Selecteer een pagina
Toepasselijk recht, gewoonlijke werkland en nauwere band

Toepasselijk recht, gewoonlijke werkland en nauwere band

HR 17 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:408

(i) Bij de beoordeling welk land het gewoonlijke werkland is, moet de nationale rechter vaststellen in welke staat zich de plaats bevindt waarin de werknemer zijn instructies voor zijn opdrachten ontvangt en waar hij zijn werk organiseert.
(ii) De omstandigheid dat in een bepaald land belastingen en sociale premies worden afgedragen, is als zodanig van belang voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een nauwere band met een ander land dan het gewoonlijke werkland. Lees meer…

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over het vermoeden van ‘één onderneming’ bij toepassing art. 8 sub 1 Brussel I-bis

Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over het vermoeden van ‘één onderneming’ bij toepassing art. 8 sub 1 Brussel I-bis

HR 21 april en 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:660 en ECLI:NL:HR:2023:965

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJEU over het vermoeden van ‘één onderneming’ in geval van beslissende invloed van de moedermaatschappij bij het bepalen van een nauwe band als bedoeld in art. 8 sub 1 Brussel I-bis. Lees meer…

Heeft tussenpersoon Spaar Select geadviseerd over effectenleaseproduct?

Heeft tussenpersoon Spaar Select geadviseerd over effectenleaseproduct?

HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:885 

Van niet-toegestane advisering door een tussenpersoon is sprake als de tussenpersoon, zonder vergunning, in het kader van zijn beroep of bedrijf aan een afnemer een gepersonaliseerde aanbeveling tot het aangaan van een specifiek financieel product heeft gedaan. Hiervoor is vereist, maar ook voldoende, dat een effectenleaseproduct is voorgesteld als geschikt voor deze afnemer of berust op een afweging van de persoonlijke omstandigheden van de afnemer. Voor de beoordeling of daarvan sprake is, is relevant of de tussenpersoon al dan niet (i) heeft geïnformeerd naar de financiële omstandigheden en financiële doelen van de afnemer, (ii) ook andere mogelijke effectenleaseproducten heeft genoemd en besproken dan het uiteindelijk afgenomen product, (iii) naast of in samenhang met het afgenomen effectenleaseproduct een ander financieel product heeft geadviseerd. Maar ook als deze omstandigheden niet worden vastgesteld, kan het zo zijn dat de tussenpersoon een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer. Lees meer…

Waarmee kan rekening worden gehouden bij het bepalen van de verwachtingswaarde?

Waarmee kan rekening worden gehouden bij het bepalen van de verwachtingswaarde?

HR  26 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:777

Op grond van art. 40c Ow wordt bij de bepaling van de schadeloosstelling geen rekening gehouden met (onder meer) de voor- en nadelen die worden veroorzaakt door het plan voor het werk. De Hoge Raad heeft al eerder bepaald dat dit ook geldt voor plannen waarin op concrete plannen voor het werk waarvoor wordt onteigend wordt voortgebouwd. De Hoge Raad werkt in dit arrest uit wanneer sprake is van een voldoende concreet plan. Lees meer…

Toepassing van art. 8 lid 1 Rome I vereist vergelijking van beschermingsniveau

Toepassing van art. 8 lid 1 Rome I vereist vergelijking van beschermingsniveau

HR 23 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:969

Juiste toepassing van art. 8 Rome I vereist dat de rechter het beschermingsniveau van dwingendrechtelijke regels van het objectief toepasselijke recht vergelijkt met dat van het gekozen recht en vervolgens die regels van het objectief toepasselijke recht toepast, indien het beschermingsniveau waarin die regels voorziet hoger ligt. Lees meer…

Hoe ver reikt de eerbiedigingsplicht van de veilingkoper jegens timesharenemers?

Hoe ver reikt de eerbiedigingsplicht van de veilingkoper jegens timesharenemers?

HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1057

Slagende rechts- en motiveringsklachten tegen oordeel van het hof dat veilingkoper gehouden is om uit timeshare-overeenkomsten voortvloeiende gebruiksrechten te eerbiedigen en in dat verband uitgesproken gebod. Tevens ten onrechte geen rekening gehouden met feiten en omstandigheden van ná eerdere vernietiging door de Hoge Raad Lees meer…

Geen onderscheid in beloning wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

Geen onderscheid in beloning wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:816 

(i) Bij de beoordeling of sprake is van vakantie in de zin van art. 7:634 BW komt het erop aan of de vrijetijdsaanspraak op het moment van de toekenning bedoeld is voor rust en ontspanning.
(ii) De wet staat niet toe dat voor bovenwettelijke vakantie een minder ruim loonbegrip wordt overeengekomen dan geldt voor wettelijke vakantie. Lees meer…

Archief

Cassatieblog.nl