HR 31 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1631
Tussen partijen was onenigheid ontstaan over de vraag of een eerste bewijsbeslag was vervallen. Daarom heeft verweerder in cassatie zekerheidshalve opnieuw beslag gelegd. Tegen deze achtergrond kon het hof oordelen dat de omstandigheid dat verweerster de bewaarder niet had geïnstrueerd de eerder beslagen bescheiden te vernietigen, niet meebracht dat het tweede beslag onrechtmatig was.
De casus
Een voormalig werknemer van UTI is voor zichzelf begonnen onder de naam Container & Co. UTI stelt dat de werknemer het relatiebeding in zijn arbeidsovereenkomst en de voorwaarden van een later gesloten vaststellingsovereenkomst heeft geschonden. UTI heeft conservatoir bewijsbeslag (hierna: het eerste beslag) gelegd onder de voormalige werknemer, een andere werknemer van Container & Co en Container & Co zelf (hierna: Container c.s.).
De bescheiden geven zij in bewaring bij een bewaarder. UTI heeft in kort geding op grond van art. 843a (oud) Rv inzage gevorderd in de bescheiden. De voorzieningenrechter heeft de vordering afgewezen, omdat daarbij naar zijn oordeel een spoedeisend belang ontbrak. UTI heeft tegen deze beslissing geen hoger beroep ingesteld.
Tussen UTI en Container c.s. ontstaat vervolgens een geschil over de vraag of door de uitspraak van de voorzieningenrechter het bewijsbeslag is vervallen. Omdat zij vinden dat dit het geval is, hebben Container c.s. UTI verzocht om per ommegaande de deurwaarder en de bewaarder te instrueren de door het eerste beslag getroffen bescheiden te vernietigen. Zij beroepen zich daartoe op art. 704 lid 2 Rv:
Art. 704
2. Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen, en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is, en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd in kracht van gewijsde is gegaan.
De advocaat van UTI heeft hierop laten weten dat naar zijn mening de beslagen zijn blijven liggen tot in de bodemprocedure is beslist. Niettemin heeft UTI zekerheidshalve opnieuw conservatoir beslag gelegd onder de bewaarder, op dezelfde bescheiden als die door het eerste beslag waren getroffen (hierna: het tweede beslag).
Container c.s. vorderen vervolgens opheffing van het eerste beslag en van het tweede beslag. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Het hof bekrachtigt dit vonnis. Kern van het oordeel van het hof is dat, ook als veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat het eerste beslag is vervallen, dit het leggen van het tweede beslag nog niet onrechtmatig maakt.
De Hoge Raad
De Hoge Raad stelt voorop dat het hof veronderstellenderwijs ervan is uitgegaan dat het eerste beslag is vervallen. Dat is dus het uitgangspunt in cassatie. Hij wijst er vervolgens op dat art. 704 lid 2 Rv en art. 1019c lid 2 Rv (dat ook ziet op beslag op bescheiden) een verplichting leggen op de bewaarder om de beslagen goederen af te geven als het beslag is vervallen. Van de beslaglegger kan worden gevergd dat hij, voor zover nodig, meewerkt aan de afgifte. De Hoge Raad overweegt aansluitend dat geen rechtsregel zich verzet tegen de mogelijkheid om nogmaals beslag te leggen als door een fout of anderszins het eerdere beslag is vervallen.
De Hoge Raad beoordeelt dan de redenering van het hof. Het hof heeft van belang geacht dat tussen partijen discussie bestond over de betekenis van het vonnis van de voorzieningenrechter en de vraag of daardoor het eerste beslag was vervallen, en dat UTI in verband hiermee zekerheidshalve het tweede beslag had doen leggen. Tegen deze achtergrond bracht volgens het hof de omstandigheid dat UTI de bewaarder niet had geïnstrueerd de eerder beslagen bescheiden te vernietigen, niet mee dat UTI onrechtmatig heeft gehandeld door het tweede beslag te doen leggen. Deze redenering geeft volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.
Afdoening
De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit is in lijn met de conclusie van A-G Snijders.