Selecteer een pagina
Eiser schendt de waarheidsplicht (art. 21 Rv) en verspeelt daarmee zijn kans om bewijs te leveren

Eiser schendt de waarheidsplicht (art. 21 Rv) en verspeelt daarmee zijn kans om bewijs te leveren

HR 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1500

De schending van de waarheidsplicht (art. 21 Rv) door eiser kon het hof in dit geval  bestraffen door hem niet toe te laten tot nadere bewijslevering.

Wel heeft eiser terecht geklaagd dat het hof, in strijd met art. 23 Rv, over een langere periode schadevergoeding heeft toegewezen dan gevorderd.  Lees meer…

(G)een uitspraak van het EHRM over reservistenpraktijk Hoge Raad

(G)een uitspraak van het EHRM over reservistenpraktijk Hoge Raad

EHRM 23 september 2026, nr. 19365/19 (Kuijt/Nederland)

Voor het EHRM wordt geklaagd dat de Hoge Raad geen (i) onafhankelijk en (ii) onpartijdig gerecht is (iii) voorzien bij wet, aangezien een of meer ‘reservisten’ aan de beraadslaging hebben deelgenomen, terwijl de wet daarin niet voorziet. Dat zou een schending opleveren van art. 6 lid 1 EVRM. Het EHRM verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in deze klachten, ten dele omdat de nationale rechtsmiddelen niet zijn uitgeput, en voor het overige omdat de klachten kennelijk ongegrond zijn. Lees meer…

Cassatievlog #172| Financieel nadeel door effectenlease is toerekenbare schade, ook als je de effecten houdt

Cassatievlog #172| Financieel nadeel door effectenlease is toerekenbare schade, ook als je de effecten houdt

Hoge Raad 18 september 2026, ECLI:NL:HR:2026:1493

Ook een aandelenleasebelegger die de effecten aan het eind van de looptijd overneemt, en die zijn resterende verplichtingen aan de aanbieder dus geheel uit eigen middelen voldoet, heeft recht op schadevergoeding. Voor de toerekening van de schade (art. 6:98 BW) maakt het geen verschil hoe de belegger ‘zijn verlies neemt’. Jerre de Jong bespreekt het arrest in vier minuten.

Om deze video te bekijken moeten de marketingcookies worden toegestaan.

Cassatievlog #172 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Wvggz: medische verklaring nog actueel na terugverwijzing?

Wvggz: medische verklaring nog actueel na terugverwijzing?

HR 11 september 2026 ECLI:NL:HR:2026:1437

De rechter moet met de beoordeling van verzoek tot verlening van een zorgmachtiging, nadat er eerder een zorgmachtiging is verleend, uitgaan van de op dat moment actuele toestand van betrokkene. De Hoge Raad oordeelt dat voor de beoordeling of medische verklaring actueel is, de rechter de informatie die de behandelend psychiater ter zitting heeft verstrekt ook mag betrekken. Voor die beoordeling is niet een nieuwe medische verklaring van een onafhankelijk psychiater vereist. Lees meer…

Wsnp: de goede trouw-toets bij een tussentijds beëindigingsverzoek

Wsnp: de goede trouw-toets bij een tussentijds beëindigingsverzoek

HR 5 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:846

Toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt geweigerd, als de schuldenaar bij het ontstaan en betalen van zijn schulden niet te goeder trouw was (art. 288 lid 1 sub b Fw). Blijkt later dat die goede trouw ten tijde van de indiening van het verzoek ontbrak, dan kan de schuldsaneringsregeling tussentijds worden beëindigd (art. 350 lid 3 sub f Fw). Het verwijzingshof heeft het tussentijdse beëindigingsverzoek van de schuldeiser afgewezen, omdat de saniet ten tijde van de indiening van haar toelatingsverzoek te goeder trouw was. De Hoge Raad verwerpt de motiveringsklachten gericht tegen dat oordeel. Lees meer…

Prejudiciële vragen: Vervroeging aanvangsmoment schuldsaneringsregeling bij eerder faillissement

Prejudiciële vragen: Vervroeging aanvangsmoment schuldsaneringsregeling bij eerder faillissement

HR 24 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:714

Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat het alternatieve aanvangsmoment van art. 349a lid 1 Fw ook gelegen kan zijn op de dag waarop de eerste afdracht is gedaan in het kader van het faillissement van de schuldenaar vóór omzetting in de schuldsaneringsregeling op de voet van art. 15b Fw. Een eerste afdracht in een faillissement dat is opgeheven kan echter niet op één lijn worden gesteld met een eerste aflossing als bedoeld in art. 349a lid 1 Fw. Lees meer…

Dwingende bewijskracht van een akte

Dwingende bewijskracht van een akte

HR 10 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1224

De inhoud en strekking van art. 157 Rv en de eisen van het rechtsverkeer brengen mee dat een akte slechts dwingend bewijs oplevert ten behoeve van de wederpartij (en haar rechtverkrijgenden), dat wil zeggen degene die in de akte als zodanig is aangewezen of degene te wiens behoeve de ondertekenaar van de akte zich blijkens de tekst daarvan heeft verbonden. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl