Is beroep op algemene voorwaarden onaanvaardbaar?
HR 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:348
Het hof heeft het betoog dat de toepassing van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was (art. 6:248 lid 2 BW) niet voldoende gemotiveerd beoordeeld. Lees meer…
Wvggz: toets ex nunc bij verzoek tot wijziging van machtiging tot voortzetting crisismaatregel
HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:323
(1) Voor een wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel op de voet van art. 8:12 Wvggz geldt – evenals voor het verlenen van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel – dat de rechter deze slechts kan uitspreken indien op het moment van zijn uitspraak aan de in art. 7:1 lid 1 Wvggz genoemde voorwaarden is voldaan. Bij de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan, dient de rechter de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene in aanmerking te nemen.
(2) In een geval waarin de verzochte machtiging betrekking heeft op het separeren van een minderjarige, dient de rechter ambtshalve te beoordelen of aanvullende zorgvuldigheidseisen moeten worden gesteld bij het toepassen van deze vorm van verplichte zorg, dan wel of daaraan beperkingen in duur moeten worden gesteld of dat minder ingrijpende vormen van insluiten dan separeren kunnen worden toegepast. De rechter dient in zijn motivering ervan blijk te geven dat hij deze beoordeling heeft uitgevoerd. Lees meer…
Cassatievlog #158 | Kan het huurregime voor middenstandsbedrijfsruimte worden overeengekomen?
Hoge Raad 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:356
Een huurder heeft ruimte gehuurd voor haar traiteur- en cateringonderneming. Volgens het hof ligt het zwaartepunt bij de catering, die buiten de bedrijfsruimte zou plaatsvinden, en is daarom sprake van huur van overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW). De huurder klaagt in cassatie onder meer terecht dat het hof niet is ingegaan op haar stelling dat zij met de verhuurder is overeengekomen dat het regime voor middenstandsbedrijfsruimte van toepassing is (art. 7:290 BW). Jerre de Jong bespreekt de uitspraak in 3 minuten.
Cassatievlog #158 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Kunnen partijen titel 7.4.6 BW overeenkomen, ook als geen sprake is van middenstandsbedrijfsruimte?
HR 3 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:356
Partijen kunnen op een huurovereenkomst van bedrijfsruimte die niet valt onder de omschrijving van art. 7:290 lid 2 BW, toch afdeling 7.4.6 BW van toepassing verklaren. Lees meer…
Verzekeraar heeft tijdig voldaan aan kennisgevingsplicht art. 7:929 lid 1 BW
HR 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:321
Bij aanwijzingen dat een verzekeringsnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen kan de verzekeraar nader onderzoek laten verrichten. Als dat onderzoek betrekking heeft op medische gegevens en bij het onderzoek een medisch adviseur is betrokken, kan het moment waarop de medisch adviseur informatie ontvangt in de regel niet worden aangemerkt als het moment van ontdekking door de verzekeraar als bedoeld in art. 7:929 lid 1 BW. Lees meer…
Cassatievlog #157 | Verzekeraar heeft tijdig voldaan aan kennisgevingsplicht
Hoge Raad 27 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:321
In het arrest van 27 februari 2026 staat de kennisgevingsplicht van verzekeraars centraal. Indien een verzekeringsnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen en de verzekeraar gevolgen wil verbinden aan deze niet-nakoming, moet de verzekeraar de verzekeringsnemer binnen twee maanden wijzen op de niet-nakoming en op de mogelijke gevolgen daarvan. In het arrest bespreekt de Hoge Raad wanneer de tweemaandentermijn gaat lopen en wat er in deze kennisgeving moet staan. Jellis Jansen bespreekt het arrest in 4 minuten.
Cassatievlog #157 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Partijperikelen bij subjectieve cumulatie en voeging: ontvankelijkheid in en belang bij hoger beroep
HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:95
Wie in eerste aanleg geen (gevoegde) partij is, kan géén hoger beroep instellen. Een gevoegde partij, kan wél hoger beroep instellen, maar alleen als daarbij voldoende belang bestaat.
Een proceskostenveroordeling in eerste aanleg levert in Arubaanse zaken – net zoals in de overige Caribische delen van het Koninkrijk – niet zonder meer voldoende belang op voor hoger beroep. Lees meer…
Mag een werkloosheidsuitkering meewegen bij het berekenen van een billijke vergoeding?
HR 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:193
Bij de berekening van een billijke vergoeding na het eindigen van een arbeidsovereenkomst kan de rechter betrekken of de werknemer recht zou hebben op een WW-uitkering. Of het redelijk is om daarmee rekening te houden, en in welke mate, hangt af van de omstandigheden van het geval in het licht van wat partijen daarover hebben aangevoerd. Lees meer…
Prejudiciële vragen: wettelijke rente en wettelijke verhoging over loon na faillissement
HR 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:239
De Hoge Raad beantwoordt prejudiciële vragen over de wettelijke rente en de wettelijke verhoging als bedoeld in art. 7:625 BW in geval van niet-tijdige voldoening van loon dat op grond van art. 40 lid 2 Fw als boedelschuld moet worden aangemerkt.
Ook de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het hiervoor bedoelde loon zijn op hun beurt aan te merken als (concurrente respectievelijk preferente) boedelschuld. Niet van belang is of de werknemer ter zake van dat loon ook jegens het UWV recht heeft op een uitkering op grond van de loongarantieregeling. Een behoorlijke taakuitoefening door de curator kan meebrengen dat hij werknemers attendeert op deze aanspraken jegens de boedel. Lees meer…
Reisorganisator niet aansprakelijk voor schade ontstaan door ongeval tijdens zeilreis
HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:57
Het oordeel van het hof dat eiseres zou deelnemen aan de zeilreis en als wederdienst een promotiefilm zou maken, is niet onbegrijpelijk, ook niet indien het ongeval eiseres overkwam bij het maken van de promotiefilm. Lees meer…