Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Overzicht recente prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Het overzicht van prejudiciële zaken vermeldt weer een aantal nieuwe civiele zaken waarin op grond van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld. De vragen zien op (1) ) overdracht van vorderingen door banken aan niet-bancaire kredietopkopers, (2) aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade als gevolg van inbrengen gebrekkig PIP-implantaat (3) IPR van Curaçao en mogelijk Nederlanderschap voor erkend kind, (4) kinderalimentatie en niet-wijzigingsbeding, (5) slapend dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid, (6) tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen in consumentenzaken en (7) loonbegrip van art. 6:107a BW en afgedragen pensioenpremies. Lees meer…

Verzekerd belang en accresclausule bij brandschade

Verzekerd belang en accresclausule bij brandschade

HR 6 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1298

In dit arrest buigt de Hoge Raad zich over de vraag hoe het verzekerd belang moet worden beoordeeld ingeval er sprake is van een zogenaamde accresclausule. Voor een goed begrip van dit arrest is het van belang om te weten dat een accresclausule als doel heeft om de te lage basisdekking bij onverwachte ontwikkelingen goed te maken. Bij onderverzekering in geval van een accresclausule is beslissend de verhouding tussen het verzekerd belang ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis en de verzekerde som. Lees meer…

Het recht van partijen om in een comparitie stellingen toe te lichten ten overstaan van rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen

Het recht van partijen om in een comparitie stellingen toe te lichten ten overstaan van rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1281 en HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1242

De Hoge Raad bevestigt de lijn zoals uiteengezet in HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, (zie CB 2014-169) en HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264 (zie CB 2018-13). Net als in die arresten overweegt de Hoge Raad ook nu in twee arresten dat indien een zaak meervoudig wordt beslist, als hoofdregel geldt dat een aan de beslissing voorafgaande mondelinge behandeling die mede tot doel heeft dat de rechter partijen in de gelegenheid stelt hun stellingen toe te lichten, in beginsel dient plaats te vinden ten overstaan van de drie rechters of raadsheren die de beslissing zullen nemen. Lees meer…

Het vervolg in de tutela-zaak (Spaanse curatele), bewijskracht akte van erfrecht

Het vervolg in de tutela-zaak (Spaanse curatele), bewijskracht akte van erfrecht

HR 19 jul 2019 ECLI:NL:HR:2019:1239

Een in Spanje verleden authentieke akte heeft in Nederland in beginsel dezelfde bewijskracht als in Spanje. De echtheid van een dergelijke akte kan blijkens art. 59 lid 2 van de Europese Erfrechtverordening alleen worden aangevochten voor een gerecht van de lidstaat van herkomst. Lees meer…

Welke rechter gaat over correctievoorschriften voor eindexamenresultaten?

Welke rechter gaat over correctievoorschriften voor eindexamenresultaten?

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1243

 Deze zaak over een beweerde onvolledigheid van het juiste antwoord in het vwo-eindexamen Frans in 2017 heeft destijds de nodige media aandacht gekregen. Recentelijk heeft de Hoge Raad in deze zaak helderheid geschapen over de vraag welke rechter over die kwestie mag oordelen.

Lees meer…

Hoge Raad komt niet terug van de definitie van ‘overheidswerk’ en houdt aan cassatietermijn strak de hand

Hoge Raad komt niet terug van de definitie van ‘overheidswerk’ en houdt aan cassatietermijn strak de hand

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1246

De Hoge Raad besliste op 23 november 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2161) dat in onteigeningszaken het oproepingsbericht binnen de cassatietermijn moet worden bezorgd of betekend. Dat was in deze zaak niet gebeurd. Dat in dit geval verweerders wel binnen de cassatietermijn van het instellen van cassatieberoep op de hoogte zijn gesteld (zonder dat de procesinleiding of het oproepingsbericht werd meegestuurd), maakt dat niet anders. De gemeente is niet-ontvankelijk. Ten overvloede wijst de Hoge Raad de suggestie van de hand om terug te komen van zijn definitie van een ‘overheidswerk’. Dit houdt in dat wanneer niet de onteigenende overheid het werk waarvoor wordt onteigend realiseert, maar dat een private marktpartij is, de voordelen door dat werk alleen worden geëlimineerd (als bedoeld in art. 40c Ow) als het werk tot stand wordt gebracht voor rekening en risico van een rechtspersoon als bedoeld in art. 2:1 lid 1 en 2 BW. Lees meer…

Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk in ‘Mothers of Srebenica’-zaak

Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk in ‘Mothers of Srebenica’-zaak

HR 19 juli 2019 ECLI:NL:HR:2019:1223

De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse Staat in zeer beperkte mate aansprakelijk is jegens nabestaanden van mannen die zijn omgekomen bij de val van de enclave Srebrenica in juli 1995. De aansprakelijkheid is beperkt tot 10% van de schade die de nabestaanden van de mannen die zich op 13 juli 1995 op de compound van Dutchbat bevonden, hebben geleden. Lees meer…

Cassatieberoep en verzet tegen beslissing tot heropening in een herroepingsprocedure moeten direct na deze uitspraak worden ingesteld

Cassatieberoep en verzet tegen beslissing tot heropening in een herroepingsprocedure moeten direct na deze uitspraak worden ingesteld

HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1233

Als de rechter in een herroepingsprocedure het geding geheel of gedeeltelijk heropent op de voet van art. 387 Rv, moet cassatieberoep tegen deze uitspraak direct worden ingesteld en mag niet worden gewacht tot de einduitspraak in het heropende geding op de voet van art. 389 Rv. Hetzelfde geldt voor het instellen van verzet. Lees meer…