)

HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514

In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. (meer…)

Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596

Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

 

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

 

Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Cassatieblog.nl