Bewijsleveringsregels voor een ‘trial within a trial’

Bewijsleveringsregels voor een ‘trial within a trial’

HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:53

In gevallen waarin een advocaat heeft verzuimd tijdig hoger beroep in te stellen, moet de schade vastgesteld worden door (i) te beoordelen hoe beslist had behoren te worden als (tijdig) hoger beroep was ingesteld. Als dat niet mogelijk is, moet de schade (ii) geschat worden aan de hand van de goede en kwade kansen die de cliënt in het hoger beroep zou hebben gehad.

Bij (i) de beoordeling hoe beslist had behoren te worden als (tijdig) hoger beroep was ingesteld, moet worden uitgegaan van de in die appelprocedure geldende rechtsregels, waaronder de regels met betrekking tot bewijslevering. Lees meer…

Wvggz: ontbreken naam psychiater in medische verklaring

Wvggz: ontbreken naam psychiater in medische verklaring

HR 12 december 2025 ECLI:NL:HR:2025:1887

Uit het systeem van de Wvggz volgt dat er geen zorgmachtiging mag worden verleend inden de medische verklaring die ten grondslag ligt aan het daartoe strekkende verzoek niet voldoet aan de uit de wet voortvloeiende eisen. De ondertekening is van belang omdat daarmee voor iedereen duidelijk is dat de onafhankelijke psychiater de inhoud van de medische verklaring voor zijn rekening neemt. Het ontbreken van de handtekening of naam van de onafhankelijke psychiater kan niet worden geheeld door uitlatingen van de geneesheer-directeur. Lees meer…

Erkenning van buitenlands vonnis: forum actoris, stilzwijgende forumkeuze en openbare orde

Erkenning van buitenlands vonnis: forum actoris, stilzwijgende forumkeuze en openbare orde

HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1963

Deze zaak draait om de vraag of een buitenlands vonnis in Curaçao voor erkenning in aanmerking komt. Daarvoor is onder meer vereist dat de bevoegdheid van de buitenlandse rechter berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. De Hoge Raad oordeelt dat de bevoegdheid in dit geval niet kon worden gebaseerd op de gewone verblijfplaats van de verzoeker (forum actoris), maar wel op een stilzwijgende forumkeuze van de gedaagde. Daarnaast gaat de zaak in cassatie over de vraag of de erkenning in Curaçao in strijd is met de openbare orde. Lees meer…

Cassatievlog #155 | Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

Cassatievlog #155 | Rechtsmiddelen en overgangsrecht in de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht

Hoge Raad 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:201

Overgangsrecht nieuw bewijsrecht. De Hoge Raad beantwoordt vragen van overgangsrecht onder de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Bepaalt het oude of het nieuwe recht of, en zo ja, binnen welke termijn, rechtsmiddelen openstaan? Gertjan Harryvan bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad over deze wet.

Thuiszorgster kan o.g.v. art. 4:59 BW geen voordeel trekken uit het testament van de erflater die zij verzorgde

Thuiszorgster kan o.g.v. art. 4:59 BW geen voordeel trekken uit het testament van de erflater die zij verzorgde

HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:62

Aan het afwerende karakter van een beroep op een vernietigingsgrond van art. 4:62 BW doet niet af dat dit beroep is gedaan in de vorm van een vordering in reconventie. Voor toepasselijkheid van de uitzondering van art. 4:60, aanhef en onder b, BW is de hoedanigheid van de begunstigde op het moment van opmaken van de uiterste wilsbeschikking bepalend. De uitzondering is niet van toepassing op diegene die op grond van een notarieel samenlevingscontract ongehuwd met de erflater samenwoonde. Voor de kwalificatie als beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 lid 1 BW is een BIG-registratie niet vereist.  Lees meer…

Cassatievlog #154 | Toepassing van de openbare orde-exceptie

Cassatievlog #154 | Toepassing van de openbare orde-exceptie

Hoge Raad 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:126

In het internationaal privaatrecht vormt de openbare orde-exceptie een correctie op de toepassing van het recht dat volgens de conflictregels toepasselijk is. De openbare orde in internationaal-privaatrechtelijke zin bestaat uit fundamentele waarden en beginselen van de Nederlandse rechtsorde. De Hoge Raad oordeelt nu dat de openbare orde-exceptie ook in processuele zin van openbare orde is. Dat betekent dat de rechter die exceptie ambtshalve moet toepassen. De rechter in hoger beroep moet dat ook doen buiten het door de grieven ontsloten gebied. Monique Hazelhorst bespreekt in drie minuten deze uitspraak.

 

Bewijsleveringsregels voor een ‘trial within a trial’

Een verjaarde vordering kan niet verrekend worden met een na die verjaring ontstane schuld

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94

Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. Lees meer…

Cassatievlog #153 | Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW en referteperiode

Cassatievlog #153 | Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW en referteperiode

Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:99

In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Berend-Bram Heinen een recent arrest van de Hoge Raad over artikel 7:610b BW. Dit artikel bepaalt dat indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de ‘referteperiode’). Moet de referteperiode noodzakelijkerwijs onmiddellijk voorafgaan aan de periode waarop het verzoek ziet of kan ook een andere periode in aanmerking worden genomen? De Hoge Raad geeft antwoord.

 

Ruimte voor nieuwe feiten in cassatie?

Ruimte voor nieuwe feiten in cassatie?

HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1950

Art. 419 lid 2 Rv brengt mee dat de feitelijke grondslag van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt alleen kan worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding, en dus niet in nieuwe feiten die zich hebben voorgedaan na de bestreden uitspraak. Dat is niet anders in een uitleveringszaak, waarin het gaat om de vraag of de persoon die wordt uitgeleverd het risico loopt om na uitlevering in strijd met art. 3 EVRM te worden blootgesteld aan onmenselijke en vernederende detentieomstandigheden. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl