Nieuwe uitzondering op verbod van terugwijzing voor collectieve acties
Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1198 en ECLI:NL:HR:2026:1197
De Hoge Raad aanvaardt een uitzondering op het terugverwijsverbod voor collectieve acties. Waar een hof na vernietiging een zaak normaliter zelf moet afdoen, oordeelt de Hoge Raad dat dit niet past binnen het tweefasenstelsel van de WAMCA. Wanneer een rechtbank een belangenorganisatie ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, mag het hof de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Ook na cassatie. Omwille van de praktijk geldt deze uitzondering bovendien voor collectieve acties op de voet van art. 3:305a (oud) BW. Lees meer…
Bevoegdheid, ontvankelijkheid en terugwijzing in collectieve actie over rentebenchmarks
HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1196 en ECLI:NL:HR:2026:1197
Voorzienbaarheid is geen zelfstandige voorwaarde voor toepassing ankergedaagderegeling. Voor het aannemen van ‘eenzelfde situatie rechtens’ is niet vereist dat op de vorderingen tegen de verschillende verweerders (vrijwel) hetzelfde materiële recht van toepassing is of dat deze vorderingen op dezelfde rechtsgrondslag berusten. Een algemeen onrechtmatigheidsoordeel kan bijdragen aan een efficiënte en effectieve rechtsbescherming. Dat verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn, brengt niet mee dat de bij de vorderingen betrokken belangen zich niet voor bundeling lenen; maakt ook niet dat collectieve actie geen voordeel biedt ten opzichte van individuele geschilbeslechting. Terechte terugwijzing door het hof naar de rechtbank. Lees meer…
Stelplicht- en bewijslastverdeling: waar is het goud?
HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1292
Nu de vrouw verzocht om afgifte van het goud, dat de man volgens haar in bezit zou hebben, was het aan haar om te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat de man het goud nog heeft. Het was niet aan de man om te bewijzen dat hij het goud niet meer heeft omdat hij het – zoals hij stelde – in de echtelijke woning heeft achtergelaten. Het hof heeft dit miskend. Lees meer…
Cassatievlog #171 | Uitzondering op het terugverwijsverbod bij de WAMCA?
Hoge Raad 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1198
In het arrest van 17 juli 2026 geeft de Hoge Raad (procesrechtelijke) uitleg over de ontvankelijkheidsvereisten die gelden bij een collectieve actie op grond van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA). Geldt er een uitzondering op het terugverwijsverbod? Moet de ontvankelijkheid ex nunc of ex tunc worden beoordeeld? Wanneer is een belangenorganisatie voldoende representatief? Dauphine Delger bespreekt het arrest in vier minuten.
Cassatievlog #171 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Cassatieblog #170 | Gokkers krijgen geen geld terug
Hoge Raad 3 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1159
De Hoge Raad heeft de vraag beantwoord of online kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat de aanbieder niet de op grond van de Wet de op kansspelen (Wok) vereiste vergunning had. Zulke overeenkomsten zijn volgens de Hoge Raad niet nietig. Ze zijn weliswaar in strijd met een dwingende wetsbepaling (art. 1 Wok), maar die bepaling heeft niet de strekking om de geldigheid van de overeenkomsten aan te tasten. De overeenkomsten zijn ook niet naar hun inhoud of strekking in strijd met de openbare orde of goede zeden. Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in 3 minuten.
Cassatievlog #170 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Cassatievlog #169 | Gezag van gewijsde in belastingzaken?
Hoge Raad 26 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1027
In een fiscale zaak moet een civielrechtelijke voorvraag worden beantwoord. Moet de belastingrechter bij beantwoording van die vraag uitgaan van wat de belastingrechter over het voorgaande jaar heeft geoordeeld? Kan het civielrechtelijke leerstuk gezag van gewijsde van overeenkomstige toepassing worden verklaard? Giel Wind bespreekt de uitspraak van de Hoge Raad in 3 minuten.
Kansspelovereenkomsten met een illegale aanbieder zijn niet nietig
HR 3 juli 2026 ECLI:NL:HR:2026:1159
Kansspelovereenkomsten met een online aanbieder die niet beschikt over een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen zijn niet nietig. Lees meer…
Cassatievlog #168 | WSNP: cassatietermijn bij beroep op een doorbrekingsgrond
Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:908
In deze WSNP-zaak is het beroep op doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 315 lid 2 Fw in hoger beroep afgewezen. Wat is in zo’n geval de cassatietermijn? De Hoge Raad beantwoordt die vraag in deze beschikking. Hidde Volberda bespreekt de uitspraak in drie minuten.
Cassatievlog #168 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Onverkorte werking tweetrapsmaking of aanspraak op legitieme?
HR 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:813
Op grond van art. 4:71 BW komt de waarde van al hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht verkrijgt in mindering op zijn legitieme portie. De opvatting dat bij de vaststelling van de in art. 4:71 BW bedoelde waarde geen rekening mag worden gehouden met het waardedrukkende effect van een voorwaarde die aan een making is verbonden, is, in haar algemeenheid, onjuist. Lees meer…
Dwaling en schending zorgplicht bij renteswaps
HR 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:793
De mededelingsplicht van een financiële instelling omtrent de wezenlijke kenmerken en risico’s van een rentederivaat houdt niet in dat de instelling zonder meer mededeling moet doen van haar verwachtingen over de renteontwikkeling. Onder omstandigheden kan de instelling daartoe echter wél gehouden zijn. Onbegrijpelijk oordeel dat van dergelijke omstandigheden niet is gebleken. Lees meer…