Partiële nietigheid van overeenkomst over echtelijke woning en bedrijfspanden
HR 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:681
Het hof heeft de grenzen van de rechtsstrijd niet overschreden door te oordelen dat de vernietiging van een overeenkomst door een echtgenote op de voet van art. 1:89 lid 1 BW alleen partiële werking had, namelijk alleen voor zover de overeenkomst de echtelijke woning betrof (art. 3:41 BW). Lees meer…
Hoor en wederhoor en equality of arms bij tonen van camerabeelden ter zitting
HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:409
Teneinde de beginselen van hoor en wederhoor (art. 19 lid 1 Rv en art. 6 EVRM) en equality of arms (art. 6 EVRM) te waarborgen had het hof – dat zijn oordeel over het ontslag op staande voet mede op de tijdens de mondelinge behandeling getoonde camerabeelden heeft gebaseerd – genoegzame maatregelen moeten nemen om adequate kennisneming van de volledige door de werkgever overgelegde, en door het hof voorafgaand aan de zitting bekeken, camerabeelden door de werknemer mogelijk te maken en de werknemer in staat te stellen zich daarover uit te laten. Lees meer…
Maarten Kroeze nieuwe president Hoge Raad per 1 november 2026
De ministerraad heeft op 24 april 2026 Maarten Kroeze voorgedragen voor benoeming tot president van de Hoge Raad per 1 november 2026. Maarten Kroeze zal Dineke de Groot, de eerste vrouwelijke president van de Hoge Raad, opvolgen, die na zes jaar presidentschap op 1 november a.s. weer volledig in de civiele kamer werkzaam zal zijn. Lees meer…
Hoge Raad verduidelijk toetsingsmaatstaf bij buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst na woningsluiting
HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:587
De Hoge Raad komt deels terug van zijn prejudiciële beslissing van 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799. In geval van een buitengerechtelijke ontbinding van een huurovereenkomst op de voet van art. 7:231 lid 2 BW, dient de rechter niét aan de hand van de maatstaven van art. 6:265 lid 1 BW te beoordelen of de ontbinding stand houdt. De rechter dient daarentegen te beoordelen of de ontbinding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:248 lid 2 BW) en of de verhuurder zijn bevoegdheid tot ontbinding heeft misbruikt (art. 3:13 BW). Lees meer…
Salderen door bank niet toegestaan na peilmoment van art. 54 lid 1 Fw
HR 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:390 (Jansen q.q./Rabobank); ECLI:NL:HR:2026:391 (Rabobank/Louwerier q.q.)
Het verrekeningsverbod van art. 54 lid 1 Fw dat voor banken geldt met betrekking tot inkomende betalingen op de rekening van hun schuldenaar vanaf het peilmoment, geldt ook met betrekking tot de uitgaande betalingen die vanaf dat moment door hun schuldenaar via hen worden verricht. Lees meer…
Wvggz: (relatieve) bevoegdheid en beslistermijn van de burgemeester bij crisismaatregelen
HR 6 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:346
De burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zich bevindt op het moment dat een psychiater een medische verklaring indient, is bevoegd om een crisismaatregel te nemen. De Wvggz bevat geen beslistermijn voor het nemen van een crisismaatregel door de burgemeester. Lees meer…
Wet zorg en dwang: is psychiater ter zake kundige arts? Aan medische verklaring te stellen eisen
HR 10 april 2026 ECLI:NL:HR:2026:578
De medische verklaring die bij een aanvraag tot voortzetting inbewaringstelling wordt overgelegd, dient inzicht te verschaffen in de actuele situatie van de betrokkene, en moet met redenen worden omkleed. Lees meer…
Cassatievlog #163 | Civiele toetsing van een bevel tot inverzekeringstelling minderjarige
Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679
Het arrest van 17 april 2026 gaat over de vraag of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens een minderjarige bij een bevel tot inverzekeringstelling. Dauphine Delger bespreekt het arrest in vier minuten.
Cassatievlog #163 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.
Ontvankelijkheid van verkeerd ingediend beroepschrift
HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:514
In geval een beroepschrift tijdig maar niet volgens de voorgeschreven wijze van beveiligde elektronische communicatie is ingediend, is uitgangspunt dat de rechter de indiener in de gelegenheid stelt om dit gebrek binnen een door de rechter te bepalen termijn te herstellen door hetzelfde beroepschrift alsnog op de juiste wijze in te dienen. Maakt de indiener van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan de rechter hem niet-ontvankelijk verklaren. Lees meer…
Cassatievlog #162 | Onrechtmatige mededingingsinbreuk jegens moedermaatschappij
Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596
Het arrest van 10 april 2026 gaat over de vraag of een dochtermaatschappij onrechtmatig handelt jegens haar moedermaatschappij, als de dochter inbreuk maakt op het mededingingsrecht en de moeder om die reden wordt beboet. Pim Wissink bespreekt het arrest in vier minuten.
Cassatievlog #162 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.