Selecteer een pagina
Aansprakelijkheid van Dexia voor aandelenlease-producten waarbij een tussenpersoon is betrokken

Aansprakelijkheid van Dexia voor aandelenlease-producten waarbij een tussenpersoon is betrokken

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:862

De Hoge Raad geeft in een uitvoerig arrest antwoord op prejudiciële vragen over de rol van een tussenpersoon bij de verkoop van aandelenlease-producten en de gevolgen daarvan voor de vergoedingsplicht van de aanbieder (Dexia).  Lees meer…

Recht op hoor en wederhoor in de WETS-procedure

Recht op hoor en wederhoor in de WETS-procedure

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:858

Deze uitspraak draait om de vraag of een veroordeelde in het geval van strafoverdracht vanuit een andere EU-lidstaat naar Nederland, het recht heeft om gehoord te worden over de eventuele aanpassing van de straf die hier verder ten uitvoer wordt gelegd. Lees meer…

Reservering van proceskosten in cassatie

Reservering van proceskosten in cassatie

HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:871 (X / Quooker International B.V.)

Als de verweerder in cassatie heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, bestaat geen aanleiding de proceskosten van de cassatie te reserveren tot de procedure na verwijzing. Dat is niet anders als de verweerder verder geen (inhoudelijk) verweer heeft gevoerd tegen het cassatieberoep. Die aanleiding kan er wel zijn als de verweerder zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad. Lees meer…

Ambtshalve toetsing wettelijke informatieplichten: de Hoge Raad ziet af van beantwoording aanvullende prejudiciële vragen

Ambtshalve toetsing wettelijke informatieplichten: de Hoge Raad ziet af van beantwoording aanvullende prejudiciële vragen

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:861

De Hoge Raad ziet af van beantwoording van door de kantonrechter gestelde aanvullende prejudiciële vragen. Het antwoord op de prejudiciële vragen volgt grotendeels al uit een eerdere prejudiciële beslissing van de Hoge Raad. Voor het overige (i) lenen de vragen zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, omdat het gaat om kwesties die de feitenrechter aan de hand van de omstandigheden van het geval moet beoordelen, of (ii) is geen sprake van een vraag die moet worden beantwoord om op het voorliggende geschil te beslissen. Lees meer…

Geen ruimte voor vuistregel bij beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer

Geen ruimte voor vuistregel bij beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer

HR 24 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:950

Bij de beoordeling of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer komt het aan op alle omstandigheden van het geval – ook omstandigheden die het handelen of nalaten van de werkgever betreffen. Daarmee strookt het niet om de rechter te verplichten tot uitgangspunt te nemen dat een bepaald type gedrag van de werknemer in beginsel ernstig verwijtbaar handelen oplevert en aldus het onderzoek naar de ernstige verwijtbaarheid te beperken tot de vraag of zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die meebrengen dat de werknemer in zijn rechtsverhouding tot de werkgever toch geen ernstig verwijt treft. Lees meer…

Cassatievlog #024 | Ontslag na grensoverschrijdend gedrag

Cassatievlog #024 | Ontslag na grensoverschrijdend gedrag

HR 24 juni 2022  ECLI:NL:HR:2022:950

In dit vlog bespreekt Gijsbrecht Nieuwland een recente uitspraak van de Hoge Raad over ontslag van een werknemer na grensoverschrijdend gedrag en diens aanspraak op een transitievergoeding.

 

Concurrentiebeding en belang werkgever om werknemer nog een tijd in dienst te houden

Concurrentiebeding en belang werkgever om werknemer nog een tijd in dienst te houden

HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:894

De rechter in kort geding kan een concurrentiebeding schorsen indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld. Bij deze belangenafweging speelt geen rol het belang van de werkgever om een werknemer nog een zekere tijd in dienst te houden, ook niet indien de werkgever tijd nodig heeft om in een krappe arbeidsmarkt vervangend personeel te vinden. Lees meer…

De werking van art. 139 Rv in hoger beroep

De werking van art. 139 Rv in hoger beroep

HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:867

De verstektoets van art. 139 Rv – is de vordering onrechtmatig of ongegrond? – heeft in hoger beroep niet steeds dezelfde werking als in eerste aanleg. In hoger beroep moet het hof eerst nagaan of de appellant met succes is opgekomen tegen de in eerste aanleg gedane uitspraak. Als dat het geval is, en de in hoger beroep niet-verschenen geïntimeerde in eerste aanleg wel is verschenen, moet het hof op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep het in eerste aanleg door deze geïntimeerde gevoerde verweer bij de beoordeling betrekken. Het verweer dat de in hoger beroep wél verschenen geïntimeerden hebben gevoerd, strekt daarbij in beginsel niet ten gunste van de in hoger beroep niet verschenen geïntimeerde. Lees meer…

Cassatievlog #023 | De werking van art. 139 Rv in hoger beroep

Cassatievlog #023 | De werking van art. 139 Rv in hoger beroep

HR 17 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:867

In dit vlog bespreekt Maartje Möhring een recente uitspraak van de Hoge Raad over de werking van de verstektoets van art. 139 Rv – komt de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voor? – in hoger beroep. Is die werking hetzelfde als in eerste aanleg? En maakt het nog uit als in de procedure meerdere gedaagden zijn betrokken, die deels wel en deels niet verschijnen?

 

Economische eigendom en de inbreng daarvan in een vennootschap

Economische eigendom en de inbreng daarvan in een vennootschap

HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:852

Het begrip economische eigendom heeft geen vastomlijnde inhoud. Of de economische eigendom van een goed is overgedragen en wat daaromtrent tussen partijen geldt, hangt af van wat de juridische eigenaar en zijn wederpartij(en) daarover hebben afgesproken. Lees meer…

Archief