Deepwater Horizon: prejudiciële vragen over Erfolgsort

Deepwater Horizon: prejudiciële vragen over Erfolgsort

HR 14 juni ECLI:NL:HR:2019:925

De Hoge Raad vraagt het HvJEU of art. 7 lid 2 Brussel I-bis zo moet worden uitgelegd dat het rechtstreeks intreden van zuiver financiële schade op een in Nederland aangehouden beleggingsrekening of een beleggingsrekening van een in Nederland gevestigde bank of beleggingsonderneming, welke schade het gevolg is van beleggingsbeslissingen genomen onder invloed van algemeen verspreide, maar onjuiste, onvolledige en misleidende informatie van een internationale beursgenoteerde onderneming, een voldoende aanknopingspunt oplevert voor internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter uit hoofde van de plaats van het intreden van de schade (Erfolgsort)? Daarnaast stelt de Hoge Raad enkele vragen over de relevantie van de art. 3:305a-actie en de interne relatieve bevoegdheid. Lees meer…

Processuele houding: stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid?

Processuele houding: stilzwijgende aanvaarding van bevoegdheid?

HR 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:732

Indien een vreemde staat of internationale organisatie het verweer wil voeren dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt om van de zaak kennis te nemen, en zich daartoe niet alleen wil beroepen op immuniteit van jurisdictie, maar ook op het ontbreken van bevoegdheid als bedoeld in (de voorlopers van) de Verordening Brussel I-bis dan wel de commune regels voor internationale rechtsmacht, dient hij/zij zich daar voldoende kenbaar op te beroepen in haar eerste processtuk of mondelinge uitlating. De HR oordeelt dat deze eis impliceert dat in een beroep op immuniteit van jurisdictie op zichzelf niet tevens een beroep op het ontbreken van de bevoegdheid besloten ligt. Lees meer…

Hoge Raad geeft nadere uitleg aan art. 13 Zorgverzekeringswet en het hinderpaalcriterium

Hoge Raad geeft nadere uitleg aan art. 13 Zorgverzekeringswet en het hinderpaalcriterium

HR 7 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:853 (Conductore B.V./Zilveren Kruis Achmea c.s.)

(1) Art. 13 lid 1 Zvw en het daarin neergelegde “hinderpaalcriterium” staan er niet aan in de weg dat de zorgverzekeraar de vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg stelt op een generiek vergoedingspercentage (“vlaktaks”).
(2) De vergoeding voor niet-gecontracteerde zorg hoeft niet te zijn gerelateerd aan specifieke extra (administratie) kosten die zijn gemoeid met de afwikkeling van niet-gecontracteerde zorg.
(3) Bij de vraag of een generiek vergoedings- of kortingspercentage een feitelijke hinderpaal voor het inroepen van niet-gecontracteerde zorg oplevert, moet worden uitgegaan van de gemiddelde (modale) verzekerde en niet van de gemiddelde minst draagkrachtige verzekerde. Lees meer…

Vaststelling prejudiciële vragen over auteursrechtinbreuk door platform voor Usenetdiensten

Vaststelling prejudiciële vragen over auteursrechtinbreuk door platform voor Usenetdiensten

HR 7 juni 2019 ECLI:NL:HR:2019:849

Dit arrest is een vervolg op het arrest van 5 april 2019, ECLI:NL:2019:503 (Brein/NSE)  waarin de Hoge Raad vier prejudiciële vragen wil stellen aan het HvJEU over mogelijke auteursrechtinbreuk door een Usenetaanbieder.
Het arrest van 5 april 2019 is uitgebreid besproken in CB 2019 – 53. Partijen hebben hun commentaar op de voorgestelde vragen gegeven en de opmerkingen geven de Hoge Raad aanleiding tot het schrappen van twee passages omtrent een zoekfunctie, er is rekening mee gehouden met het feit dat een conceptrichtlijn inmiddels is gepubliceerd en de woordvolgorde in vraag 3 is gewijzigd. Lees meer…

Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang en stelplicht en bewijslast

Negatieve verklaring voor recht; daarvoor vereist belang en stelplicht en bewijslast

HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590

(i) In het vereiste van voldoende belang bij een verklaring voor recht als bedoeld in art. 3:303 BW ligt besloten dat het belang bij het instellen van een vordering evenredig moet zijn aan het belang van de wederpartij en dat van een behoorlijke rechtspleging. Dat voldoende belang bestaat bij een vordering mag in beginsel worden verondersteld. Dat geldt ook voor het belang van Dexia bij haar negatieve verklaring voor recht om een einde te maken aan onzekerheid.
(ii) Indien dat belang wordt betwist of de rechter ambtshalve opheldering wenst over dat belang, rusten de stelplicht en bewijslast ter zake in beginsel op degene die de vordering instelt.
(iii) Een partij kan ook recht hebben op vergoeding van buitengerechtelijke kosten voor buitengerechtelijke werkzaamheden die zijn verricht met het oog op het verkrijgen van een hogere vergoeding dan waarop deze partij recht heeft. Lees meer…

Overdrachtsregeling Conservatrix blijft in stand

Overdrachtsregeling Conservatrix blijft in stand

HR 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:746 (Conservatrix Groep/De Nederlandsche Bank c.s.)

Overdracht van aandelen in verzekeraar Conservatrix op grond van door DNB opgesteld overdrachtsplan. Uit de motivering van de beslissing van de rechtbank blijkt dat zij de oordelen van DNB en de daartegen door Conservatrix Groep aangevoerde argumenten inhoudelijk heeft onderzocht en daarbij niet terughoudender is geweest dan de wettelijke regeling voorschrijft.

Lees meer…

Wet Bopz: veiligheid van de psychiater; verlening machtiging onder opschortende voorwaarde steeds mogelijk in geval van strafrechtelijke detentie

Wet Bopz: veiligheid van de psychiater; verlening machtiging onder opschortende voorwaarde steeds mogelijk in geval van strafrechtelijke detentie

HR:24 mei 2019 ECLI:NL:HR:2019:814

Het is aan de onderzoekend psychiater om aan de hand van de over betrokkene bekende gegevens te beoordelen of het meebrengen of toelaten van beveiliging noodzakelijk is.
Het verlenen van een rechterlijke machtiging onder een opschortende voorwaarde van beëindiging van een strafrechtelijke maatregel is toelaatbaar in alle gevallen waarin de betrokkene op strafrechtelijke grondslag is gedetineerd. Uit het bepaalde in art. 10 lid 1 Wet Bopz volgt evenwel dat ook een machtiging waaraan zodanige voorwaarde is verbonden, niet meer ten uitvoer kan worden gelegd wanneer meer dan twee weken na haar dagtekening zijn verlopen. Lees meer…

Aansprakelijkheid van een (Arubaans) accountantskantoor jegens derden

Aansprakelijkheid van een (Arubaans) accountantskantoor jegens derden

HR 17 mei 2019 ECLI:NL:HR:2019:744

Een accountantskantoor dient bij het uitvoeren van werkzaamheden de in het maatschappelijk verkeer vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen. Die in acht te nemen zorgvuldigheid wordt mede bepaald door de gedrags- en beroepsregels voor accountants. Dat de Nederlandse gedrags- en beroepsregels formeel niet in Aruba gelden, betekent niet dat die regels geen rol spelen voor Arubaanse accountants. De normen uit de Nederlandse gedrags- en beroepsregels geven invulling aan hetgeen – ook in Aruba – volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Lees meer…

Is sprake van een overgang van onderneming?

Is sprake van een overgang van onderneming?

HR 24 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:792

Voor de vraag of sprake is van een overgang van het bedrijf is beslissend of de identiteit van het bedrijf behouden blijft, wat met name blijkt uit de daadwerkelijke voortzetting of de hervatting van de exploitatie ervan. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken transactie kenmerken. Lees meer…

Het gevaar van tegenstrijdige beslissingen brengt mee dat dat in geval van voeging of tussenkomst art. 140 lid 3 Rv eveneens geldt

Het gevaar van tegenstrijdige beslissingen brengt mee dat dat in geval van voeging of tussenkomst art. 140 lid 3 Rv eveneens geldt

HR 24 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:791

De strekking van art. 140 Rv brengt mee dat de regeling van art. 140 lid 3 Rv overeenkomstig wordt toegepast indien in eerste aanleg van voeging of tussenkomst sprake is geweest. Deze uitleg strookt met de toepasselijkverklaring (in art. 140 lid 4 Rv) van dit voorschrift in het geval dat op de voet van art. 118 Rv een derde als partij in het geding is opgeroepen. Lees meer…