Selecteer een pagina
Een merkrecht, een ouder recht en een nog ouder recht

Een merkrecht, een ouder recht en een nog ouder recht

19 Februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:271

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de vraag wanneer sprake is van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis, waardoor de merkhouder zijn merkrecht niet kan inroepen tegen de derde die gebruik maakt van dat recht.  Lees meer…

Overzicht nieuwe prejudiciële vragen aan de HR

Overzicht nieuwe prejudiciële vragen aan de HR

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) toepasselijkheid van het in art. 128 van de Faillissementswet neergelegde fixatiebeginsel op de vereffening van een nalatenschap (2) vraag of bij art. 7:417 lid 4 BW ook van toepassing is op de korte termijn verhuur van vakantieaccommodaties (onlineplatform Airbnb)  (3) vraag over consumentenrecht en (pre)contractuele informatieverplichtingen en (4) uitleg van het criterium ‘geen of een verwaarloosbare tegenprestatie’ van de verhuurder uit het Nellestein-arrest van de HR uit 2012. Lees meer…

Stuitende werking mediation in grensoverschrijdende zaken en oproeping van partijen bij ondeelbare rechtsvorderingen

Stuitende werking mediation in grensoverschrijdende zaken en oproeping van partijen bij ondeelbare rechtsvorderingen

HR 19 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:274

De aanvang van de mediation in een grensoverschrijdend geschil kan op één lijn worden gesteld met de stuitingshandelingen genoemd in art. 3:316 BW. De verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling kan dan ook op de voet van art. 3:317 lid 2 BW worden gestuit door binnen zes maanden na een schriftelijke aanmaning de mediation aan te vangen.

Een rechtsvordering tot vernietiging van een rechtshandeling moet worden ingesteld tegen alle partijen bij de rechtshandeling. De rechter die vaststelt dat dit niet is gebeurd, dient gelegenheid te geven om de niet opgeroepen partij alsnog in het geding te betrekken door oproeping op de voet van art. 118 Rv. Een dergelijke oproeping is ook nog mogelijk in het hoger beroep, de cassatie of de procedure na verwijzing en cassatie. Lees meer…

Wvggz: verzoek wijziging zorgmachtiging zonder al verleende tijdelijk verplichte zorg

Wvggz: verzoek wijziging zorgmachtiging zonder al verleende tijdelijk verplichte zorg

HR 19 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:272

Een verzoek tot wijziging van een machtiging op de voet van art. 8:12 lid 3 Wvggz kan ook worden ingediend in het geval dat nog geen tijdelijke verplichte zorg op de voet van art. 8:11 Wvggz is of wordt verleend maar te voorzien is dat een bepaalde vorm van zorg zal moeten worden verleend om een dreigende noodsituatie te voorkomen en de machtiging niet in die zorg voorziet. Lees meer…

Is het verzoekschrift tot toekenning van transitievergoeding tijdig ingediend?

Is het verzoekschrift tot toekenning van transitievergoeding tijdig ingediend?

HR 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:188

(i) De termijn waarbinnen het verzoekschrift tot toekenning van een transitievergoeding moet worden ingediend, begint op de eerste dag na de laatste werkdag en loopt af aan het einde van de met die laatste werkdag overeenstemmende dag drie maanden later.
(ii) Voor toepassing van art. 7:673b lid 1 (oud) BW is niet vereist dat een (aan de transitievergoeding gelijkwaardige) voorziening is getroffen voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, noch dat deze pas na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt verstrekt of haar werking heeft. Voorts is de wijze waarop de werkgever de voorziening financiert, niet van belang.  Lees meer…

Wzd: ambtshalve door de rechtbank te constateren verbondenheid aan zorgaanbieder

Wzd: ambtshalve door de rechtbank te constateren verbondenheid aan zorgaanbieder

HR 12 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:226

Als niet is voldaan aan het voorheen in de wet gestelde vereiste dat een medische verklaring niet mag worden verstrekt door een arts die is verbonden aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene al verblijft, dient de rechtbank dit ambtshalve te constateren.  Lees meer…

Oproeping van partij(en) bij beoordeling rechtsvordering tot vernietiging rechtshandeling

Oproeping van partij(en) bij beoordeling rechtsvordering tot vernietiging rechtshandeling

HR 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:177

De rechter die vaststelt dat niet alle partijen bij de te vernietigen rechtshandeling in het geding zijn betrokken, moet gelegenheid geven om de niet opgeroepen partij alsnog in het geding te doen oproepen.  Lees meer…

De kennisgeving van niet-nakoming aan de verzekeringnemer

De kennisgeving van niet-nakoming aan de verzekeringnemer

HR 5 februari 2021 ECLI:NL:HR:2021:178

Indien de verzekeraar niet tijdig heeft voldaan aan de kennisgevingsplicht, kan hij zich op grond van art. 7:929 lid 1 BW niet meer op zijn rechten ter zake van de niet-nakoming van de mededelingsplicht beroepen. Dit gevolg treedt in ongeacht of de verzekeringnemer daadwerkelijk nadeel ondervindt van het niet tijdig voldoen aan de kennisgevingsplicht. Lees meer…

Exoneratiebeding: naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?

Exoneratiebeding: naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?

HR 29 januari 2021 ECLI:NL:HR:2021:153

De rechter die beoordeelt of een tussen partijen overeengekomen exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, moet daarbij alle omstandigheden van het geval betrekken en bovendien terughoudendheid betrachten. Dat het exoneratiebeding wordt ingeroepen ten aanzien van een tekortkoming die de kern van de overeenkomst betreft, en dat zolang die tekortkoming voortduurt de betekenis aan de overeenkomst komt te ontvallen, is dan ook niet zonder meer voldoende voor het oordeel dat een beroep op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.  Lees meer…

Archief