Https://cassatieblog.nl maakt gebruik van cookies voor webanalyse en social media sharing. Google Analytics analyseert met behulp van cookies hoe de website wordt gebruikt. Daarnaast toont Https://cassatieblog.nl knoppen om informatie te delen op sociale media. Deze knoppen worden enkel weergegeven als u toestemming geeft cookies te plaatsen op uw computer. Meer informatie vindt u in onze Privacyverklaring.
weigeren accepteren

Enkele schending van fundamenteel recht onvoldoende voor aanspraak op smartengeld

CB 2019-45 Geplaatst op 26 mrt 2019 door

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376

Van aantasting in zijn persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b BW is in ieder geval sprake indien de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen. Daarnaast kunnen de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de in art. 6:106 lid 1 sub b BW bedoelde aantasting in zijn persoon op andere wijze sprake is. Degene die zich hierop beroept zal in beginsel de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Van een aantasting in de persoon op andere wijze als bedoeld in art. 6:106 lid 1 sub b is niet reeds sprake bij de enkele schending van een fundamenteel recht.

Lees verder >

Vanaf welk moment is een bestuursorgaan aansprakelijk voor een onrechtmatig besluit?

CB 2019-44 Geplaatst op 21 mrt 2019 door

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:353 (eiseressen/gemeente Den Haag)

In deze zaak had een gemeente ten onrechte een bouwvergunning (fase I) geweigerd. De aanvraag was niet in strijd met het bestemmingsplan en de gemeente had buiten de daarvoor geldende beslistermijn beslist. Daardoor was de vergunning van rechtswege op dat moment verleend. De ABRvS stelde daarom vast dat het weigeringsbesluit onrechtmatig was. In deze procedure vorderde de aanvraagster vergoeding van de door dit onrechtmatige besluit geleden schade. Een door de bestuursrechter vernietigd besluit is onrechtmatig vanaf het moment dat het is genomen. Dat is niet anders in een geval als dit, waarin de vergunning door het verstrijken van de beslistermijn al van rechtswege is verleend. De rechter hoeft er in het kader van het causaal verband dus niet van uit te gaan dat de aanvrager zonder de onrechtmatige weigering al daarvoor, aan het einde van de beslistermijn, over een vergunning had beschikt. Aansprakelijkheid vanaf een tijdstip vóór het onrechtmatige besluit kan bestaan wanneer het bestuursorgaan onrechtmatig handelt door niet tijdig te beslissen of aanvrager niet in kennis te stellen van de vergunning. Die grondslagen waren in deze zaak echter niet aan de orde.   Lees verder >

Causaal verband tussen onrechtmatig besluit en gestelde schade?

CB 2019-43 Geplaatst op 21 mrt 2019 door

HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:354

Of sprake is van een condicio sine qua non-verband tussen het onrechtmatige besluit en de gestelde schade, moet worden vastgesteld door de situatie zoals zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan te vergelijken met de hypothetische situatie die zich zou hebben voorgedaan als de onrechtmatige gedraging achterwege was gebleven. Lees verder >

Onderzoek kan ook betrekking hebben op andere dan door OK vastgestelde redenen tot twijfel

CB 2019-42 Geplaatst op 19 mrt 2019 door

HR 8 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:316 (MHS/Bab c.s.)

Het door de ondernemingskamer te bevelen onderzoek hoeft niet beperkt te blijven tot de bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken die de ondernemingskamer ten grondslag heeft gelegd aan haar oordeel dat blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Het staat de ondernemingskamer vrij de onderzoeker op te dragen of toe te staan om ook andere bezwaren in zijn onderzoek te betrekken. Dit strookt met de grote mate van vrijheid die de ondernemingskamer toekomt bij het bepalen van de omvang van een door  haar te bevelen onderzoek. Wel geldt in dit verband de voorwaarde dat die andere te onderzoeken bezwaren voldoende samenhang vertonen met de bezwaren die ten grondslag zijn gelegd aan het oordeel dat blijkt van gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Of voldoende samenhang in deze zin bestaat, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Lees verder >

