Cassatie in het belang der wet: geen contactbeperkingen mogelijk bij faillissementsgijzeling
HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:400
Tijdens een faillissementsgijzeling (art. 87 lid 1 Fw) kan de rechter geen contactbeperkingen opleggen aan de gefailleerde. Een contactbeperking is een ingrijpende maatregel die een inmenging vormt in het privéleven, familie- en gezinsleven en de correspondentie van de gefailleerde. Zo’n inmenging moet op grond van art. 8 lid 2 EVRM bij wet zijn voorzien. Noch art. 87 lid 1 Fw, noch enige andere wettelijke bepaling biedt een grondslag voor het opleggen van contactbeperkingen tijdens een faillissementsgijzeling. Lees meer…
Wvggz: referteverklaring alleen ondertekend door advocaat
HR 13 maart 2026 ECLI:NL:HR:2026:410
Indien na het overleggen van een schriftelijke referteverklaring op het verzoek om een zorgmachtiging wordt beslist zonder dat tegen dit verzoek verweer is gevoerd en zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, kan slechts worden aangenomen dat de betrokkene niet bereid is zich op het verzoek te doen horen, indien het ontbreken van deze bereidheid ondubbelzinnig blijkt uit de referteverklaring. Lees meer…
Cassatievlog #159 | Hoor en wederhoor en equality of arms bij het tonen van camerabeelden ter zitting
Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:409
Een chauffeur van PostNL is op staande voet ontslagen omdat hij goederen zou hebben weggenomen tijdens het transport van pakketten. Het hof stelt PostNL in het gelijk en baseert zich daarbij onder meer op ter zitting vertoonde camerabeelden. De (advocaat van) werknemer had die camerabeelden voorafgaand aan de mondelinge behandeling willen bekijken, maar is daar wegens technische redenen niet in geslaagd. Zijn de beginselen van hoor en wederhoor en equality of arms daarmee te kort gedaan? Giel Wind bespreekt de uitspraak van het hof in drie minuten.
Cassatievlog #159 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Is beroep op algemene voorwaarden onaanvaardbaar?
HR 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:348
Het hof heeft het betoog dat de toepassing van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was (art. 6:248 lid 2 BW) niet voldoende gemotiveerd beoordeeld. Lees meer…
Wvggz: toets ex nunc bij verzoek tot wijziging van machtiging tot voortzetting crisismaatregel
HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:323
(1) Voor een wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel op de voet van art. 8:12 Wvggz geldt – evenals voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel – dat de rechter deze slechts kan uitspreken indien op het moment van zijn uitspraak aan de in art. 7:1 lid 1 Wvggz genoemde voorwaarden is voldaan. Bij de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan, dient de rechter de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene in aanmerking te nemen.
(2) In een geval waarin de verzochte machtiging betrekking heeft op het separeren van een minderjarige, dient de rechter ambtshalve te beoordelen of aanvullende zorgvuldigheidseisen moeten worden gesteld bij het toepassen van deze vorm van verplichte zorg, dan wel of daaraan beperkingen in duur moeten worden gesteld of dat minder ingrijpende vormen van insluiten dan separeren kunnen worden toegepast. De rechter dient in zijn motivering ervan blijk te geven dat hij deze beoordeling heeft uitgevoerd. Lees meer…
Cassatievlog #158 | Kan het huurregime voor middenstandsbedrijfsruimte worden overeengekomen?
Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:356
Een huurder heeft ruimte gehuurd voor haar traiteur- en cateringonderneming. Volgens het hof ligt het zwaartepunt bij de catering, die buiten de bedrijfsruimte zou plaatsvinden, en is daarom sprake van huur van overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW). De huurder klaagt in cassatie onder meer terecht dat het hof niet is ingegaan op haar stelling dat zij met de verhuurder is overeengekomen dat het regime voor middenstandsbedrijfsruimte van toepassing is (art. 7:290 BW). Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in 3 minuten.
Cassatievlog #158 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Kunnen partijen titel 7.4.6 BW overeenkomen, ook als geen sprake is van middenstandsbedrijfsruimte?
HR 3 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:356
Partijen kunnen op een huurovereenkomst van bedrijfsruimte die niet valt onder de omschrijving van art. 7:290 lid 2 BW, toch afdeling 7.4.6 BW van toepassing verklaren. Lees meer…
Verzekeraar heeft tijdig voldaan aan kennisgevingsplicht art. 7:929 lid 1 BW
HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:321
Bij aanwijzingen dat een verzekeringsnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen kan de verzekeraar nader onderzoek laten verrichten. Als dat onderzoek betrekking heeft op medische gegevens en bij het onderzoek een medisch adviseur is betrokken, kan het moment waarop de medisch adviseur informatie ontvangt in de regel niet worden aangemerkt als het moment van ontdekking door de verzekeraar als bedoeld in art. 7:929 lid 1 BW. Lees meer…
Cassatievlog #157 | Verzekeraar heeft tijdig voldaan aan kennisgevingsplicht
Hoge Raad 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:321
In het arrest van 27 februari 2026 staat de kennisgevingsplicht van verzekeraars centraal. Indien een verzekeringsnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen en de verzekeraar gevolgen wil verbinden aan deze niet-nakoming, moet de verzekeraar de verzekeringsnemer binnen twee maanden wijzen op de niet-nakoming en op de mogelijke gevolgen daarvan. In het arrest bespreekt de Hoge Raad wanneer de tweemaandentermijn gaat lopen en wat er in deze kennisgeving moet staan. Jellis Jansen bespreekt het arrest in 4 minuten.
Cassatievlog #157 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Partijperikelen bij subjectieve cumulatie en voeging: ontvankelijkheid in en belang bij hoger beroep
HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:95
Wie in eerste aanleg geen (gevoegde) partij is, kan géén hoger beroep instellen. Een gevoegde partij, kan wél hoger beroep instellen, maar alleen als daarbij voldoende belang bestaat.
Een proceskostenveroordeling in eerste aanleg levert in Arubaanse zaken – net zoals in de overige Caribische delen van het Koninkrijk – niet zonder meer voldoende belang op voor hoger beroep. Lees meer…