Verzoek tot opheffing van de vereffening afkomstig van één van de vereffenaars terecht toegewezen

Verzoek tot opheffing van de vereffening afkomstig van één van de vereffenaars terecht toegewezen

HR 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:662

Bij onenigheid tussen de vereffenaars kan de kantonrechter de werkzaamheden en bevoegdheden van de vereffenaars anders verdelen. Het is niet zo dat de kantonrechter dat slechts in een afzonderlijke, daartoe strekkende procedure kan doen.

Uit de wet volgt niet dat een verzoek tot opheffing van de vereffening pas toewijsbaar is nadat is voldaan aan de verplichting om een boedelbeschrijving op te maken. Als wel een boedelbeschrijving is opgemaakt, maar dat niet door de vereffenaars samen is gedaan, kan aan die boedelbeschrijving toch betekenis toekomen bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van het verzoek tot opheffing van de vereffening. Lees meer…

Ongeoorloofd onderscheid door het niet compenseren van zwangerschaps- en bevallingsverlof bij samenloop daarvan met ‘overige dagen’

Ongeoorloofd onderscheid door het niet compenseren van zwangerschaps- en bevallingsverlof bij samenloop daarvan met ‘overige dagen’

HR 21 februari 2025 ECLI:NL:HR:2025:320

De cao-MBO bevat geen regeling voor compensatie aan vrouwelijke werknemers van wie het zwangerschaps- en bevallingsverlof samenvalt met ‘overige dagen’ – dagen waarop zij toch al niet hoeven te werken. Dat levert een ongeoorloofd onderscheid in behandeling op ten nadele van vrouwelijke werknemers. Lees meer…

Cassatievlog #131 | De omvang van gezag van gewijsde

Cassatievlog #131 | De omvang van gezag van gewijsde

Hoge Raad 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:667

De Hoge Raad geeft in het kader van de vraag of sprake is van gezag van gewijsde antwoord op de vraag of zich na een eerdere procedure opgekomen nieuwe omstandigheden voordoen en hoe moet worden vastgesteld of daarvan sprake is. Martijn Scheltema bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Cassatievlog #131 is ook in podcast vorm beschikbaar. Beluister hier de podcast of via uw favoriete podcastkanaal.

Wanneer is sprake van een aansluitende zorgmachtiging in de Wvggz?

Wanneer is sprake van een aansluitende zorgmachtiging in de Wvggz?

HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:86

Omdat de zorgmachtiging niet verleend is binnen drie weken na het verzoek van de officier van justitie waarin om een aansluitende zorgmachtiging werd verzocht, is geen sprake van een aansluitende zorgmachtiging in de zin van art. 6:5, aanhef en onder b, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging kan daarom niet met twaalf maanden verlengd worden, maar kan slechts verlengd worden met maximaal zes maanden. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl