Selecteer een pagina

Alle berichten van: Gijsbrecht Nieuwland


HR 2 februari 2024 ECLI:NL:HR:2024:148

Deze zaak gaat over erkenning van een kind door een vrouw die ten tijde van de zwangerschap en de geboorte een relatie had met de moeder. Daarvoor is – bij gebreke van toestemming van de moeder – onder meer vereist dat de vrouw als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad (art. 1:204 lid 4 BW). De Hoge Raad legt uit hoe dit vereiste moet worden uitgelegd in gevallen van kunstmatige bevruchting. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt deze zaak.

HR 12 oktober 2023 ECLI:NL:HR:2023:1426 

De zaak gaat over het vereiste van betekening van een eiswijziging in verstekzaken. De Hoge Raad gaat in op de termijn die daarvoor geldt en  op de mogelijkheid van herstel van het verzuim van niet tijdige betekening. Gijsbrecht Nieuwland bespreekt deze zaak.

HR 17 maart 2023 ECLI:NL:HR:2023:426 

Dit vlog gaat over de rechtsgeldigheid van een beding in de cao voor uitzendwerk op grond waarvan de uitzendovereenkomst van rechtswege eindigt bij een ziekmelding door de werknemer. Gijsbrecht Nieuwland behandelt een recente uitspraak van de Hoge Raad daarover.

Hoge Raad 2 december 2022 ECLI:NLHR:2022:1804 (Hoch Capital / Verweerster)

In dit vlog bespreekt Gijsbrecht Nieuwland de eerste uitspraak van de Hoge Raad over het Europees bankbeslag. In deze uitspraak gaat het over de procedure tot intrekking van een bevel voor het leggen van een conservatoir bankbeslag. Centraal staat de vraag of ex tunc dan wel ex nunc moet worden getoetst of voldaan is aan de eisen voor verlening van zo’n bevel.

 

Hoge Raad 30 september 2022 (Telecom Vastgoed / KPN), ECLI:NL:HR:2022:1331

In dit vlog bespreekt Gijsbrecht Nieuwland een recente uitspraak van de Hoge Raad over de goederenrechtelijke grenzen van het recht van vruchtgebruik. De Hoge Raad oordeelt dat een vruchtgebruik op vorderingen niet kan dienen om zich het geïnde toe te eigenen. Dat zou er namelijk op neerkomen dat het geïnde tegelijkertijd het goed is waarop het vruchtgebruik rust én de vrucht. Een dergelijke vormgeving van een recht van vruchtgebruik stuit af op het gesloten stelsel van goederenrechtelijke rechten.

 

Cassatieblog.nl