Selecteer een pagina
Het hof past ten onrechte de dominant cause-leer toe, maar de Hoge Raad wijst de vordering alsnog zelf af

Het hof past ten onrechte de dominant cause-leer toe, maar de Hoge Raad wijst de vordering alsnog zelf af

HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1523

Van welke causaliteitsmaatstaf moet worden uitgegaan om te bepalen of het in een verzekeringsovereenkomst verlangde causale verband aanwezig is, hangt in de eerste plaats af van wat partijen daaromtrent zijn overeengekomen. Als de overeenkomst niet inhoudt van welke causaliteitsmaatstaf moet worden uitgegaan, is de rechter niet gehouden de aanwezigheid van dat causale verband in beginsel aan de hand van de leer van de dominant cause te onderzoeken. Het hof heeft dit miskend, althans zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad legt de verzekeringsovereenkomst echter alsnog zelf in het nadeel van eisers uit. Lees meer…

De AMvB Reële prijs Wmo 2015 is niet slechts van toepassing als de gemeente zorg of hulp inkoopt via een aanbestedingsprocedure

De AMvB Reële prijs Wmo 2015 is niet slechts van toepassing als de gemeente zorg of hulp inkoopt via een aanbestedingsprocedure

HR 8 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1452

De aanleiding voor de AMvB Reële prijs Wmo 2015 is gelegen in het tegengaan van een zodanige daling van de tarieven voor huishoudelijke verzorging of hulp dat de kwaliteit en continuïteit van die zorg en hulp in het gedrag komen. Dat belang geldt zowel bij inkoop door gemeenten via een aanbestedingsprocedure als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, waarbij de opdracht wordt gegund op grond van de economisch meest voordelige inschrijving (art. 2.6.4 lid 2 Wmo 2015), als bij inkoop via een toelatingsprocedure als de onderhavige open house-procedure, waarbij wordt gecontracteerd met alle inschrijvers die aan de gestelde criteria voldoen. Lees meer…

Kan een beroep op de klachtplicht worden gedaan als er geen prestatie is verricht?

Kan een beroep op de klachtplicht worden gedaan als er geen prestatie is verricht?

HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1536

Art. 6:89 BW is niet van toepassing op een nalaten om de overeengekomen prestatie te verrichten. Art. 6:89 BW strekt namelijk ertoe de schuldenaar die een prestatie heeft verricht te beschermen, omdat hij erop moet kunnen rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en, indien dit niet het geval blijkt te zijn, dit eveneens met spoed aan de schuldenaar meedeelt. Lees meer…

Prejudiciële vragen conclusie P-G: recht op huurprijsvermindering vanwege coronacrisis

Prejudiciële vragen conclusie P-G: recht op huurprijsvermindering vanwege coronacrisis

Conclusie P-G van 30 september 2021, ECLI:NL:PHR:2021:902

Hebben huurders van bedrijfsruimten recht op een tijdelijke vermindering van de huurprijs als sprake is van omzetverlies als gevolg van de corona-maatregelen? Deze vraag wordt in deze conclusie beantwoord op basis van de gebrekenregeling en de regeling van onvoorziene omstandigheden.  Lees meer…

Had het hof, hoewel de schade (nog) niet is vast te stellen, moeten beslissen over de gevorderde verklaring voor recht dat onrechtmatig is gehandeld?

Had het hof, hoewel de schade (nog) niet is vast te stellen, moeten beslissen over de gevorderde verklaring voor recht dat onrechtmatig is gehandeld?

HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1422

Eiser heeft primair – naast schadevergoeding – een verklaring voor recht gevorderd dat gedaagden bij de verkoop van grond aan hem onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld, althans toerekenbaar zijn tekortgeschoten. Het hof heeft ten onrechte niet kenbaar op deze vordering beslist. Daaraan doet niet af dat volgens het hof de gevorderde schade zich nog niet heeft gemanifesteerd en daarom niet begroot kan worden.  Lees meer…

Geen tussentijds cassatieberoep tegen tussenarrest

Geen tussentijds cassatieberoep tegen tussenarrest

HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1424

Een arrest waarin het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt en de zaak terugverwijst naar de rechtbank, is een tussenarrest. Dat betekent dat tussentijds ingesteld cassatieberoep tegen dat tussenarrest van het hof niet-ontvankelijk is. Dat is alleen anders als de rechter tussentijds cassatieberoep heeft opengesteld. Lees meer…

Wat is de verzettermijn in een uitkoopprocedure bij buitenlandse uitgekochte aandeelhouders?

Wat is de verzettermijn in een uitkoopprocedure bij buitenlandse uitgekochte aandeelhouders?

HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1407

(i) Voor gedaagden die bij aanvang van de verzettermijn buiten Nederland wonen of verblijven, maar van wie op dat moment de woonplaats of het werkelijk verblijf niet bekend is, geldt (ook) de in art. 143 lid 2 Rv genoemde verzettermijn van acht weken.
(ii) De rechtsverhouding tussen de uitkoper en de uit te kopen aandeelhouders is processueel ondeelbaar.
(iii) De Ondernemingskamer had aan de uit te kopen aandeelhouders – en niet aan de uitkoper – moeten opdragen de gezamenlijke andere aandeelhouders in het geding te roepen.  Lees meer…

Belang van de tekst bij de uitleg van een erfdienstbaarheid

Belang van de tekst bij de uitleg van een erfdienstbaarheid

HR 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1423

In deze zaak vochten twee buren om de winst. Eisers en verweersters zijn de respectievelijke eigenaars van twee naast elkaar gelegen woningen. In de leveringsakten van de woningen stond een aantal erfdienstbaarheden opgenomen. Verweersters plaatsen op enig moment een hekwerk vanaf de voorzijde en langs hun woning tot aan de schutting in de achtertuin. Eisers vinden dat maar niks, want nu kunnen zij niet meer parkeren zoals zij willen. Eisers beginnen daarom een procedure. De zaak spitst zich toe op de uitleg van de erfdienstbaarheden. Lees meer…

Geen goedkeuring van de Minister voor sloop van woningen van een woningbouwcorporatie

Geen goedkeuring van de Minister voor sloop van woningen van een woningbouwcorporatie

HR 1 oktober 2021 ECLI:NL:HR:2021:1425

In het arrest van de Hoge Raad van 1 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1425 was aan de orde of een woningbouwcorporatie toestemming van de Minister op de voet van art. 27 Woningwet nodig heeft voor een besluit van de woningbouwcorporatie tot vervreemding van grond aan een projectontwikkelaar nadat de daarop staande woningen zijn gesloopt (het ging overigens over de Woningwet en onderliggende besluiten zoals die voor 20 december 2016 golden). Lees meer…

Prejudiciële vragen: het fixatiebeginsel geldt niet voor rentes over nalatenschapsschulden die tijdens vereffening verschuldigd zijn geworden

Prejudiciële vragen: het fixatiebeginsel geldt niet voor rentes over nalatenschapsschulden die tijdens vereffening verschuldigd zijn geworden

HR 17 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1272

Art. 128 Fw behoort niet tot de voorschriften die op grond van art. 4:218 lid 5 BW bij de vereffening van een nalatenschap van overeenkomstige toepassing zijn. Lees meer…

Archief