De openbare orde-exceptie is van openbare orde
HR 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:126
De openbare orde-exceptie (o.a. art. 10:6 BW) is in processuele zin van openbare orde. Dat betekent dat de rechter die ambtshalve en zo nodig buiten het door de grieven ontsloten gebied moet toepassen. Lees meer…
Een verjaarde vordering kan niet verrekend worden met een na die verjaring ontstane schuld
HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:93 en ECLI:NL:HR:2026:94
Art. 6:131 lid 1 BW bepaalt dat de bevoegdheid tot verrekening van een vordering niet eindigt door verjaring van die vordering. Die bepaling schept echter niet een bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een na de voltooiing van de verjaring ontstane schuld. Lees meer…
Cassatievlog #153 | Rechtsvermoeden van art. 7:610b BW en referteperiode
Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:99
In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Berend-Bram Heinen een recent arrest van de Hoge Raad over artikel 7:610b BW. Dit artikel bepaalt dat indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, de bedongen arbeid in enige maand wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (de ‘referteperiode’). Moet de referteperiode noodzakelijkerwijs onmiddellijk voorafgaan aan de periode waarop het verzoek ziet of kan ook een andere periode in aanmerking worden genomen? De Hoge Raad geeft antwoord.
Ruimte voor nieuwe feiten in cassatie?
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1950
Art. 419 lid 2 Rv brengt mee dat de feitelijke grondslag van de middelen waarop het beroep in cassatie steunt alleen kan worden gevonden in de bestreden uitspraak en in de stukken van het geding, en dus niet in nieuwe feiten die zich hebben voorgedaan na de bestreden uitspraak. Dat is niet anders in een uitleveringszaak, waarin het gaat om de vraag of de persoon die wordt uitgeleverd het risico loopt om na uitlevering in strijd met art. 3 EVRM te worden blootgesteld aan onmenselijke en vernederende detentieomstandigheden. Lees meer…
Verwijzingshof mocht eerder afgewezen verklaring voor recht niet alsnog toewijzen
HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:54
De verwijzingsrechter is gebonden aan alle in cassatie niet of tevergeefs bestreden eindbeslissingen uit de uitspraak waartegen cassatieberoep was ingesteld. Lees meer…
Ambtshalve toetsing kostenbeding aan Europees consumentenrecht?
HR 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1856
Een kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en haar cliënt hoeft niet te worden getoetst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen, omdat daarover afzonderlijk is onderhandeld. Lees meer…
Cassatievlog #152 | Grenzen van rechtsstrijd na cassatie
Hoge Raad 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:54
In deze nieuwe cassatievlog bespreekt Jellis Jansen een recent arrest van de Hoge Raad over de grenzen van de rechtsstrijd na cassatie en verwijzing. De Hoge Raad oordeelt dat het verwijzingshof een gevorderde verklaring voor recht niet alsnog kon toewijzen, nadat het oorspronkelijke hof deze vordering eerder had afgewezen en hierover in cassatie niet was geklaagd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het verwijzingshof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, maar veroordeelt eiser tot cassatie wel in de kosten van het hoger beroep.
Cassatievlog #152 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Verwerking van persoonsgegevens door de rechtspraak bij publicatie persbericht
HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1980
Als een gerecht bij het opstellen en publiceren van een nieuwsbericht over een rechterlijke uitspraak persoonsgegevens verwerkt, vormt de vervulling van een taak van algemeen belang in de zin van art. 6 lid 1, aanhef en onder e, AVG daarvoor een grondslag. Daarvoor is van belang dat de desbetreffende verwerking van persoonsgegevens voor het vervullen van die taak noodzakelijk is. Daarnaast moet worden voldaan aan de beginselen van juistheid en minimale gegevensverwerking. Aan deze eisen is in dit geval niet voldaan. Lees meer…
Wezenlijke wijziging en ambtshalve toetsing in het aanbestedingsrecht?
HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1803
Is de vervanging van een onderaannemer aan te merken als een wezenlijke wijziging in de zin van de Aanbestedingswet? Is de rechter gehouden tot ambtshalve toetsing? Lees meer…
Proces-verbaal van schikking met boetebeding vormt géén executoriale titel
HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1807
Een proces-verbaal van schikking heeft slechts executoriale kracht voor vorderingen die daarin met voldoende bepaaldheid zijn omschreven. Daarvan is geen sprake als het ontstaan van de vordering afhankelijk is van bij de opstelling van het stuk onzekere, toekomstige gebeurtenissen. Lees meer…