Selecteer een pagina
Hoge Raad verduidelijk toetsingsmaatstaf bij buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na woningsluiting

Hoge Raad verduidelijk toetsingsmaatstaf bij buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na woningsluiting

HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:587

De Hoge Raad komt deels terug van zijn prejudiciële beslissing van 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799. In geval van een buitengerechtelijke ontbinding van een huurovereenkomst op de voet van art. 7:231 lid 2 BW, dient de rechter niét aan de hand van de maatstaven van art. 6:265 lid 1 BW te beoordelen of de ontbinding stand houdt. De rechter dient daarentegen te beoordelen of de ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:248 lid 2 BW) en of de verhuurder zijn bevoegdheid tot ontbinding heeft misbruikt (art. 3:13 BW). Lees meer…

Salderen door bank niet toegestaan na peilmoment van art. 54 lid 1 Fw

Salderen door bank niet toegestaan na peilmoment van art. 54 lid 1 Fw

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390 (Jansen q.q./Rabobank); ECLI:NL:HR:2026:391 (Rabobank/Louwerier q.q.)

Het verrekeningsverbod van art. 54 lid 1 Fw dat voor banken geldt met betrekking tot inkomende betalingen op de rekening van hun schuldenaar vanaf het peilmoment, geldt ook met betrekking tot de uitgaande betalingen die vanaf dat moment door hun schuldenaar via hen worden verricht. Lees meer…

Cassatievlog #163 | Civiele toetsing van een bevel tot inverzekeringstelling minderjarige

Cassatievlog #163 | Civiele toetsing van een bevel tot inverzekeringstelling minderjarige

Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679

Het arrest van 17 april 2026 gaat over de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens een minderjarige bij een bevel tot inverzekeringstelling. Dauphine Delger bespreekt het arrest in vier minuten.

Cassatievlog #163 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift

Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift

HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514

In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. Lees meer…

Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij

Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij

Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596

Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.

 

 

Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Wvggz: (relatieve) bevoegdheid en beslistermijn van de burgemeester bij crisismaatregelen

Wvggz: verplichte toediening van testosteronverlagende medicatie en ambtshalve toetsing ontvankelijkheid klacht

HR 20 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:461

(1) De Wvggz biedt een wettelijke grondslag voor het toedienen van een testosteronverlagend middel in het kader van medische behandeling. Hierbij gelden de eisen van terughoudendheid die verplichte medicatie steeds in acht moeten worden genomen. Het binnen dit kader gerechtvaardigd toedienen van dergelijke medicatie vormt geen inbreuk op de door art. 8 EVRM beschermde rechten van de betrokkene.
(2) In de klachtprocedure kan alleen worden geklaagd op de limitatief opgesomde gronden in art. 10:3 Wvggz en (dus) niet over de inhoud van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging als zodanig. Op grond van art. 10:10 Wvggz kan de rechter een verzoek op grond van art. 10:7 Wvggz ter verkrijging van een rechterlijke beslissing op de klacht niet-ontvankelijk verklaren. De rechter dient ambtshalve te beoordelen of deze bijzondere rechtsgang openstaat.

Lees meer…

Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen

Exhibitieplicht ex art. 843a (oud) Rv: inzageverzoek hoeft niet in verlengde van eerder bewijsbeslag te liggen

HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:413

Bij een inzageverzoek op grond van art. 843a (oud) Rv dat volgt op een eerder bewijsbeslag is niet vereist dat de rechtsbetrekking die aan het verzoek ten grondslag wordt gelegd in het verlengde ligt van de grondslag van het voorafgaande bewijsbeslag. Verder kan het inzageverzoek ook betrekking hebben op andere bescheiden dan waarop eerder bewijsbeslag is gelegd. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl