

Tijdstip van betaling in uitvoeringsreglement bedrijfstakpensioenfonds is startpunt verjaringstermijn
HR 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:423
Voor een vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van premie geldt het verjaringsregime van art. 3:308 BW. De verjaringstermijn, vijf jaar, loopt vanaf het opeisbaar worden van de vordering. In het geval van een vordering van een bedrijfstakpensioenfonds op een werkgever tot betaling van de premie over een bepaalde periode, is dat het tijdstip van betaling in het uitvoeringsreglement. In het uitvoeringsreglement kunnen geen langere termijnen worden opgenomen dan in art. 26 Pensioenwet is vermeld. Lees meer…

Kennisclips Hoger beroep #17: Cassatie
Kennisclips Hoger beroep #17: Cassatie
Na het hoger beroep kan cassatieberoep ingesteld worden bij de Hoge Raad. Wat betekent het eigenlijk dat de Hoge Raad geen feitenrechter is? En waarom zijn de cassatieklachten zo belangrijk? In deze kennisclip bespreekt Hans van Wijk het rechtsmiddel cassatie, van de termijn die daarvoor geldt tot en met het verloop van de procedure.
Benieuwd naar meer? Klik de link en bekijk de 17-delige serie Kennisclips Hoger Beroep op ons YouTube kanaal.

Welke kosten mochten bij rekeninghouders in rekening worden gebracht bij de afwikkeling van een Caribisch bankbedrijf?
HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:389
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: hof) heeft een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan diens tussenvonnis, omdat het hof in het eindvonnis aan algemene voorwaarden een wezenlijk andere betekenis toekent dan het hof in het tussenvonnis deed.
Daarnaast slagen verschillende andere motiveringsklachten tegen het tussen- en eindvonnis. Lees meer…

Cassatievlog #128 | Is de groep MD/PhD-promovendi aan het UMCG werknemer?
Hoge Raad 28 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:483
Een groep van ruim 40 MD/PhD-promovendi, die tussen 2016 en 2018 is gestart met promotieonderzoek aan het UMCG, deed dat op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat heeft de Hoge Raad afgelopen vrijdag bevestigd. Daarmee gaat de Hoge Raad deels contrair aan de Advocaat-Generaal, die in zijn advies aan de Hoge Raad concludeerde dat de promovendi tot 1 januari 2020, de datum van inwerkingtreding van de Wnra, slechts een ongeregelde overeenkomst met het UMCG hadden en dus geen arbeidsovereenkomst. Berend-Bram Heinen, die de promovendi in cassatie heeft bijgestaan, bespreekt deze uitspraak in drie minuten.

Benoemingen advocaten-generaal bij de Hoge Raad
De Ministerraad heeft op 24 maart 2025 ingestemd met de benoeming van twee nieuwe advocaten-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Lees meer…

Geen sprake van herstelexploot bij tijdige, maar later ingetrokken appeldagvaarding
HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:318 (huurder/De Goede Woning)
Het hof heeft vastgesteld dat de appeldagvaarding tijdig bij het hof is ingediend. Op een dergelijk geval ziet art. 125 lid 5 Rv niet. Lees meer…

Cassatievlog #127 | Verbeurd aandeel in gemeenschapsgoed gaat van rechtswege over
Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:420
Een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoek maakt of verborgen houdt, verbeurt zijn aandeel in die goederen aan de andere deelgenoten (art. 3:194 lid 2 BW). Is voor die verbeurte een verdeling of een leveringshandeling nodig? Wat is precies beoogd met deze verstrekkende bepaling? In een zaak tussen twee broers, van wie de een bijna € 950.000 uit het vermogen van vader wegnam, komt het aan de orde. Giel Wind bespreekt het oordeel van de Hoge Raad.

Enkele perikelen bij het aanhaken bij een eerder ingestelde collectieve vordering
HR 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:388
(i) Van dezelfde gebeurtenis(sen) en gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen (art. 1018d lid 1 Rv) kan ook sprake zijn bij een collectieve vordering die deels tegen andere rechtspersonen is gericht of wordt ingesteld ten behoeve van een (gedeeltelijk) andere achterban dan de eerdere collectieve vordering.
(ii) De termijnverlenging in art. 1018d lid 2 Rv geldt alleen voor de rechtspersoon die om die verlenging heeft verzocht en heeft dus geen algemene werking.
(iii) Een mede-eiser die zich wat betreft de ontvankelijkheid van eiser schaart bij de wederpartij is geen wederpartij wat betreft de kostenveroordeling.

Cassatievlog #126 | Termijnverlenging WAMCA-procedure heeft geen algemene werking
Hoge Raad 14 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:388
Een collectieve vordering die deels tegen andere rechtspersonen is gericht of wordt ingesteld ten behoeve van een (gedeeltelijk) andere achterban dan de eerdere collectieve vordering, kan zien op ‘dezelfde gebeurtenis of gebeurtenissen’ en ‘gelijksoortige feitelijke en rechtsvragen’ ex art. 1018d lid 1 Rv. Een beslissing op een verlengingsverzoek zal zijn toegesneden op de situatie van de rechtspersoon die om verlenging heeft verzocht. Aangenomen moet worden dat een verlenging naar de bedoeling van de wetgever uitsluitend voor deze rechtspersoon geldt en dus geen algemene werking heeft. Jellis Jansen bespreekt de uitspraak in drie minuten.

Wanneer moet een niet-geregistreerd geneesmiddel worden vergoed?
HR 22 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1720
(i) Om een geneesmiddel aan te kunnen merken als rationele farmacotherapie in de zin van art. 2.8 lid 1, achter b, Besluit zorgverzekering moet het geneesmiddel het meest economisch zijn voor de zorgverzekering onderscheidenlijk de patiënt. Daarvoor komt het erop aan of een voldoende gelijkwaardig alternatief beschikbaar is dat goedkoper is. Dit moet worden beoordeeld op indicatieniveau en niet op het niveau van een individuele patiënt;
(ii) Bij de rechterlijke beoordeling of sprake is van bereiding op kleine schaal in de zin van art. 40 lid 3, onder a, Geneesmiddelenwet bestaat geen grond voor een terughoudende toetsing.