Selecteer een pagina

Alle berichten met de tag: BW art. 1:253a


Hoge Raad 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:845

In zijn beschikking van 5 juni 2026 gaat de Hoge Raad in op de toepassing van de tweeconclusieregel en de termijn voor het indienen van stukken ex art. 87 lid 6 Rv in een procedure over vervangende toestemming op de voet van art. 1:253a BW om met een minderjarige te verhuizen. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #167 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1948 (William Schrikker Stichting, De Raad voor de Kinderbescherming en de belanghebbenden)

Als een screening van een pleeggezin door een pleegzorgaanbieder niet heeft plaatsgevonden, die screening niet positief is, of de pleegzorgaanbieder meent dat de plaatsing grote veiligheidsrisico’s voor het kind met zich brengt en zij daarom geen verantwoordelijkheid (meer) voor die plaatsing wil dragen, brengt dit niet zonder meer mee dat de minderjarige niet in dat pleeggezin geplaatst kan worden of geplaatst kan blijven. Als de rechter of de Gecertificeerde Instelling (GI) echter van oordeel is dat plaatsing in het pleeggezin voor de minderjarige onvoldoende veilig is, moet plaatsing in dat gezin voorkomen of beëindigd worden.
Voor ouders van een minderjarig kind dat onder voogdij staat, bestaat geen regeling voor geschillen over de uitvoering van voogdij. Dit is geen hiaat in de wetgeving waarin de rechter zou moeten voorzien. (meer…)

HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2709

Onder omstandigheden kan een afweging van alle betrokken belangen meebrengen dat vervangende toestemming voor verhuizing op de voet van art. 1:253a BW moet of kan worden verleend op een moment waarop voor de periode na de verhuizing nog geen (definitieve) regeling is vastgesteld. (meer…)

HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:901

In het kader van een oordeel omtrent het verlenen van vervangende toestemming voor een verhuizing (ex art. 1:253a BW) staat het de rechter vrij om omstandigheden bij zijn beslissing te betrekken die zich niet of moeilijk laten verifiëren. (meer…)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:2013:847

(1) Het in art. 1:247 BW neergelegde uitgangspunt van gelijkwaardigheid van de beide ouders en de wenselijkheid van een in beginsel gelijke verdeling van zorg- en opvoedingstaken verzet zich niet tegen een door de rechter, op de voet van art. 1:253a BW, in het belang van de minderjarige te geven vervangende toestemming voor een verhuizing van de minderjarige naar het buitenland met de ouder bij wie de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats heeft.
(2) Voor verbetering van een kennelijke fout op de voet van art. 31 Rv is vereist dat voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. (meer…)

Cassatieblog.nl