Ten onrechte afwijzing van verzoek om mondelinge behandeling ten overstaan van meervoudige kamer

CB 2019-41 Geplaatst op 14 mrt 2019 door

HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:271

Nu het doel van de door het hof bepaalde comparitie niet beperkt was tot het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking, maar dat de comparitie mede diende om partijen de gelegenheid te geven hun stellingen nader toe te lichten, en voor dat doel ook is benut, kan ’s hofs afwijzing van het verzoek van de werkgever een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer van het hof te bepalen, niet in stand blijven. Lees verder >

Gefailleerde is geen procespartij meer als curator het geding heeft overgenomen

CB 2019-40 Geplaatst op 08 mrt 2019 door

HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:274

Als een curator op grond van art. 27 lid 3 Fw het geding overneemt van een gefailleerde, wordt de gefailleerde buiten het geding gesteld. Dit betekent dat de gefailleerde geen procespartij meer is en dus ook geen cassatieberoep tegen een uitspraak van het hof kan instellen. De curator die het geding heeft overgenomen kan dat wel. Lees verder >

Vestiging van een stil én openbaar pandrecht in één pandakte

CB 2019-39 Geplaatst op 05 mrt 2019 door

HR 22 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:268

Combinatie van stil én openbaar pandrecht in één pandakte is mogelijk. Akte zal dan in eerste instantie dienen tot vestiging van een stil pandrecht. Diezelfde akte kan in beginsel tevens dienen tot vestiging van een openbaar pandrecht waarop het stille pandrecht geen betrekking kan hebben in verband met de beperking van de slotpassage van art. 3:239 lid 1 BW. Precieze reikwijdte van het aldus gevestigde pandrecht dient door uitleg van de pandakte te worden vastgesteld. Lees verder >

Een juridische beoordeling die de rechter moet verrichten is geen feit dat zich leent voor bewijslevering

CB 2019-38 Geplaatst op 28 feb 2019 door

HR 22 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:272

Ingeval een beroepsfout erin is gelegen dat is verzuimd cassatieberoep in te stellen en geen cassatiemiddel is geformuleerd, komt het erop aan te beoordelen of het hof in de desbetreffende uitspraak het recht goed heeft toegepast en zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd. Dat betreft een juridische beoordeling die de rechter zelf kan en moet verrichten en geen feit dat zich leent voor bewijslevering.  Lees verder >

Aansprakelijkheid makelaar voor onjuiste informatie over woonoppervlakte van woning

CB 2019-37 Geplaatst op 26 feb 2019 door

HR 22 februari 2019 ECLI:NL:HR:2019:269

Een makelaar die in strijd met de NVM-meetinstructie een onjuiste oppervlakte van een woning aan kopers meldt, handelt onrechtmatig. De omvang van de schade die de kopers van de woning daardoor lijden, dient te worden bepaald door de situatie waarin zij verkeren te vergelijken met de situatie waarin zij zouden hebben verkeerd als de onrechtmatige gedraging van de makelaar achterwege zou zijn gebleven. Lees verder >

Geen verplichting tot terugbetaling van een transitievergoeding bij herstel van een arbeidsovereenkomst

CB 2019-36 Geplaatst op 22 feb 2019 door

HR 25 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:80

Het enkele feit dat een werkgever door een rechter wordt veroordeeld om een arbeidsovereenkomst te herstellen, betekent niet dat de werknemer een reeds ontvangen transitievergoeding dient terug te betalen. Anders dan bij vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst, vervalt bij herstel van de arbeidsovereenkomst niet de rechtsgrond aan de betaling van de transitievergoeding. Van een verplichting van de werknemer tot terugbetaling van de transitievergoeding is pas sprake als een werknemer hiertoe door de rechter wordt veroordeeld.  Lees verder >

Pagina 1 van 16612345...102030...Minst recente »