Selecteer een pagina

Alle berichten van: Gijsbrecht Nieuwland


Hoge Raad 18 maart 2022 (Stichting Viruswaarheid.nl / de Staat der Nederlanden), ECLI:NL:HR:2022:380

In deze zaak heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de rechtmatigheid van de avondklok. Volgens de Hoge Raad bood de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijke gezag een toereikende basis voor de invoering daarvan. De bevoegdheden uit die wet konden in dit geval worden ingezet voor de bestrijding van het coronavirus.

 

Hoge Raad 25 februari 2022  ECLI:NL:HR:2022:328 (X / STICHTING PENSIOENFONDS HORECA & CATERING),

Gijsbrecht Nieuwland bespreekt de eerste uitspraak van de Hoge Raad over de Wet Homologatie Onderhands Akkoord. In deze prejudiciële beslissing oordeelt de Hoge Raad dat een WHOA-akkoord zich niet kan uitstrekken over achterstallige pensioenpremies die verschuldigd zijn aan een pensioenfonds. Dergelijke vorderingen vallen onder de werknemersuitzondering van art. 369 lid 4 Faillissementswet.

 

HR 4 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:833

Schulden die voortvloeien uit bestuursrechtelijke lasten die aan de curator zijn opgelegd wegens de niet-naleving van milieuwetgeving, zijn volgens de Hoge Raad boedelschulden. De overheid heeft voor deze kosten dus een gunstige verhaalspositie. (meer…)

HR 24 april 2020 ECLI:NL:HR:2020:797

(1) Voor het zijn van een informele vereniging is vereist dat er een zelfstandig lichaam is dat als zodanig deelneemt aan het rechtsverkeer, dat leden heeft en dat gericht is op een bepaald doel. (2) Ook een informele vereniging kan afdelingen hebben die rechtspersoonlijkheid bezitten. (3) Het begrip corporatie als bedoeld in art. 10:122 BW is een ruim begrip. Welke eisen kunnen worden gesteld aan de stelplicht van het OM dat van een corporatie sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval.  (meer…)

HR 28 september 2018 ECLI:NL:HR:2018:1806

In dit arrest markeert de Hoge Raad de bevoegdheidsverdeling tussen de strafrechter en de civiele rechter: als een vordering of een verzoek uitsluitend strekt tot bescherming van de processuele belangen die een partij stelt te hebben bij de procesvoering bij de strafrechter, dan is die partij daarin niet-ontvankelijk bij de burgerlijke rechter. (meer…)